Stelt

Ik zing mee met een projectje van een leuke kennis, wat betekent nieuw koor, nieuwe mensen, wat betekent opmerkingen over mijn lengte.

(Ik heb een score van bijna 100% wat betreft opmerkingen over mijn lengte zodra ik me in een groep bevind. Voor wie mij alleen virtueel kent: ik ben een meter negenennegentig, stel je een heel lange vrouw voor en tel daar tien centimeter bij op.)

De meeste vertel ik niet eens meer thuis, want dan blijf je bezig. Maar af en toe is er een semi-originele. Soms is dat leuk. Doorgaans is het echter semi-origineel omdat de meeste mensen een redelijk ontwikkelde sociale thermometer hebben en niet tegen een wildvreemde dingen zeggen als

“Goh, vind je het niet heel erg om zo lang te zijn? Zou je niet liever kleiner zijn?”

Als je zelf ook een niet zo goed ontwikkelde sociale thermometer hebt, vervang ‘lang’ hierboven dan eens door ‘dik’ of ‘zwart’, misschien helpt dat.

Meestal antwoord ik iets in de trant van ‘ik weet niet beter’, en dat is ook zo, ik ben al m’n hele leven lang. Maar dat antwoord bevredigt natuurlijk niet. Dus exclusief voor jullie, lieve lezers, mijn zielenroerselen over mijn leven, de permanente hoogtestage.

Het belangrijkste om je te realiseren vis-à-vis de verticaal overmatige medemens: lengte is een sociale parameter. Want wanneer is iemand lang? Als de meeste mensen korter zijn. Mijn lengte zegt dus niet zoveel over mezelf, maar vooral iets over de groep mensen waar ik me in bevind. (Die zonodig wilden stoppen met groeien.)

En dat is ook waarom ik niet zoveel kan met vragen als “hoe is het nou om lang te zijn?” Want het gaat over iets buiten mij om. Het zegt niets over mij als persoon.

Lang zijn heeft fysieke gevolgen, zoals een grotere kans op rugklachten. Daar heb ik gelukkig geen last van. Dus daar houd ik me ook niet mee bezig.

Wat overblijft, en waar ik niet omheen kan, zijn de sociale en economische context van het lang zijn.

De economische context van lang zijn is dat je niet interessant bent voor het overgrote deel van de bedrijven en voor de overheid. Dat betekent dat tenzij je zelf bewust actie onderneemt je bed te kort is, je voortdurend tegen de lamp loopt, je in een dubbeldekker niet rechtop kan staan en je in de bus niet met je voeten bij de grond komt want je knieën zitten op tiethoogte tegen de stoel voor je geklemd en je onderbenen bungelen daaronder.

Dus lange busreizen, daar begin ik echt niet meer aan (nog afgezien van dat ik wagenziek word). En als ik naar een hotel ga neem ik een slaapzak mee want ik heb een grafhekel aan kiezen of ik het koud wil hebben aan de onderkant of de bovenkant. Is dat beperkend? Mwah… hoe vaak maak jij een lange busreis?

Thuis heb ik een deken van 2,20 bij 2,40 helemaal voor mezelf. Die draai ik een kwartslag zodat de 2,40 in de lengterichting ligt. Dan kan ik er precies languit onder.

annaslaapt
De auteur demonstreert het concept ‘enkeldecolleté’. En waarom je in tijden van smartphones maar beter niet meer na de roeitraining op de bank in slaap kan vallen.

Over kleren kopen kan ik kort zijn (ha, ha): ik haal alles bij de webwinkel van Long Tall Sally. Soms heb ik een miskoop. Soms ben ik ergens blij mee. Dat zal niet veel verschillen van de ervaring van iemand met een reguliere maat. Positief is dat ik zonder ooit in de verleiding te komen door de stad kan lopen, want ik pas het toch allemaal niet. Negatief is dat Long Tall Sally geen goede sportkleding heeft en al helemaal geen zeilpakken, fietsbroeken of andere outdoor-belangrijkheden. Dus als dat je hobby’s zijn eindig je met blote enkels en polsen. Blegh.

