Stelt

Apr 26 2016

Ik zing mee met een projectje van een leuke kennis, wat betekent nieuw koor, nieuwe mensen, wat betekent opmerkingen over mijn lengte.

(Ik heb een score van bijna 100% wat betreft opmerkingen over mijn lengte zodra ik me in een groep bevind. Voor wie mij alleen virtueel kent: ik ben een meter negenennegentig, stel je een heel lange vrouw voor en tel daar tien centimeter bij op.)

De meeste noem ik niet eens meer thuis, want dan blijf je bezig. Maar af en toe is er een semi-originele. Soms is dat leuk. Meestal is het semi-origineel omdat de meeste mensen een redelijk ontwikkelde sociale thermometer hebben en niet tegen een wildvreemde dingen zeggen als

“Goh, vind je het niet heel erg om zo lang te zijn? Zou je niet liever kleiner zijn?”

Als je zelf ook een niet zo goed ontwikkelde sociale thermometer hebt, vervang ‘lang’ hierboven dan eens door ‘dik’ of ‘zwart’, misschien helpt dat.

Meestal antwoord ik iets in de trant van ‘ik weet niet beter’, en dat is ook zo, ik ben al m’n hele leven lang. Maar dat antwoord bevredigt natuurlijk niet. Dus exclusief voor jullie, lieve lezers, mijn zielenroerselen over mijn leven, de permanente hoogtestage.

Het belangrijkste om je te realiseren vis-a-vis de verticaal overmatige medemens is: lengte is een sociale parameter. Want wanneer is iemand lang? Als de meeste mensen korter zijn. Mijn lengte zegt dus niet zoveel over mezelf, maar vooral iets over de groep mensen waar ik me in bevind. (Die zonodig wilden stoppen met groeien.)

En dat is ook waarom ik niet zoveel kan met vragen als “hoe is het nou om lang te zijn?” Want het gaat over iets buiten mij om. Het zegt niets over mij als persoon.

Lang zijn heeft fysieke gevolgen, zoals een grotere kans op rugklachten. Daar heb ik gelukkig geen last van. Dus daar houd ik me ook niet mee bezig.

Wat overblijft, en waar ik niet omheen kan, zijn de sociale en economische context van het lang zijn.

De economische context van lang zijn is dat je niet interessant bent voor het overgrote deel van de bedrijven en voor de overheid. Dat betekent dat tenzij je zelf bewust actie onderneemt je bed te kort is, je voortdurend tegen de lamp loopt, je in een dubbeldekker niet rechtop kan staan en je in de bus niet met je voeten bij de grond komt want je knieƫn zitten op tiethoogte tegen de stoel voor je geklemd en je onderbenen bungelen daaronder.

Dus lange busreizen, daar begin ik echt niet meer aan (nog afgezien van dat ik wagenziek word). En als ik naar een hotel ga neem ik een slaapzak mee want ik heb een grafhekel aan kiezen of ik het koud wil hebben aan de onderkant of de bovenkant. Is dat beperkend? Mwah… hoe vaak maak jij een lange busreis?

Thuis heb ik een deken van 2,20 bij 2,40 helemaal voor mezelf. Die draai ik een kwartslag zodat de 2,40 in de lengterichting ligt. Dan kan ik er precies languit onder.

Over kleren kopen kan ik kort zijn (ha, ha): ik haal alles bij de webwinkel van Long Tall Sally. Soms heb ik een miskoop. Soms ben ik ergens blij mee. Dat zal niet veel verschillen van de ervaring van iemand met een reguliere maat. Positief is dat ik zonder ooit in de verleiding te komen door de stad kan lopen, want ik pas het toch allemaal niet. Negatief is dat Long Tall Sally geen goede sportkleding heeft en al helemaal geen zeilpakken, fietsbroeken of andere outdoor-belangrijkheden. Dus als dat je hobby’s zijn eindig je met blote enkels en polsen. Blegh.

(Ik loop overigens al vier maanden in dezelfde broek, dat wil zeggen, in een van drie identieke broeken. Heb ik nog niemand over gehoord.)

Dan het sociale aspect. Dat is wel een dingetje.

Ik werd gepest op school, maar ik was niet alleen lang, ik had ook een beugel EN een bril EN curieus modegevoel EN had alle boeken in de hele school gelezen EN luisterde bijna alleen klassieke muziek EN viel over m’n eigen benen EN vond kinderen eigenlijk maar stom, met volwassenen kon je tenminste een intelligent gesprek voeren (soms). Tsja, hoe groot is de factor ‘lengte’ dan nog? Ik denk dat ik ook als nerdje van 1,70 wel moeite had gehad.

Dat je wordt nagestaard merk je op een gegeven moment niet meer.

Dat mensen je als ontmoetingspunt gebruiken (“waar sta je op het festivalterrein?” “Bij Anna!” “Ah dan zie ik jullie!”) is alleen irritant als je naar de wc moet. En je hoeft nooit iemand te zoeken, ze vinden jou wel (handig, als bijziende).

Groepsfoto’s. Argh.

Die keer dat ik zonder map moest zingen bij een tv-opname van mijn koor, want dat stond niet mooi.

Die andere tv-opname waar de camera gleed langs hoofdje hoofdje hoofdje schouders hoofdje.

Dat stuk waar ik na de stemauditie alsnog werd afgewezen omdat ze ‘echt kinderen’ wilden hebben en er drie meisjes die ouder waren dan ik werden gekozen.

Dat concert waar ik tussen twee podiumdelen mocht staan, waar precies ruimte was om stokstijf te staan en je heerlijk met je panty (best lastig, panty’s vinden) kon blijven haken, en mensen oprecht verwachtten dat ik daar blij mee zou zijn. (De juiste manier van een lange sopraan kwijtmaken in een groot koor is deze: zet haar op de tweede rij. Zet recht achter haar niemand op de derde rij. Succes gegarandeerd: zelfs m’n ouders vonden me niet meer.)

Het spoor van omhooggeschroefde bureau’s dat ik achterliet toen ik veel van team wisselde op het werk, en de mensen die niet snapten dat ik niet even ergens anders kon gaan zitten als dat hen beter uitkwam.

En natuurlijk de mensen die je naroepen op straat, de bestuurders die naast je komen rijden, een raampje naar beneden draaien en persoonlijke dingen gaan vragen, de moeders die hun kinderen gaan uitleggen dat een meisje soms geboren wordt als jongetje en dat dokters dat beter kunnen maken, de wildvreemden die van je willen weten hoe je in hemelsnaam blij kunt zijn met wie je bent.

Maar lieve mensen, dat heeft toch niets met mijn lengte te maken.

Dat is omdat kleine mensen soms gewoon hun mond niet kunnen houden.

No responses yet

Older »