Neurologische avonturen

Deze week had ik het toevallig met verschillende mensen over dat het best veel voorkomt dat niet-autistische mensen sommige eigenschappen van zichzelf of niet-autistische anderen ‘autistisch’ noemen. Het zette me aan het denken. Hierbij een paar losse hersenspinsels.

Autisme is geen ziekte en ‘autistisch’ is geen scheldwoord. Dus iets ‘autistisch’ noemen is wat mij betreft niet inherent negatief. Het valt me wel op dat het zelden als verklaring voor iets leuks wordt gebruikt, maar eigenlijk altijd om neurotisch of potentieel irritant gedrag te beschrijven. “Lepels moeten links en glazen rechts, sorry, daar ben ik een beetje autistisch over,” dat werk.

Gerelateerd hieraan: ik heb het gevoel* dat de meeste niet-autisten die bepaald gedrag autistisch noemen uit een vrij kleine vijver aan autistische eigenschappen vissen. Het gaat bijna altijd over sociale gelegenheden of ergens sterk aan willen vasthouden. (Dit is gerelateerd aan het bovenstaande punt dat het zelden over positieve dingen gaat.)

En dat is eigenlijk mijn grootste probleem met dingen, of je niet-autistische zelf, autistisch noemen. Het is gebaseerd op een beperkt, gestereotypeerd, en overwegend negatief beeld van autisme wat het echte autistisch zijn tegelijkertijd bagatelliseert, want “we zijn allemaal wel een beetje autistisch, toch?” en erger maakt dan het is, want de positieve kanten van autisme worden nooit genoemd.

Om met dat laatste te beginnen: als je mijn blog leest en dat leuk vindt? Typische autistengrappen. Als de huisgenoot en ik ‘s nachts op ons grasveldje naar boven staren en ik altijd als eerste het ISS kan vinden? Autisme. Hoe vind je in een boekenkast met meer dan 500 boeken het boek dat je zoekt binnen 10 seconden? Autisme. Spelen met woorden en context, focus op details, gemak met structuren zoals landkaarten: autisme.

Af en toe wil ik met dingen gooien als iemand zichzelf autistisch noemt omdat ‘ie graag zijn bureau netjes houdt (of zo). Het is lastig, want kenmerken die wijzen op autisme komen ook allemaal bij niet-autisten voor. Je kunt het vergelijken met een blaadje aan een boom. Bijna elke boom heeft hier en daar een geel blaadje. Dat betekent niet dat het herfst is. Als een boom vol zit met gele blaadjes, dan is het hoogstwaarschijnlijk herfst. Aan een individueel blaadje kun je dat dus niet aflezen. (Soms betekent het: het is een minibeetje herfst. Soms betekent het: het is droog. Of er zit ergens een rupsje. Of er is helemaal niets aan de hand.)

Gek genoeg zeggen mensen ook zelden “hahahaha ik was weer net een paar druppels te laat bij de wc, Alfred J Kwak is my spirit animal, kut voor mij dat ik interne prikkels slecht voel en door die drukke vergadering niet merkte dat ik moest plassen”. Terwijl ik daar bij mezelf vaak heel hard om moet lachen. Maar dat valt niet in het hokje dat niet-autisten hebben bedacht voor ‘dingen die acceptabel zijn om autisten-grappen over te maken’. Ik doe dat vaak fout, want ik snap dat soort hokjes niet omdat ik een autist ben. (Om deze ironie moet ik ook heel hard lachen. Ik heb een heel leuk leven.)

Ik vind dat je over alles autisten-grappen mag maken. Daarnaast zou ik het heel vet vinden als je ook het leven van de autisten om je heen een beetje makkelijker zou willen maken. Eerste stap: realiseren dat het iets anders is dan de makkelijke fictie waar je grapjes over maakt.

* leuk dat je deze voetnoot leest! ‘gevoel’ is in de context van wat hierna gaat komen een woordgrap.

Update de revolutie

Drie jaar geleden publiceerde ik (op de geheel willekeurige datum 1 april) een scriptje dat biologische metaforen preciezer maakt. Een van mijn collega’s vond dit, constateerde dat het niet meer werkt, en (omdat ik een smerige backender ben die nog geen javascript-update zou herkennen als het rondjes om me heen fietste op een eenwieler) fixte het. Dank je Niels!

Met een plugin als TamperMonkey kun je dit ook draaien in Chrome.

 

Sluisvaren for fun and profit

Landgenoten, het is tijd om afscheid te nemen van een traditie. Afscheid nemen doet pijn en deze specifieke traditie zit diep ingebakken in onze volksaard, maar als we de handen ineen slaan (in figuurlijke zin), dan kunnen we hier als natie doorheen komen en sterker en standvastiger de glorieuze toekomst intreden. Ik weet het zeker denk ik.

