Zo werd het avond en morgen, de eerste dag

Het gaat al best aardig met mijn Britsheden-checklist. Tot nu toe heb ik gehad: dames in te strakke leggings, dames in te korte broekjes, de Big Ben, de London Eye, Westminster Abbey, Westminster Cathedral, een kudde dames met esthetisch gezien tamelijk onfortuinlijke hoedjes, meneren in rokkostuum, Trafalgar Square, redelijk wat metrostations, goeie thee, een kudde kindjes in uniform (een onverwacht genoegen gezien de vakantietijd), cricket in het park, een complete stamboom aan ceremoniële pakjes, slapende meneren in de Starbucks, de Thames, politieagenten met hoge helmen, de Royal Society, en meneren die te paard en met een bontmuts op een heel lelijk gebouw bewaakten. En daarna ging ik maar eens inchecken in het hostel.

Deze vrijdagochtend huppelde ik om 5:42 de trein naar Rotterdam in, alwaar er kon worden overgestapt op de trein naar Brussel, waarvandaan de Eurostar iemand indien gewenst en voorzien van de juiste papieren aflevert op London St. Pancras, waar het goed overstappen is op de metro, die een luttele 842 yards (binnen in het station niet meegerekend) van het British Museum stopt, waarnaast de Astor Museum Inn gelegen is. Die moet je dan nog wel zien te vinden want het bordje is nogal klein en de huisnummering, euh, logisch, maar dan op een bijzondere manier.

De sleutel van het bagagehokje zit aan een twee meter lange pluchen krokodil. Dat zegt eigenlijk wel alles.

Vandaag was mijn enige verplichting, naast eten (het is hier best wel een beetje de veganisten-hemel) en slapen, het ophalen van twee togen bij Watts & Co., kleermakers van o.a. de aartsbisschop van Westminster en mijn koor. In hun winkel worden ook de gewaden gemaakt: het geheel ziet er een beetje uit als een kruising tussen een puberkamer en de sacristie van een kathedraal tijdens de Goede Week: keurige vitrines met prachtig liturgisch vaatwerk langs de muren, religieuze kunst (van het goede soort) ertussen, 19e-eeuwse tafels… vol met rollen stof, kazuifels links, rechts, en midden, stapels altaardwalen, en een algemeen gevoel van chaos. Misschien georganiseerd, dat was niet helemaal duidelijk.

Aan de hoofdruimte (formaat twee keer mijn studentenkamer) zit netwerk aan kleine kamertjes. Uit een daarvan kwam de kleermaker die onze togen had gemaakt, inclusief meetlint om de nek. Hij bleek ook de togen van het kathedrale koor van Haarlem gemaakt te hebben, een eeuwigheid geleden – ik loop dus al zeventien jaar in de togen van dezelfde kleermaker rond, dat was wel een erg leuke ontdekking.

Ondertussen hang ik op een kamerbrede bank met drie slapende Australische jongetjes. Ik heb maar drie boeken gekocht en ga zo het volgende vega-restaurant uitproberen. Het bevalt wel tot nu toe :)

Ik heb niet zo heel veel geslapen dus coherente verhalen en foto’s komen nog!

Wat is een registrant?

Ik schrijf hier even een blogje over zodat ik ernaar kan linken :)

Het is zomer, en dat betekent orgelconcertseizoen! (Orgelconcerten zijn in de zomer omdat je in de winter door de grotere temperatuurswisselingen ontzettend vaak moet stemmen (dat duurt uren) en, niet onbelangrijk, het publiek de kerk uit vernikkelt.) Orgelseizoen betekent ook dat ik ineens weer iets anders kan eten dan macaroni met ketchup of rijst met zelfgekookte bruine bonen, want dan klauter ik één tot drie keer per week naar een orgel om te registreren. En daar krijg ik geld voor (soms veel).

Wat doe je dan daarboven, wil men weten? Blaadjes omslaan?

