Reclame

Normaal maak ik reclame voor Kakelbont, u weet wel, de leukste boekwinkel in Utrecht met het vriendelijkste personeel. Ze bestellen ook met plezier filosofieboeken en ondertussen mag je je vergapen aan Prinzessin Lilifee-puntenslijpers, een ervaring die ik niemand zou willen ontzeggen.

Verder is het meerdere mensen opgevallen dat ik er tegenwoordig Zo Netjes Uitzie. Dat komt omdat ik sinds kort kleren draag. Hiervoor, voelt het nu, was het meer alsof ik en een hoeveelheid stof min of meer bij toeval min of meer dezelfde ruimte innamen. Tegenwoordig verkoopt Long Tall Sally echter mooie broeken in lengtemaat 38* en, zoals Elizabeth tegen Mr. Darcy zei, nou ja, onder de omstandigheden doen we het daar maar mee.

Ik krijg hier geen geld voor, trouwens, en ook geen waardebonnen of liefde of snellere levering (de levering is trouwens erg snel). Ik kan dan ook zonder scrupules de nadelen noemen:

1. Al die consultancybanen die mensen op straat je blijven aanbieden omdat je in zo’n mooi pak loopt. Ik heb niet eens een rijbewijs, dus die colonne van leasebakken met grote roze strikken er omheen is vooral irritant.

2. 90% van hun kleding zit zo’n beetje even comfortabel als een pyjama. Een passende pyjama, dus. Ik val nu voortdurend overal in slaap, maar dat schijnt te wennen.

3. De maatvoering. Mijn maat is namelijk “small”. Zelfs na een half leven het verschil tussen “lang” en “groot” uitleggen geeft dat je wel een vreemd gevoel bij het bestellen.

In ieder geval, voor alle vrouwen met lengtemaat 34 of hoger: Long Tall Sally. Warm aanbevolen. Vanaf volgende week nog warmer, dan heb ik voor het eerst sinds 1998 een jas met mouwen die lang genoeg zijn. (En omdat we Nederlanders blijven: kijk vooral ook bij de clearance!)

*Als je echt 38 nodig hebt moet je de corduroy trouwens maar overslaan. Die zijn (te) kort.

Witte zwanen, zwarte zwanen: Popper en het inductieprobleem

(Voor wie vogels wil, geen filosofie: hier zijn de mooiste.)

Vandaag (en de komende weken) ging het op college over het inductieprobleem. Het inductieprobleem is iets waar je tegenaan loopt als je op basis van een beperkte hoeveelheid informatie algemene dingen wil zeggen. Bijvoorbeeld: ik heb heel veel witte zwanen gezien, en nog nooit eentje die niet wit is. Dus alle zwanen zijn wit!

Tot ergens in de 18e eeuw zou geen Europeaan geknipperd hebben over “alle zwanen zijn wit”, want zwarte zwanen komen uit Australie en waren hier toen nog niet bekend. Tegenwoordig weten we dat er zwarte zwanen zijn, al hebben veel mensen er nog nooit eentje gezien. En zo blijkt: het kan wel waar zijn dat alle zwanen die je gezien hebt wit zijn, en misschien zijn dat er wel een miljoen – dat zegt niet dat de volgende zwaan die je zal zien ook wit is!

Dit is nogal een probleem, want het geldt niet alleen voor zwanen maar voor al onze waarnemingen. We kunnen nooit alle verse druiven die ooit hebben bestaan doorsnijden om te testen of een druif nat is van binnen. Mogen we er dan wel op vertrouwen dat de volgende druif waar we in bijten van binnen nat zal zijn?

Bijna iedereen die geen wetenschapsfilosoof is vindt van wel. In de praktijk blijkt namelijk dat het bijna altijd zo is. En als het een keer niet blijkt te kloppen (zoals met de Australische zwaan), dan merk je dat op en corrigeer je je theorie. Niemand stapt in het vliegtuig met de gedachte “ik hoop maar dat de natuurwetten tijdens de vlucht hetzelfde blijven”.

Alleen is het idee van wetenschap dat het beter zou zijn dan zeggen “het ging altijd zo, dus nu zal het ook wel”. We zouden eigenlijk moeten weten wanneer je mag generaliseren en wanneer niet.