Ik bedoel de traditie waarbij ‘s lands plezierbootjesvaarders de sluis in varen volgens het schema “krijsende vrouw op het voordek, schreeuwende man op het achterdek, schurende boot langs de sluiswand”. Nog los van dat je vaak beter de vrouw aan het roer kan zetten (want mannen zijn doorgaans sterker en kunnen in geval van nood beter afhouden) – dat geheel terzijde.

Een boot aanleggen in de sluis doe je zo:

0. Doe wat de sluiswachter zegt.

  1. Vaar in normaal, rustig tempo de sluis in. Niet vol gas maar zeker ook niet te sloom, want a) dan heb je geen roer meer en b) achter je wordt het complete chaos.
  2. Leg indien mogelijk (en niet te gek weer) aan aan lagerwal. Je komt namelijk heus wel weer weg.
  3. Lijntjes liggen netjes klaar etc.
  4. De voordekker gaat op het breedste punt van de boot staan (bij ons is dat bij de stag) met de achterlijn in de willige knuistjes. De achterdekker vaart tot voor in de sluis en stuurt dan vlak langs de muur.
  5. De voordekker legt de lijn om de bolder, wat heel makkelijk kan want staat op het breedste stuk en wordt vlak langs de muur gestuurd.
  6. De voordekker geeft de lijn aan de achterdekker, die hem met een slag om de kikker vasthoudt (of even belegt).
  7. De achterdekken geeft rustig gas naar voren.
  8. De boot vleit zich als magisch tegen de muur! :o :o :o
  9. De voordekker legt de lijn om de voorbolder.
  10. De achterdekker geeft zijn (m/v) lijn aan de voordekker, die zich comfortabel halverwege het schip op het kajuitdak neerzet en geniet van het verdere spektakel in de sluis, en gaat thee zetten en koekjes of soep halen.
  11. ???
  12. PROFIT

Twee slotopmerkingen: als er veel stroom is in de sluis (bv bij zoet-zoutscheidingen) helpt het om een beetje pronto te zijn met je voorlijn, en is het wel erg fijn als de achterdekker zelf kan gooien. En als je geen ervaren roerganger hebt… oefen dan een paar keer. Bij een steiger. Zonder dat het halve Markermeer achter je ligt te wachten om de sluis in te mogen. Dat helpt. Succes.

ANWB-echtpaar in wording

Of ik ooit dit organisatieniveau ga bereiken weet ik niet (de huisgenoot heeft het allang), maar tenzij er iets heel drastisch gaat veranderen in het buitensportassortiment weet ik niet hoelang we nog kunnen voorkomen dat we een ANWB-echtpaar worden.

Het is wel raar, dat waar het voor vriendengroepen of sportteams hartstikke leuk of verplicht is om dezelfde kleren aan te trekken wij uren moesten googlen en naar de buitensportwinkel om een goede wandelrugzak te vinden die niet identiek is aan degene die ik al heb. Die ze vervolgens moeten bestellen, want het wordt wel de rugzak die ik al heb, alleen in een andere kleur, en ze hadden alleen mijn kleur op voorraad.

Tijdens dit proces (waarbij we ook nog eens een exemplaar in ‘mijn’ kleur vonden die 30 euro goedkoper was dan de anderen) hebben we wel vijf keer gevraagd: is het nou echt zo erg om een identieke rugzak te hebben?

Ja. Blijkbaar wel. De ANWB-visioenen die door het huis waarden waren zo afstotelijk dat we liever meer betalen, langer wachten en extra moeite doen dan voor de levensduur van een rugzak (toch snel een decennium, het is goed spul) als tweeling-schildpadjes de paden op en de lanen in gaan.

Ondertussen loop ik met alle plezier in hetzelfde roeipakje met luipaardprint, roze petje en kniekousen met flamingo’s erop als mijn teamgenoten. Ergens zit toch iets scheef. (En niet alleen in het modegevoel van mijn roeiteam.)

Maar deze horde is wel weer genomen. Over een jaar of drie hebben we weer nieuwe zeilpakken nodig – zullen we in de tussentijd als samenleving superleuk en hip maken om dezelfde buitensportkleren te dragen als je lieftallige echtgenoot? (Een paar extra kledinglijnen voor mensen boven de 1.90 mag ook.)

 

 

Bedrijfsinformatiesystemen: hoofdstuk 10

hoofdstuk 1
hoofdstuk 2
hoofdstuk 3 deel 1
hoofdstuk 3 deel 2
hoofdstuk 4
hoofdstuk 5
hoofdstuk 8
hoofdstuk 9

Kennismanagement en samenwerking

Openingscase: Advocatenkantoren willen een online omgeving voor juridische bronnen

Advocaten zoeken net als iedereen graag dingen online op en uitgevers sturen liever dingen op papier want dat verkoopt makkelijker. Ik heb even de site van Kluwer gecheckt en ondertussen bieden ze al heel wat online staan, waarvan sommige dingen € 3.565 per gebruiker per jaar kosten dus ik geloof dat ze dat ‘verdien geld aan digitale dingen’-probleempje ondertussen wel gefixt hebben.