Ja, en “aan de knoppen trekken”. Het geval wil namelijk dat je bij een orgel niet harder en/of zachter kan door harder en/of zachter op de toetsen te rammelen, zoals bij een piano. In plaats daarvan heb je series pijpen (ik heb alle grappen al honderd keer gehoord, maar ga als je het niet kunt laten gerust je gang) die “registers” worden genoemd. Elk register heeft voor elke toets op het klavier een pijpje. Die registers kun je in- en uitschakelen om de klank van het orgel aan te passen, en op momenten dat de muziek dat wil terwijl de organist twee handen aan het klavier heeft doet de registrant dat.

Dit is de speeltafel van mijn favoriete orgel:

Hieronder zitten nog de pedalen waar de organist met z’n voeten op speelt. Die rijen knoppen links en rechts van de klavieren zijn de registerknoppen: elk register een knop, uitgetrokken betekent dat ‘ie aan staat. (De kleine witte knopjes zijn voor als je HEUL snel dingen moet veranderen: die kan je uittrekken zonder dat je iets hoort, en dan alle uitgetrokken knopjes met een extra pedaal tegelijkertijd inschakelen.)

Er is nog veel meer te vertellen, maar dat zal ik bewaren voor een andere keer :) Als je ooit lego of meccano of zoiets leuk vond: grote kans dat je orgels ook leuk vindt.

In ieder geval, wat ik dus moet doen is op het goede moment knopjes indrukken en/of uittrekken. Ik weet wanneer doordat de organist dat erbij schrijft in de muziek (bijna ieder orgel is uniek, dus de componist doet een suggestie en de organist past dat aan voor het orgel waar hij op speelt). En ik krijg er (soms) een smak geld voor omdat a) het schijnbaar lastiger is dan het lijkt (ik doe het sinds m’n elfde, het went) en b) een registrant een uitvoering zeer grondig kan verpesten als ‘ie niet weet wat ‘ie doet (stel dat in een orkest ineens de trompetten de vioolpartij gaan spelen – zo zou het kunnen klinken als ik de verkeerde knop pak) dus zijn we waardevol :)

Nu ja. Dit is dus wat ik doe, ‘s zomers. Stuk leuker dan druiven plukken denk ik, al word je er wel minder bruin van.

Wetenschappelijke geletterdheid: disclaimer + prijsvraag

Eerst even dit:

In de komende posts ga ik u ervan proberen te overtuigen dat kennis van de vorm en inhoud van de natuurwetenschappen, en dan met name de astronomie, fysica en biologie, volslagen noodzakelijk is voor de maatschappij in het algemeen en uw persoonlijke vervulling en levenschgeluk in het bijzonder.

Logische conclusie zou dan zijn dat ik ook vind dat die vervulling en dat levensgeluk niet te verkrijgen zijn zonder kennis van etcetera. Met daarbij impliciet dat ik die kennis heb en u (misschien) niet (deze stukjes worden voornamelijk gelezen door mijn sociale omgeving, en die ziet er statistisch wat anders uit dan de algemene bevolking, natuurlijk).

Met andere woorden: ik zou iets zeggen van “als je X doet ben je beterder, en overigens, ik ben X – dus…” maar dat bedoel ik niet (eerlijk!). Ik zou het reuze leuk vinden als er wat meer mensen op mij zouden lijken (als we het toch over levensgeluk hebben, hoe voelt dat nou, een lange broek kunnen kopen bij de V&D?) maar dat is niet het idee van deze exercitie: ten eerste weet ik bijzonder weinig (dat verberg ik door bijzonder veel te praten over dat weinige ;) ), ten tweede is er een grote kans dat u beter bent in betadingen dan ik in alfadingen, en zou ik er, afgezet tegen de populatie, dus dommer op worden. Dat lijkt me een goede ontwikkeling.

