Ik wou dat ik twee Sims was

In het spel De Sims, waar ik al sinds het jaar 2000 te veel tijd aan besteed, stuur je een paar poppetjes door het leven heen. Je moet zorgen dat ze eten, slapen, zich wassen, contact hebben, geld verdienen en het huis netjes houden. Allemaal dingen waar ik in het echte leven niet in uitblink. Met mijn Sims gaat het een stuk beter. Sterker nog, liefst was ik zelf een Sim.

Wat hebben Sims dat ik niet heb?

Een dashboard. Metertjes. Pictogrammen. Directe feedback. Je kunt van al hun behoeften zien hoe vervuld ze zijn, op een schaal van nul tot honderd, en als ze ergens zin in hebben komt daar een icoontje van op het scherm. (Je kunt ook op een schaal zien hoe gezellig ze het hebben met hun vrienden, maar ik maak mijn Sims altijd heel antisociaal. Virtueel heb ik nog minder zin in sociaal gedoe dan in het echt.) Ook dingen als carrières zijn heerlijk overzichtelijk: speel twaalf uur schaak om metertje Logica te vullen en je maakt promotie.

Ik heb die metertjes niet en dat is verrekte onhandig. We spelen thuis daardoor regelmatig het populaire gezelschapsspel Waarom heeft Anna zo’n Rothumeur. Ben je vergeten te lunchen? Heb je ergens pijn? Heb je geslapen vannacht? Oh, je hebt drie uur vergaderd! Okee, dan zetten we je nu in een hoekje en is het over een uurtje weer wat beter.

Een deel van mijn gebrek aan gevoel kan ik compenseren door andere mensen te laten zeggen wat ik voel. Die gaan me dan tijdens het fietsen ineens reepjes voeren bijvoorbeeld. Dat vind ik dan best wel irritant en zeikerig van ze en daarna ben ik ineens heel vrolijk en fiets 20% harder. Wat een toeval!

“Ja het is niet zo lastig,” sprak één van mijn lieve vrienden, “als je honger krijgt ben je ineens poeptraag en trouwens nog humeurig ook.” AHA, dacht ik. Daar kan ik iets mee. Niet dat humeurige, het is niet mijn schuld dat mensen irritant worden als ik honger krijg. Maar een verandering in snelheid kun je meten.

Nu heb ik dus een fietscomputer en kan ik zelf zien of ik vertraag. Ik bedenk vervolgens vaak niet dat ik dan moet eten, maar het is een stap in de goede richting.

Een hand houdt een roeicomputer en een medaille vast  .
Die blaren voel ik dan weer wel.

Bij het roeien is niet alleen of ik honger heb relevant, maar word je geacht een hele rits dingen tegelijk te voelen en ondertussen ook nergens tegenop te varen en niet om te slaan. HA. Dat dat een onmogelijke combinatie van factoren is, daar heb ik me allang bij neergelegd.

Maar ook hier kun je een paar problemen ondervangen met technologie. Bijvoorbeeld dat je door te ontspannen vaak harder gaat terwijl het niet zo voelt. Daarom heb ik een apparaatje dat me vertelt hoeveel halen per minuut ik maak, hoeveel meters per haal, de afstand per training en mijn snelheid. Daarmee kan ik bij alles wat ik probeer meteen zien of m’n haal er efficiënter van wordt. “Voelde je dat je de druk langer vasthield?” Nee, gast, ik voel één ding tegelijk en momenteel is dat dat er een auto langskomt. Maar ik kan lézen dat ik het langer vasthield, want ik maakte meer meters per haal in hetzelfde tempo.

Mijn mobiele telefoon waarschuwt me tegenwoordig wanneer ik ongesteld word en heeft een mening over hoe goed ik geslapen heb. Ook dat haalt heel wat mysterie weg uit mijn leven, waar dat leven een stuk aangenamer van wordt.

Een van mijn vriendinnen heeft een alvleesklier die insuline aanmaken beneden z’n waardigheid vindt, en daarom is zij een bionische vrouw met ingebouwde sensor waardoor ze op haar telefoon kan zien hoe het met haar bloedsuiker gesteld is. Ik vind dat extreem cool (ze is in het algemeen extreem cool) en vraag me stiekem af: zou ik zo kunnen meten of ik honger heb?