10.1 Het kennismanagementlandschap

Kennis is macht! Nee echt. Bedrijven met veel kennis doen het beter dan bedrijven zonder kennis.

10.1.1 Belangrijke aspecten van kennis

Voor iedereen die ooit “wat is wijsheid?” heeft gevraagd, nou, dat is ‘de gezamenlijke en individuele ervaring van het toepassen van kennis op de oplossing van problemen.

Kennis is “een cognitieve, zelfs fysiologische gebeurtenis” en “kennis is kleverig” (waarmee bedoeld wordt dat je het niet per direct kan overzetten van Loonslaaf 23-A naar Loonslaaf 29-E, wat heel irritant is voor managers). Verder is kennis iets anders dan een gebouw want zowel kennis zelf als het beheren ervan is complex.

Ik ga het cynisme even 10% terugdraaien want zoals ik al hoopte is dit het interessantste hoofdstuk tot nu toe.

10.1.2 De waardeketen van kennismanagement

Kennis moet worden verworven, opgeslagen, toegankelijk gemaakt en gestructureerd. Dat klinkt allemaal weer supervanzelfsprekend maar nu ik bij een bedrijf werk dat dat écht belangrijk vindt merk ik pas hoeveel werk daarachter gaat zitten. Het Boek merkt dan ook terecht op dat je je minions moet belonen voor het toegankelijk maken van hun kennis. Kennis die je niet kan vinden is niets waard. En stimuleer ze ook om elders kennis op te doen want dat gutst allemaal je zaak binnen.

10.1.3 Typen kennismanagementsystemen

…een beetje een maffe paragraaf. Laten we met het voordeel van de twijfel zeggen ‘het domein “kennis” is heel breed’.

10.2 ondernemingsbrede kennismanagementsystemen

Oooh, 10.1.3 was meer een inleiding op de rest van het hoofdstuk, waarin we de drie typen kennismanagementsystemen (die qua doel en werking zover uit elkaar liggen dat die categorisering voor mij voelt alsof je amoebes, romanfiguren en inwoners van Nieuw-Zeeland groepeert als ‘drie typen persoonlijkheden’) verder gaan bekijken, en we beginnen met ondernemingsbrede systemen.

Ik had dit natuurlijk kunnen weten door eerst de inhoudsopgave te lezen zoals je dat leert bij Nederlands maar ik laat me graag verrassen.

Ondernemingsbrede systemen proberen te werken met drie typen kennis:

  1. formele documenten en zo (rapporten, handleidingen)
  2. semigestructureerde documenten en zo (e-mails, telefoontjes, forums)
  3. wat er in de bolletjes van je mensen zit.
10.2.1 Contentmanagementsystemen

Gestructureerde kennis is expliciete, ‘officiële’ kennis, zoals die is vastgelegd in documentatie. Semi- en ongestructureerde kennis is het geheel aan e-mails, memo’s, presentaties, en andere media waarin kennis besloten ligt maar die niet in de eerste plaats bedoeld waren om kennis mee op te slaan voor het nageslacht. (Elke docent die zegt ‘de sheets horen tot de stof’ snapt niet hoe je goede sheets maakt.)

Contentmanagementsytsemen kunnen zowel met gestructureerde als semi-gestructureerde kennis omgaan, en vaak ook nog met systemen van buiten het bedrijf, zoals externe databanken.

Belangrijk is het classificeren in nuttige categorieën zodat kennis op een praktische manier bij elkaar gevonden kan worden.

Verder bestaat Reddit en kun je je werknemers trainen via MOOC’s. Ik geloof dat ik de revisie van 2015 heb gevonden.

10.3 KEnnissystemen voor de individuele kenniswerker

Kenniswerkers hebben als verantwoordelijkheden het maken van nieuwe kennis en het zorgen dat nieuwe kennis van buiten de organisatie in komt. Kenniswerkers zijn dol op voicemail, dikke computers en googelen. Het is heel koddig om te lezen hoe de schrijvers net niet snappen hoe een techneut werkt. Maar managers aller landen, tattoeer het volgende achterstevoren op uw voorhoofd zodat u het elke ochtend in de spiegel kunt lezen:

Kenniswerkers zijn duur: het verspillen van de tijd van een kenniswerker is gewoon zonde van het geld.

Dus geef ons dikke computers en een absoluut minimum aan vergaderingen, liefs en kusjes, jullie kenniswerkers.

Noot van de redactie: omdat ik het samenvat-stadium heb verlaten en het stampen-voor-tentamen-stadium in ben gegaan eindigt hier onze reis door Het Boek. Dank voor jullie gezelschap onderweg, het heeft me zeer gesteund.