Ik wil ook niet zeggen dat beta belangrijker is dan alfa en gamma. WEL dat we aan het leren van alfa en gamma veel meer doen – expliciet, dan. Impliciet doen we een hoop. Een baby in de wieg ligt al wetenschap te bedrijven, dat zie je gebeuren: gezwaai met armpjes, en dan die blik van “okee, dus als ik -dit- doe in m’n hoofd gebeurt er -dit- met m’n lijf”. Wij onderbreken dit empirisch proces en gaan verhaaltjes lopen vertellen. Is ook belangrijk. Maar we hebben op beta-gebied nogal een inhaalslag te maken. En daar gaat deze serie over.

Tenslotte! Mocht u zichzelf als alfa identificeren, en vinden dat er een paar dingen zijn die ik door mijn onfortuinlijk betaschap (ik was er zo een die op de basisschool al duidelijk niet meer te redden was) ben misgelopen, vertel het! En dan zal ik het gaan leren ook. Beloofd. Het leukste idee krijgt een geheel verzorgde spoedcursus speciale relavititeitstheorie op een servetje bij de LaPlace.

Wetenschappelijke geletterdheid: inleiding

Bent u “hoger opgeleid”? Gefeliciteerd! Dan wint u bij deze een boek. Een willekeurig boek, in het Nederlands.

Op het moment dat ik u dat boek geef weet u binnen vijf seconden wie de auteur en wat de titel is. Als ik dan vervolgens thee ga zetten of zo, en u wat tijd heeft om verder te kijken, kunt u er binnen een minuut ook achter zijn of het hier om Hoge Literatuur, science fiction, non-fictie of een bouquetroman gaat, uit welke periode het komt, en wat een paar van de hoofdlijnen van het plot (indien aanwezig) zijn.

Kort gezegd, u kunt Karel ende Elegast prima onderscheiden van Maanlicht en Hartstocht en dat vindt niemand raar. Sterker nog, als u dat niet kon zouden we u dom vinden.

Wat men zich vervolgens niet realiseert is hoeveel je eigenlijk moet weten om dat te kunnen. Niet alleen het begrip van de woorden, maar ook hoe de taal door de jaren veranderd is, wanneer iets feitelijk is en wanneer verhalend, en ook wanneer het puur het verhaal zelf is waar het om gaat of dat de auteur ook nog iets groters duidelijk probeert te maken. Allemaal geen probleem voor de hoger opgeleide.

En wat kunt u op beta-gebied, als u van de middelbare school komt? Rekenen met de wetten van Newton. Opzoeken welke zouten samen neerslaan en welke in oplossing blijven. Iets met dominante en recessieve genen, en hoe je controleert voor één variabele in een onderzoek. Daar wordt door heel veel leerlingen heel hard aan gewerkt (respect, jongens (m/v)) maar erg ver kom je er niet mee. En dat alleen nog voor de helft van de VWO’ers en een derde van de havisten (die met een natuurprofiel).

We zien elke maand de maan vol worden en weer verdwijnen, we maken ons druk om kerncentrales en 130 rijden op de snelweg, we slikken ginseng en nemen een sapkuur, en we hebben geen flauw idee hoe het werkt, wat het betekent, of het goed is of niet.

Nu lijken mensen het idee te hebben dat als je op de middelbare school gevraagd wordt om niveau X te bereiken in een verplicht “groot” vak, en niveau Y in een ander, dat X en Y dan wel van dezelfde orde zouden zijn. Dat is niet zo. Het perspectief van een Neerlandicus zal enigszins anders zijn, maar op taalgebied komen we een heel eind. Op beta-gebied zijn we kleuters.

U heeft, en dit zeg ik met de overtuiging van iemand die 11 jaar bijles heeft gegeven aan hopeloze gevallen, de capaciteit om VEEL meer te begrijpen op beta-gebied. Wat u zou moeten weten en kunnen, waarom u dat zou moeten weten en kunnen, en hoe we gaan zorgen dat de samenleving dat weet en kan, daar gaan de komende posts over.