Het gaat me nog net iets te ver om dingen in mijn lijf te pluggen op dit moment. Ook zonder dat is de inbreuk op mijn privacy al best erg, door al die apps. Het is het me waard, op dit moment. Maar liefst was ik een Sim. Of nog liever twee. Dan kon ik samen spelen.

Lockdown, welke lockdown

Het is begin juni, na 1/5e jaar lockdown, ik heb geen verhoging meer, en we zijn op het perfecte lockdownpunt aangekomen:

Bijna alles wat ik wil mag weer.
Heel veel dingen die ik niet wil mogen nog niet.

Ik heb de afgelopen week drie keer geroeid, een keer geracefietst, mijn stadsfiets bij de fietsenmaker opgehaald en er toen mee naar de bouwmarkt gereden waar het heel erg rustig was, een vuurtorentekening cadeau gekregen, pannenkoeken gebakken terwijl ik skypete met mijn jarig lief moederken, geborreld met een lieve vriend in onze tuin, thuis geprogrammeerd voor m’n werk, thuis geprogrammeerd voor de lol, en maandag ga ik met mijn vader naar de door hem zo geliefde theetuin die dan ook weer open mag.

Ik ben niet naar een luidruchtig kantoor geweest, heb geen feestjes of borrels overgeslagen waarvan mensen vonden dat ik er moest zijn, ben niet naar feestjes of borrels geweest waar ik niet wilde zijn, heb niet over een druk station geslalomd om de aansluiting te halen omdat mijn eerste trein altijd laat aankomt en alle mensen altijd langzaam lopen, en geen “fear of missing out” gehad omdat de huisgenoot naar een concert van Queen zou waar ik eigenlijk heel graag heen wilde maar wat waarschijnlijk te zwaar zou zijn.

Als het aan mij lag mocht dit nog wel even duren.

Fijne verjaardag mamma!

Dingen die ik van mijn moeder heb:

  • plezier in koken (en de capaciteiten om daar wat van te maken)
  • optimisme
  • maatschappelijke betrokkenheid
  • liefde voor boeken en lezen
  • wandelwoede

Dingen die ik niet van mijn moeder heb:

  • haar avontuurlijkheid
  • haar diepgroene vingers
  • haar doorzettingsvermogen

Mijn moeder leest dit, dus je kunt haar in de comments een fijne verjaardag wensen ;) of haar huis in Frankrijk kopen zodat ze naar Nederland kan. Mag ook.

Corona: maand drie

Dit jaar zou onze eerste vakantie zonder boot in jaren zijn, en wilden we gaan fietsen in Engeland omdat dat nu nog makkelijk kan. Weet je nog, Brexit? Voor de pest uitbrak was dat iets heel groots.

Nu zijn alle grenzen dicht. Ik moet mijn vader weer eens vragen naar zijn reisverhalen oost van het IJzeren Gordijn. Dan werd gewoon je hele auto uit elkaar gehaald en weer teruggezet en mocht je daarna doorrijden. Wat een luxe!

In Nederland kun je natuurlijk ook heerlijk fietsen en dat gaan we dan ook doen. Alleen moet dat tijdens de schoolvakantie, omdat de huisgenoot docent is, en is de rest van Nederland dan ook aan het fietsen. Ik vind ergens zijn waar andere mensen zijn geen vakantie. Dus dat wordt nog wat.

Luxeproblemen.

Als het geen vakantie is werk ik nog steeds thuis, terwijl de huisgenoot steeds vaker naar school gaat omdat er ook in het MBO weer meer is toegestaan. Dat vind ik fijn omdat ik dan volledig m’n eigen gang kan gaan, en jammer omdat ik de huisgenoot aangenaam gezelschap vind en hem liever in de buurt heb.