Mijn filosoof van de dag is Karl Popper, en hij vond dat het gewoon nooit mag. Het inductieprobleem, zegt hij, is eindeloos, we komen er helemaal nergens mee. Als je dingen echt zeker wilt weten moet je iets anders bedenken.

Popper komt met een stappenplan: men neme een idee. Maakt niet uit wat voor idee. Je mag het ook bedenken waar en wanneer je wilt (in bad bijvoorbeeld). Vervolgens ga je bekijken wat de consequenties van dat idee zouden zijn. Bijvoorbeeld: als alle zwanen wit zijn, is een ding dat groen is geen zwaan, en als iets een zwaan is is het wit! Als nu blijkt dat geen van die consequenties met elkaar in tegenstelling zijn ben je al een stap verder: je theorie is in ieder geval niet met zichzelf in tegenspraak. Grote vreugde!

Dan moet je natuurlijk nog even checken of je idee wel nieuw is, anders voegt het niks toe, maar dat is meer boekhouden. Het leuke werkt begint nu pas: testen of de consequenties van de theorie kloppen. In het geval van onze theorie pak je dus eerst een hoop groene dingen en controleert die op zwaan-heid. Allemaal geen zwaan? Mooi, volgende test.

Als volgende stap grijp je een kluit zwanen, laat iemand foto’s maken, en terwijl je in de wachtkamer van het ziekenhuis je tijd verdoet totdat de dokter je heeft opgekalefaterd (volgende keer nemen we meerkoeten) bekijk je die foto’s om te zien of al je testzwanen wit zijn. Als daar een zwarte zwaan tussen zat weten we nu absoluut zeker dat onze theorie niet klopt, en noemen we deze gefalsificeerd. Is dat niet het geval, dan…

…dan hebben we een theorie die nog niet gefalsificeerd is.

Dat is het grote nadeel van Popper: eigenlijk weet je aan het eind van de rit alleen maar een hoop dingen die absoluut niet zo zijn, en had je dus net zo goed naar een lezing van Deepak Chopra kunnen gaan. De theorieën waarvan we nog-niet-kunnen-zeggen-dat-ze-niet-kloppen worden wel steeds mooier en preciezer, door al dat getest van verschillende consequenties, maar er komt geen moment waarop we kunnen zeggen: dit is WAAR.

Aan de ene kant zou je kunnen zeggen dat het niet Popper’s schuld is, en we nu tenminste iets zeker weten, waar we daarvoor hoogstens valse hoop hadden. Aan de andere kant, erg bevredigend is het nou niet. En daarom gaan we op college nog een paar weken door met dit onderwerp :)

Laatste stukje Chester

Alten maken de leukste foto’s (feit).

Cornelia heeft foto’s van o.a. de vakwerkhuisjes, symbolisch herkenbaar dinges,  een van de horde artistiekerige neushoorns, de romeinse muur waarop we van appartement naar kathedraal liepen, het koor (kerkje-in-de-kerk waar we staan bij de meeste diensten), houtsnijwerk in de koorbanken, en de pedaalregisters van het orgel, waar je na de dienst het getril al op meters voelt.

En zo :)

Embedded bij de alfa’s

Uw eigenste linzenetende barokmuzieknieuwerwetsvindende salonliberaal heeft een probleem, lieve lezer. Een plaatje zegt meer dan duizend woorden (en neemt ook meer schijfruimte in, zo bevestigt de nieuwe tijd oude waarheden):

De hoeveelheid linkse hobby’s op deze tafel is niet te tellen (en dat terwijl de schrijver een nazi was). Plaatje via de iPhone van Miriam.

Nog even en ik ga ook nog van kunst en literatuur houden. Of vinden dat mijn leven meer is dan de som van de kennis die ik ondertussen opdoe. Mijn geweldige juf Nederlands draait zich om in haar graf (helaas is ze daartoe ook echt in de gelegenheid).

Ik roep altijd tegen mijn vrienden dat ze alleen (wetenschaps)filosofie moeten gaan doen als het alternatief erger is, want je houdt geen van je fijne beta-zekerheden meer over. Maar als je er stroopwafels en sparrende literatuurwetenschappers bij krijgt is het stiekem wel erg leuk.