Ely: maandag

Maandag om 11 uur (lokale tijd) begon onze week kathedraal gekweel officieel: uit alle windrichtingen (nou ja, voornamelijk het oosten) verzamelden de leden van de European Cathedral Singers zich voor de ingang van de kathedraal van Ely.

De ECS is een van de koren van de RSCM, de Royal Society of Church Music. Officieel is dit een internationaal en eucemenisch orgaan, in de praktijk is het eigenlijk Brits en Anglicaans. Maar er is een afdeling “Noord-west Europa”, die samenvalt met het Anglicaanse aartsdekanaat Noord-west Europa (wat weer een stukje is van het bisdom Gibraltar. Dat is uw bisdom. Dan weet u dat). Elk jaar verzamelt een clubje RSCM-leden uit die regio zich in een koor dat een week gaat zingen in merry mother England, en dat zijn dus de European Cathedral Singers (daarnaast zingen we ook nog wel eens een dienst hier of daar op ons eigen teritorium, maar niet heel vaak).

Bijna alle ECS-leden zijn lid van een kerkkoor elders, en iedereen neemt de kleding van zijn eigen koor mee om in te zingen. Natasha en ik hebben de keus uit paars en rood (in Amsterdam doen we aan toog-hoppen), dit jaar zijn we paars. Verder lopen er mensen in het lichtblauw, helderblauw, donkerblauw, zwart en twee soorten rood. Visueel een vrolijke boel dus.

Het nadeel van een koor dat de hele Benelux beslaat is dat bij elkaar komen om te repeteren nog niet meevalt. Dat doen we dan ook maar drie keer (twee keer in Nederland en een keer in Belgie). Gevolg is dat we op reis veel moeten repeteren, en het ook even wennen is om met elkaar de goede balans te vinden. Tel daarbij een volledig nieuwe ruimte en een dirigent die niet voor iedereen de primaire dirigent is bij op en je begrijpt waarom de priesters vandaag “Oh, that was very good for a first day!” zeiden :)

Monday 1 August:
Office Hymn 208
Preces: Heathcote Statham
Psalms 6, 7, 8
Canticles: Walmisley in D minor
Anthem: The Lord hath been mindful – S.S. Wesley (from Ascribe unto the Lord)

Rustdag

Zondag werd ik ondanks mijn nachtelijke avonturen met de leuke Italiaan voor de wekker wakker en ging voor het ware Engeland-gevoel een uurtje in de rij staan voor treinkaartjes. Helaas waren nog heel wat meer mensen op zoek naar deze ervaring en ik wist niet precies hoe lang de reis naar de andere kant van de stad zou duren, dus ik ging zonder kaartjes weg.

Ik was van plan naar de mis te gaan in de Brompton Oratory, dat is een klooster-achtige woongemeenschap voor priesters. Ik verwachtte een bescheiden kloosterkapel. Het bleek een kerk met minstens 800 zitplaatsen, waarvan 2/3 vol (bij de 2e van 3 missen die dag: de “familiemis”, barstend van de kinderen). Ik had nog een half uurtje over dus kon ik mooi nog in het ernaast gelegen Victoria & Albert-museum over middeleeuwse manuscripten kwijlen (ze zaten achter glas, gelukkig). Het V&A heeft ook een design-afdeling, maar Japanse schoenmode leek me wat minder geschikt voor de zondag.

De hoogmis was waarschijnlijk liturgisch en muzikaal gezien de mooiste die ik ooit heb meegemaakt (voor de liefhebbers: Asperges me, Latijns ad orientem NO, drie lezingen, drie heren, communiebanken goed in gebruik, canon 1, credo 3, synchroongegenuflecteer, kwaliteitsgesmijt met biretta’s, proprium Gregoriaans). Het koor (profs) zong prachtige polyfonie en de preek was uitmuntend. Dat alles met een smaakvol minimum aan kant, maximum aan wierook, en gewoon geen gedoe.

Na de mis ontmoette ik Deborah die een paar banken achter me had gezeten (25 of zo, het is echt een aardig ruim kapelletje). We hadden de perfecte zondag: lunch bij een andere vestiging van Saf dan die van gister (deze zat in een bio-supermarkt, waar ik enigzins onzondags nog wat eten insloeg voor Ely en tegen mijn mede-Utrechtse Everarda aanliep die net had lopen contempleren dat deze winkel echt iets voor mij zou zijn, hoe gek zit de wereld soms in elkaar) waar we ons volledig vol-aten aan Japanse noedels en gevulde druivenbladen en veganistische tiramisu en kwarktaart. Vervolgens buikten we uit op de binnenplaats van het V&A met espresso en witte wijn, namen een jaar aan katholieke roddels door, deden aan tevreden stiltes en draadloos internet en kijken naar de in de fontein spelende kindjes, en genoten gewoon van het Sabbat-gevoel.

