Nederlands Kustpad – deel 2 (Breskens – Domburg)

Mijn oorspronkelijke plan was drie dagen lopen, en vier als het echt leuk was. Ik had drie overnachtingen geboekt in Breskens (de eerste nacht was vòòr de eerste loopdag) want ik dacht voor Zeeuws-Vlaanderen twee dagen nodig te hebben. Voor de eventuele vierde nacht had ik gezien dat er even voorbij Domburg een jeugdherberg is in een gruwelijk mooi oud kasteel, leek me tof.

Die jeugdherberg is er nog, alleen op dit buitenseizoense moment zijn ze doordeweeks niet open. En ik wilde niet terug naar Breskens want het OV in Zeeland is een uitdaging. Gelukkig vond ik een fijn adres via Vrienden op de Fiets, 1 km van de route af in Domburg. Dat betekende een etappe van 25km. Die van 30 van gister was goed te doen dus dat leek me geen probleem.

De ochtend begon met het veer van Breskens naar Vlissingen. Op een holletje, want mijn kaartenapp had optimistisch uitgerekend dat ik 4 minuten zou doen over 800 meter en ik was te slaperig om daar kritisch over te doen. Zondag, van Vlissingen naar Breskens, mocht ik naar een enorme foto van onze koning kijken, vandaag was het de koningin.

Tijdens het lopen naar de pont nam ik de pijntjes door. Geen blaren, een beetje zeurende pees bij m’n rechterenkel maar toen ik wat opgewarmd was was dat ook weg. Al met al best ok voor 30km op de teller.

In Vlissingen loopt het pad over de zeesluis, wat supercool is. Vervolgens verder over de boulevard, langs vele tentjes die allemaal dicht waren (sommige vanwege het seizoen, sommige omdat het voor tienen was). Het was heerlijk zonnig en ineens miste ik mijn moeder, die gewoon ergens binnen zou lopen en ze ervan zou overtuigen dat ze a) open waren en b) serveerden op het terras waar je c) vanaf nu mag roken. Ik ben niet zo assertief. Dus ik liep maar verder, langs een miljoenmiljard beelden, monumenten en bijbehorende bordjes. Ik werd er een beetje melancholisch van. Er zijn DUIZENDEN soldaten omgekomen op de kust van Walcheren. Goed om af en toe bij stil te staan.

Na Vlissingen gaat het Kustpad de duinen in. Laat me je iets vertellen over de duinen van Walcheren. Ze zijn smal. (Regelmatig maar één duin breed.) En ze zijn hoog. Als in trappen in plaats van paden want paden zouden te steil zijn. Ze zijn heel mooi. En er zijn masochisten die er kilometers lang overheen lopen met voor drie dagen eten op hun rug. Ik kreeg het er goed warm van, maar mijn rugzak zat net écht lekker en dat wilde ik niet zomaar opgeven, dus ik hield m’n jas aan.

Na 15 kilometer kwam ik in Zoutelande, waar zowaar! Iets! Open! Was! Het was lunchtijd, maar ze hadden voor mij niets te eten (geen probleem, ik heb eten zat, het leek me gewoon beleefd om iets te bestellen). Dus ik deed een wereldrecordpoging langzaam koffiedrinken terwijl ik genoot van de wifi. Toen bleken ze ook heerlijke thee te hebben. En ik ben twee keer naar de wc geweest, omdat het zo fijn was dat het kon.

Van het stilzitten ging m’n pees weer zeuren, dus haalde ik heel volwassen en verstandig een pak ibuprofen bij de supermarkt (de drogisterij was, je raadt het al, nog niet open).

Na Zoutelande liep de route voor het eerst echt over het strand. Heerlijk! Het was opkomend tij, maar het water stond nog laag genoeg dat ik onder de paalhoofden langs kon lopen. Paalhoofden zijn de rijen paaltjes die van de duinen richting zee staan om de golven te breken en zo het duin te beschermen. Ze lopen door tot boven de vloedlijn en de paaltjes staan te dicht bij elkaar om makkelijk tussendoor te kunnen, dus ik was erg blij dat ik onderdoor kon.

Het was erg rustig op het strand, met hoogstens een twintigtal wandelaars met honden. Één grote donkere Duitse herder kwam op me afgestormd en luisterde de eerste zes keer niet naar het geroep van het baasje. Omdat ‘ie zo donker was kon ik niet zien of hij wilde spelen of het strand wenste te zuiveren van Utrechtse invloeden, dus ik beleefde een paar gespannen momenten. (Hiermee bedoel ik dat ik doodsangsten uitstond en bijna over een rij paalhoofden was gesprongen, ik probeer volwassen over te komen.) Gelukkig luisterde de hond toen hij tot een meter of tien genaderd was alsnog en kwam ik met de schrik vrij. Even later deed ik mijn dagelijkse sokwissel. Daar spotte ik drie kleine blaartjes, die ik nog niet gevoeld had, maar toch maar afplakte want als je weet dat je ze hebt ga je ze ook voelen.

Na het strandintermezzo volgden er nog twee kilometer duinen waarna de route afboog, door Westkapelle en het polderlandschap erachter. Ik snap wel waarom de routemakers dat doen: “begin in Cadzand en volg de duinen of zeedijk tot Bad-Nieuweschans” is een vrij summiere routebeschrijving die niet iedereen zal bevallen. Maar ja, mij wel. Er zaten zeker zeer wandelwaardige stukken tussen, absoluut genieten, maar ik wilde gewoon terug naar de zee. Ik was wél heel blij dat de route langs de magnifieke vuurtoren van Westkapelle kwam, wat mijn vuurtorenobsessie weer voor weken heeft gevoed.

Om te bewijzen dat ik er heuswerkelijk was heb ik m’n voet er voor jullie in gefotosoept:

De route ging voor het eerst voor een langere periode over wegen met motorverkeer. Dan loop ik normaal altijd links, als een brave wandelaar. Alleen loopt daar de weg naar links af. Net als zo’n beetje de hele route doet omdat daar nou eenmaal de zee is. Mijn zeurende pees heeft hier genoeg van, dus besluit ik rechts te lopen, waar de weg naar rechts afloopt. De Duitse grijsaards op e-bikes die me met regelmaat rakelings passeren lijken het wel best te vinden gelukkig.

Ik doe expres rustig aan want mijn gastvrouw komt om half zes thuis. Om kwart over vijf leg ik in Domburg mijn zitmatje op de grond, Koekiemonster als voetenkussen een meter verderop, en knaag zeer tevreden twee nog verrassend frisse wortels weg.