Niveaus van nabijheid

Dat we hetzelfde adres hebben, waar maar één bed staat, dat er een rekeningnummer is voor hem en/of mij, en we niet precies weten van wie de boekenkast is, dat we bij de notaris zijn geweest voor als ik doodga of hij of wij allebei, dat ik altijd drie dagen later ook verkouden word of omgekeerd, okee.

Maar hij heeft het wachtwoord van mijn laptop, dat zegt genoeg.

Niemand weet waar de mens ophoudt en God begint, dat is als je religieus bent wel onhandig.

Voor maximale toepasbaarheid mag u in plaats van “mens” en “God” en “religieus” een benaming of definitie naar keuze invullen. Zo is een kennis van me een fervent aanhanger van het afwezig zijn van vrije wil, alleen kan ze daar in de praktijk niet zoveel mee. Niemand weet waar de persoon ophoudt en de hersenchemie begint.

(Het is in het taalgebruik ook erg lastig, wat betekent bijvoorbeeld “ik ga even komkommers halen” in de afwezigheid van vrije wil? Normaal is dat een verbalisering van een intentie, niet een voorspelling of een beschrijving, want het uitspreken van de zin an sich heeft geen invloed op de activiteit. Maar als je tot een noodlottige tocht naar de groentenboer wordt gedwongen door een samenloop van quantummechanica zou het hooguit een constatering zijn. “Ik ga blijkbaar even komkommers halen,” zou je dan beter kunnen zeggen. Alleen al daarom ben ik liever agnostisch waar het vrije wil betreft (of de dansende elektronen die mijn geest determineren maken me agnostisch, natuurlijk)).

In elk geval, niemand weet waar de mens ophoudt en God begint, en alle grote wereldreligies zijn ontstaan in een tijd waar het voortbestaan  en dus de status quo van de kleine sociale groep veel en veel belangrijker was dan de ontplooiing van het individu, en daarom hebben we nu allerlei rotzooi als dat vrouwen net een beetje minder gelijk zijn dan mannen, en mensen van buiten net een beetje minder dan die van binnen. Wanneer houden we daar nou eindelijk eens mee op?

Hans en Chrietje Titulaer

broertjes-zusjes-hema

 

Mijn geliefde Hema heeft haar* speelgoed opgedeeld in “voor de broertjes” en “voor de zusjes”. Ik heb even geturfd en kan concluderen dat ik vroeger absoluut een broertje was**.  Mijn vriendinnetjes waren ook in meerderheid broertjes, maar daar zal wel enige zelfselectie in hebben gezeten.

We doen tegen mannetjesbaby’s in de wieg al anders dan tegen vrouwtjesbaby’s. (Gek genoeg worden vrouwtjesbaby’s als fragieler behandeld, terwijl ze juist duurzamer zijn dan mannetjesbaby’s.) Om dit te faciliteren moet je natuurlijk weten wat voor model het betreft, dus trekken we ze afgrijselijke contrapties aan zodat het ondanks dat o-zo-extreem masculine kale babyhoofdje nog herkenbaar meisje is.

Wat heeft het in hemelsnaam voor nut om dat genderbewustzijn er op dag 1 al in te rammen (en er vervolgens nooit meer mee op te houden)?

Misschien is dat gewoon mijn perspectief als twee meter lange mannenfiets-rijdende IT-nerd (met een jurkje aan). Ik word ± eens per maand wel “meneer” genoemd en dat vind ik erg. Niet dat het erg zou zijn om een meneer te zijn, want dat boeit niet, maar het is wel jammer dat mijn gesprekspartner het blijkbaar niet de moeite vindt om even te kijken (ik zie er namelijk echt niet mannelijk uit).

Net zoals ik het jammer vind dat de Hema de roze spullen bij de meisjes dropt en alles waar je vies van kan worden bij de jongens, zonder even te kijken of er geen jongens zijn die liever roze hebben of meisjes met carrièreambities als indiaan (of civiel ingenieur, zo’n watertafel is echt cool).

 

*”Maatschappij” is blijkbaar een vrouwelijk woord, en Hema stond of staat voor “Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij”. Vandaar.
**Dit is geen compleet eerlijke voorstelling van de realiteit. In werkelijkheid was ik een lezer. Maar ik heb met 5 van de artikelen aan de jongenskant uitgebreid gespeeld, en met 0 van die aan de meisjeskant.

Industrieel erfgoed

Het begint met zaadjes in potjes in kasjes op de vensterbank. Al snel worden het plantjes. Dan beginnen ze een individualistische periode, elk alleen in een potje (dit lijkt ze niet veel te kunnen schelen), voor ze samen de modder buiten in mogen. Hun groene blaadjes zachtjes wuivend in de wind. Sla.

Na een wekenlang gevecht tegen de slakken zitten ze daar, de tuiniers.

Tussen hun vijftig kroppen sla.

Maar de zon schijnt.