Helaas moest ik nog met ongeveer een maand aan vegasnacks, twee togen + superplies, negen schone onderbroeken, drie studieboeken en voor zeven diensten bladmuziek de halve stad door voor de trein naar Cambridge, anders was de middag vast ongemerkt overgegaan in de avond. Na een hoop mentaal gevloek mijnerzijds en wat verlangende blikken richting taxi’s werd ik resoluut met taswerk en al door twee heren van de National Express in de goede trein geparkeerd. Engeland is echt zo gek nog niet.

Ik overnachtte bij een vriend van een vriend die postdoct in Cambridge, en we praatten heerlijk tot veel te ver in de nacht over papers en begeleiders en het verband tussen denken en schrijven en plastische chirurgie zodat je weer achttien lijkt en nog een extra studie kan doen.

Al met al, zelfs met de drie-tassen-brandende-zon-episode tussendoor (en de ontdekking dat mijn telefoon sommige nummers niet wil bellen, zoals die van vriend-van-de-vriend) was het echt een heerlijke dag. In een omgeving waar je een kaart nodig hebt om de wc te vinden is het erg leuk om met oude vrienden zoals Deborah en Everarda te zijn. Verder ben ik in jeugdherberg-achtige omgevingen niet heel erg in m’n element, en al kan ik best de weg vragen en een brood kopen in het Engels, het is niet mijn taal. Maar in de Oratory praat men katholieks en in Cambridge academieks, en dat versta ik :)

Dag 2: Marmer en superheldenfilms

Op zaterdag rolde ik op tijd voor het ontbijt (8.00, dus een comfortabele 9.00 Nederlandse tijd) het stapelbed uit. Ik had om 13u afgesproken met mijn vriend David en bracht de tijd daarvoor door met door de buurt zwerven tot het British Museum open ging. Je kunt makkelijk een week rondlopen in het British Museum, maar na de dag ervoor opgevouwen in een trein te hebben doorgebracht dachten mijn gewrichten daar iets anders over, dus ik beperkte me tot de verplichte nummers (Steen van Rosetta en zo) en mijn persoonlijke liefhebberijen (het Pantheon en de oude wetenschappelijke instrumenten).

Ik ontmoette David, die me meenam naar een vegetarisch restaurant waar hij regelmatig komt (hij leest geen Nederlands maar zou graag vast genoteerd zien dat hij verder niet aan die gekkigheid doet en alleen maar rauw rood vlees eet) met een heerlijk buffet en veel exotische sapjes (mijn favoriet was iets met appel en peper). Ondertussen ken ik in het centrum van Londen meer vegetarische restaurants dan in heel Nederland.

We hobbelden wat door de stad voor de ware zaterdagmiddagervaring, waarbij ik zowaar iets kon kopen, want Engeland is een beschaafd land en heeft dus filialen van Long Tall Sally, waar 80% van mijn kleding vandaan komt (normaal bestel ik bij hen via het internet).

David zette zich op het bankje voor manvolk, slaakte keurig traditioneel wat zuchten, en droeg de aankopen, waarna we alle verkregen normaliteitspunten weer het raam uitgooiden door naar de Captain America-film te gaan. Je kunt ook niet van een IT-er en een natuurkundemeisje verwachten dat ze vijf uur over straat kunnen zonder in nerdheid te vervallen. Geweldige film trouwens, al kreeg ik er wel jeuk aan m’n neus van (geleerde les: alles is makkelijker als je een volstrekt ondoordringbaar schild hebt dat ook selectief omgaat met de wet van behoud van impuls).

Tenslotte aten we bij Saf, een absolute aanrader als je vega bent en/of van apart eten houdt. Ze hebben een klein kasje op de binnenplaats waar hun eigen kruiden groeien! Het was ook gezellig met David’s flatgenote, die middeleeuwse geschiedenis heeft gestudeerd en ook in een kerkkoor zingt. En van chocola houdt. We hadden dus wel genoeg om over te praten.

De dag werd in traditionele jeugdherberg-stijl afgesloten: ik moest van kamer wisselen omdat er een groep kwam (dat wist ik van tevoren), en werd om vijf uur ‘s ochtends aan m’n enkel getrokken omdat het bed dat ze voor me opgemaakt hadden al bezet bleek te zijn (dat wist ik niet van tevoren). Het was snel opgelost, maar best vervelend voor de eigenaar van het bed, en ik was zondag ook niet op m’n fruitigst. Maar kan wel zeggen dat ik de nacht heb doorgebracht in het bed van een knappe Italiaanse man, dat is ook weer wat.