Meisje met een kam in het haar

girl-with-a-comb-in-her-hair-1933

In 1989 was er een grote Malevich-tenstoonstelling in het Stedelijk Museum. Dat was ook het jaar dat mijn ouders uit elkaar gingen. Ik weet er niets meer van, het ligt op die grens van losse beelden en vage herinneringen waarvan je niet kunt zeggen of ze van andermans verhalen of later teruggevonden foto’s komen, of uit je eigen hoofd.

Mijn ouders kochten allebei een poster op die tentoonstelling. Of ze er samen heengingen en een van hen later terugging weet ik niet. Wel dat mijn vader al zo lang als ik weet het Meisje met een kam in het haar op zijn slaapkamer/kantoor heeft hangen, en mijn moeder het in de woonkamer had tot ze jaren later wegging uit Nederland. Als kind vond ik dat geweldig. Mijn ouders waren gescheiden universa, zonder enige overlap behalve mijn broer en ikzelf. En het meisje met de kam.* Ze herinnerde me eraan dat mijn andere thuis ook nog bestond als ik in mijn ene thuis was.

En nu komt er weer een Malevich-tentoonstelling! Ik ga het meisje opzoeken! (Ze was er niet bij op de tentoonstelling in de Hermitage, toen heb ik dus maar een half uur naar het zwarte vierkant gestaard.)  Ik ben bijna een beetje zenuwachtig.

*Er was nog zo’n moment van overlap, toen ik een keer met mijn vader naar zijn familie was en we een broer van mijn moeder tegenkwamen. Gezien ze uit dezelfde streek komen en mijn moeder hordes broers heeft is het eigenlijk vreemd dat het niet veel vaker gebeurde, maar in elk geval, die ene keer was al heel mooi. Dank je, oom Piet, dat je tegen mijn vader praatte, ik dacht tot dat punt dat hij onzichtbaar was voor de andere kant van mijn familie.

 

Hokjes (0)

Mensen zijn de hele dag alles en iedereen in hokjes aan het stoppen. Dat begint als baby al, met de hokjes Eten en Niet Eten. Om precies te zijn, alles is eten tot het tegendeel wordt bewezen. Leren is categoriseren.

Het kan natuurlijk ook niet anders. Als je in je berenvelletje voor je grot staat en er komt iets kwijlends en klauwigs op vier poten aangestormd is het niet essentieel om tot ware en volledige kennis over dat beest te komen, maar wel om te weten of ‘ie in de categorie ‘dodelijk’, ‘potentieel voor zware verwondingen’ of ‘lekker met een sausje’ valt.

Het probleem hier is, en dat is echt een groot probleem, wat u lieve lezer ook al wel weet maar ik vind het vreselijk belangrijk daarom schrijf ik dit, dat we wegens doorslaand succes enorm hebben leren vertrouwen op ons categorisatievermogen. Maar het is alleen een set ezelsbruggetjes. En ze leiden onherroepelijk tot vooroordelen en foute conclusies. Dat is niet te voorkomen, het is inherent aan het systeem. En we kunnen niet van het systeem af. Maar misschien kunnen we het wel amenderen.

Een van de dingen die we vaak verkeerd doen is categorieën maken die er eigenlijk helemaal niet zijn. Een mooi voorbeeld uit mijn eigen bestaan is dat ik een vrouw ben die veel mannendingen doet. Ik ben gewend dat dat Een Ding Is. Er zijn echt plekken waar je beter of veel beter dan de mannen om je heen moet zijn om dezelfde kansen te krijgen. Mijn werk daarentegen is niet zo’n plek. Ik heb er nog nooit gemerkt dat ik anders zou worden behandeld omdat ik een vrouw ben. Maar als ik weer eens met negen mannen in een zaaltje zit denk ik toch ‘Goh, ik zit hier met negen mannen in een zaaltje, en ik ben de enige vrouw. Ik ben Anders.’

Dat is een voorbeeld van verkeerd categoriseren. Er zitten tien mensen in dat zaaltje die je op vele manieren in aparte hokjes kunt zetten. Bijvoorbeeld: er zijn twee docenten en acht cursisten. Er zijn zes consultants en vier programmeurs. Vijf juniors, drie mediors en twee seniors. Er drinken vijf mensen koffie, vier thee en een water. En er zijn negen mannen en een vrouw.

De specifieke gelegenheid waar ik nu aan denk (de verdeling van consumpties heb ik trouwens verzonnen) was nou net op een verdieping zonder aparte mannen- en vrouwenwc’s, dus ook daar kunnen we niks met het onderscheid. Er was echt geen enkele reden waarom de man-vrouw-verdeling interessant zou zijn. Je kunt hier met enige moeite nog vrome dingen zeggen als ‘vrouwen communiceren anders’, maar, euh, om het ever subtiel en eufemistisch te brengen, dat is een kwalificatie op een groep die niet per se op alle leden van die groep van toepassing is, waarmee ik bedoel dat ik vaak genoeg als een botte hork door andere mensen heen brul. Helaas, het gaat hem niet worden – mijn vrouw-zijn was op dat moment geen factor van belang, net zo min als het man-zijn van de rest. We waren gewoon IT’ers.

Waarom ben ik me er dan alsnog van bewust? Waarom nemen we ALTIJD mee of iemand een actief en een gedeactiveerd x-chromosoom heeft, of een x-chromosoom en een werkeloos fliebertje – ook op momenten dat het echt op geen enkele manier relevant is? En waarom beginnen we er al mee zodra we in wazige zwart-witplaatjes kunnen uitpuzzelen of dat streepje de navelstreng is of iets anders?

Waarschijnlijk, denk ik, omdat het kan. Het is zichtbaar. Het is duidelijk. Dan ZAL het gotbetert ook wel iets betekenen. Zelfs als het niks betekent. Zelfs als het gewoon is, en dat is het.

Ik woon niet in een grot, loop niet in een berenvelletje en als er hier iets kwijlends en klauwigs voorbij komt zit het meestal aan de lijn. Ik kan me dus veroorloven om mijn grote innerlijke categorisator af en toe op pauze te zetten. Nu nog leren om het ook te doen.