We werken waarschijnlijk nog zeker tot september thuis, en mijn werkgever (de Rijksoverheid) wil daar een voorbeeldfunctie in nemen, dus waar sommige kantoren al een beetje smokkelen met verspreide werkplekken is dat voor ons absoluut niet aan de orde. Gelukkig heb ik mijn thuiswerkplek, die steeds fijner en vertrouwder voelt. Ik rammel fijn op mijn nieuwe mechanische toetsenbord met bloemetjes en wiebel op mijn nieuwe wiebelkruk (zonder bloemetjes). Alleen moet ik wel eerst m’n hele kamer opruimen, anders is dat ineens ESSENTIEEL terwijl ik net zit te vergaderen.

Het is fascinerend, hoe graag je dingen ineens wil zodra het niet meer mag.

Ik ben een beetje verkouden. Ik moet hoesten. En ik moet m’n fiets ophalen. Dat moest ik al dik een week, en na meerdere telefoontjes en sms’jes van de fietsenmaker heb ik dat afgelopen zaterdag gedaan – maar de reparatie was niet in orde, dus moest ik dinsdag weer terugkomen. Zondag kreeg ik verhoging, en dus huisarrest. En dan wordt bij elke temperatuurmeting en elke hoestbui de eierwekker weer op 24 uur gezet. Ik had mijn fiets vrolijk twee weken genegeerd en nu WIL IK MIJN FIETS maar ik mag hem niet ophalen van de minister-president.

Wat een eikel.

“Denk je dat het Corona is?” vroeg mijn manager (die er zelf flink ziek van is geweest). Het antwoord is: natuurlijk denk ik dat, en waarschijnlijk is het iets anders. Maar het mooie van het systeem is dat dat niet uitmaakt. Zo lang ik verkouden ben mag ik niet naar buiten. Ik vraag me nu ineens af of dit onze weerstand niet allemaal gaat verminderen, omdat we ook met de meer onschuldige virussen niet meer in aanraking komen?

Maar goed, ik ben dus thuis, wat ik de hele lockdown lang helemaal prima heb gevonden, en nu ineens heel stom. Gelukkig heeft mijn zwager de huisgenoot het geniale boek “Waar is de Wookiee?” meegegeven, waarschijnlijk omdat ons kleine neefje erop uitgekeken was. Helaas ben ik een autist en kost het vinden van de Wookie me tussen de 2 en 14 seconden per plaat (ik heb geteld). Dus het waren drie heerlijke minuten, maar ik ga maar weer een sok breien.

Het mysterie van de man die in de regen de planten watergaf

Als je toevallig vaak terwijl het rotweer is door Utrecht-Zuid wandelt heb je hem misschien wel eens gezien: de man die in de stromende regen de tuin staat te begieten. Ik zie het regelmatig. Het is dan ook mijn man.

Waarom, vragen mensen zich af (meestal de buren want zoveel mensen lopen hier niet terwijl het regent), geef je de tuin water terwijl het regent? Is dat niet de core business van regen? Is dit oneigenlijke concurrentie? Het antwoord is simpel maar je moet er even een verandering van perspectief voor maken. Het is niet zo dat de tuin op dat moment het water nodig heeft. Het is dat het water de tuin nodig heeft.

Het zit zo. Onze regenton zit aangesloten op de regenpijp waar alle regen die op de achterkant van ons huis valt op uitkomt. Dat is nogal wat. Als de ton vol zit loopt dit water het riool in.

Regenwater in het riool willen we niet, om meerdere redenen: bij grote buien kan de boel overlopen, het legt extra druk op de waterzuivering, en we willen het water zelf hebben als de droogte toeslaat. Daarom tappen we het af de ton in. Maar wat als de ton vol zit en er komt een bui aan?

Onze tuin kan doorgaans veel meer water opnemen dan wat de bui erop laat vallen, en dan wordt het nuttig gebruikt. Dus als de ton vol zit is de huisgenoot al voor de bui aan het gieten. En als hij aan de late kant was… tijdens de bui.

Ben je geïnspireerd en wil je zelf aan de slag met duurzaam waterbeheer rond je huis? Op Amsterdam Rainproof staan heel veel tips die ook werken buiten Amsterdam. Voor mensen zonder tuin hebben ze ook ideeën!

Een oude wijnton in gebruik als regenton, vier emmers vol water, twee grote gieters en een prullenbak vol water