Bedrijfsinformatiesystemen, paragraaf 3.1

Zie ook
hoofdstuk 1

hoofdstuk 2

Er moet me even iets van het hart, voordat ik met frisse moed verder kan met het fileren samenvatten van het wonder der academische literatuur dat Bedrijfs informatie systemen heet: ik ben niet de doelgroep. Het boek is geschreven voor bedrijfskundestudenten. Ik ben een informaticastudent en bovendien een mislukte natuurkundige die eerder dit jaar heel bewust is overgestapt naar een bedrijf zonder management.

Het is mogelijk dat dit een lichte kleur geeft aan mijn perceptie van dit boek. Ik zou het fijn vinden wanneer u dit in uw achterhoofd wilt houden als u een waardeoordeel in mijn samenvatting meent te proeven.

Nu dat achter de rug is, door naar

hoofdstuk 3: informatiesystemen, organisatie en strategie
openingscase: moet T.J. Maxx Online verkopen?

T.J. Maxx blijkt een soort Action te zijn maar dan voor mode, en door hun sterk fluctuerende voorraad hebben ze het in het verleden lastig gevonden om een online platform te beginnen.

Een vraag bij deze case is: ‘In hoeverre zijn de modellen voor concurrentiekracht en voor de waardeketen van toepassing op T.J. Maxx?’ Mijn werkboek (van de uni, niet van de schrijvers van het boek) instrueert me deze vraag over te slaan tot de termen geïntroduceerd zijn later in het hoofdstuk. Ik vermoed dat de echte doelgroep van dit boek er wel een nette definitie voor kan oplepelen.

Ik zit in een boek waar wordt uitgelegd wat een hyperlink is, en men ervan uitgaat dat je weet wat ‘de waardeketen’ is.

Help.

Par 3.1 Hoe organisaties informatiesystemen beïnvloeden

“Informatiesystemen en organisaties beïnvloeden elkaar.” Dat kwam in hoofdstuk  1 en 2 ook al een paar keer voorbij.

“Als manager ben jij degene die beslist welke systemen er moeten worden gebouwd, wat ze zullen doen en hoe ze zullen worden geïmplementeerd.” Ik begin weer emoties te voelen. “Je zult misschien niet alle consequenties van deze beslissingen kunnen overzien.” NO SHIT SHERLOCK

In mijn ervaring hebben managers in een IT-organisatie overigens wel degelijk nut, met name als de klant erg hiërarchisch is ingesteld. Dan kan je jouw manager namelijk de manager van de klant bezig laten houden terwijl je met de mensen die het werk doen en daarom weten wat het systeem moet doen regelen dat ze krijgen wat ze nodig hebben.

Het boek vraagt zich af wie 15 jaar geleden had kunnen voorspellen dat e-mail een belangrijke vorm van bedrijfscommunicatie zou worden. In het jaar 2000 werd de Nokia 3310 geïntroduceerd, dus dat voelt misschien heel ver weg, maar het was ook het jaar dat Google 1 miljard pagina’s had geïndexeerd en twitter.com en blogspot.com geregistreerd werden. Misschien dat managers het niet aan zagen komen…

par 3.1.1 Wat is een organisatie?

De rozenvingerige Aisha heeft me gewaarschuwd voor deze paragraaf. Ik heb daarom preventief een chocokoffie klaarstaan.

We krijgen een definitie van organisaties die ‘krachtig en eenvoudig’ is en alles wat niet gericht is op productie van het een of ander uitsluit.

Een organisatie is een stabiele, formele, sociale structuur die middelen uit de omgeving verwerkt tot een eindproduct.

Er is een plaatje bij want anders wordt het zo ingewikkeld hè:

Als gedachte-experiment wil ik graag weten of mijn roeiclub (de plek waar ik na werk en thuis het meeste tijd doorbreng) een organisatie is. De input is geld en tijd van de leden, de output is… de gelegenheid om te roeien? Ik denk dat ik een lichte allergie heb voor het in economische termen herdefiniëren van alledaagse woorden.

We krijgen nog een definitie!

“een verzameling rechten, privileges, plichten en verantwoordelijkheden die elkaar langdurig in balans houden tijdens perioden van conflict en conflictoplossing.”

Dat klinkt al een stuk meer als Viking.

Ik ben het zowaar nog eens eens met het boek: het zegt dat de ‘technische’ (in hoofdstuk 2 vonden ze managementwetenschappen ook al ‘wiskundig’, hahahahahahahahahahahahaha pardon) manier van organisaties analyseren, waarbij arbeid en technologie allebei in het emmertje ‘productiefactoren’ worden gegooid en daardoor zo goed als inwisselbaar zijn, geen recht doet aan de meer sociale werkelijkheid waarin een organisatie een web van relaties en gewoontes is, waar je niet zomaar nieuwe technologie in kan pluggen en verwachten dat het vanaf dag 1 alles verandert.

Dat hadden we trouwens al een aantal keer geconcludeerd, maar deze keer doen we het in 1500 woorden.

Par 3.1.2 Kenmerken van organisaties

“Bedrijven zijn bureaucratieën” en “organisaties plaatsen specialisten in een autoriteitshiërarchie” en ik draai mijn chocoladeinfuus een stukje extra open.

Nu volgen zes pagina’s waarin wordt uitgelegd wat de invloed is van routines en bedrijfsprocessen, interne politiek, organisatiecultuur, omgeving, organisatiestructuur en ‘andere kenmerken’ en ik wil echt heel graag wat positiever zijn over dit boek maar er staat niets wat je niet zelf kan bedenken behalve dit plaatje wat geïnspireerd is op een oog en dit is niet hoe een positieve lens werkt alsjeblieft ik viel altijd in slaap tijdens mijn opticacollege omdat de beamer verkeerd was ingesteld maar ik kan je vertellen DIT IS NIET HOE HET WERKT

Ik ga even lunchen met m’n vader en zijn stoel repareren en zijn kerstkaarten schrijven of misschien z’n laminaat eruit halen en opnieuw leggen. Hij heeft aangeboden/gedreigd me te overhoren. Mijn vader is gepensioneerd psycholoog – misschien is hij de enige persoon die me kan overhoren zonder dat ik blijvende schade oploop. Tot later.