(Ik loop overigens al vier maanden in dezelfde broek, dat wil zeggen, in een van drie identieke broeken. Heb ik nog niemand over gehoord.)

Dan het sociale aspect. Dat is wel een dingetje.

Ik werd gepest op school, maar ik was niet alleen lang, ik had ook een beugel EN een bril EN curieus modegevoel EN had alle boeken in de hele school gelezen EN luisterde bijna alleen klassieke muziek EN viel over m’n eigen benen EN vond kinderen eigenlijk maar stom, met volwassenen kon je tenminste een intelligent gesprek voeren (soms). Tsja, hoe groot is de factor ‘lengte’ dan nog? Ik denk dat ik ook als nerdje van 1,70 wel moeite had gehad.

Dat je wordt nagestaard merk je op een gegeven moment niet meer.

Dat mensen je als ontmoetingspunt gebruiken (“waar sta je op het festivalterrein?” “Bij Anna!” “Ah dan zie ik jullie!”) is alleen irritant als je naar de wc moet. En je hoeft nooit iemand te zoeken, ze vinden jou wel (handig, als bijziende).

Groepsfoto’s. Argh.

Die keer dat ik zonder map moest zingen bij een tv-opname van mijn koor, want dat stond niet mooi.

Die andere tv-opname waar de camera gleed langs hoofdje hoofdje hoofdje schouders hoofdje.

Dat stuk waar ik na de stemauditie alsnog werd afgewezen omdat ze ‘echt kinderen’ wilden hebben en er drie meisjes die ouder waren dan ik werden gekozen.

Dat concert waar ik tussen twee podiumdelen mocht staan, waar precies ruimte was om stokstijf te staan en je heerlijk met je panty (best lastig, panty’s vinden) kon blijven haken, en mensen oprecht verwachtten dat ik daar blij mee zou zijn. (De juiste manier van een lange sopraan kwijtmaken in een groot koor is deze: zet haar op de tweede rij. Zet recht achter haar niemand op de derde rij. Succes gegarandeerd: zelfs m’n ouders vonden me niet meer.)

Het spoor van omhooggeschroefde bureau’s dat ik achterliet toen ik veel van team wisselde op het werk, en de mensen die niet snapten dat ik niet even ergens anders kon gaan zitten als dat hen beter uitkwam.

En natuurlijk de mensen die je naroepen op straat, de bestuurders die naast je komen rijden, een raampje naar beneden draaien en persoonlijke dingen gaan vragen, de moeders die hun kinderen gaan uitleggen dat een meisje soms geboren wordt als jongetje en dat dokters dat beter kunnen maken, de wildvreemden die van je willen weten hoe je in hemelsnaam blij kunt zijn met wie je bent.

Maar lieve mensen, dat heeft toch niets met mijn lengte te maken.

Dat is omdat kleine mensen soms gewoon hun mond niet kunnen houden.

Leesvoer (6)

Hoe bereik je echt iets op het gebied van dierenrechten? Door aandelen in McDonalds te kopen. Persoonlijk snap ik niet waarom niet iedereen gewoon veganist wordt, dan zijn we van al het gedonder af, maar goed, dat is mijn perspectief.

Als ik ruzie heb met performance is dat 99,99% van de tijd ‘iets met databases’, maar het is interessant om ook eens iets over die laatste 0,01% te lezen.

Ik heb nu al twee razend interessante artikelen met/over de Duitse boswachter Peter Wohlleben (what’s in a name) gelezen, maar allebei via een medium gemaakt van boom, dus daar kan ik niet naar linken. Hij heeft een boek geschreven over hoe bomen voor elkaar zorgen. En zo. En dat wij daar niets van snappen en vol goede wil vreselijk gemeen zijn tegen bomen. Het is fascinerend, wat hij allemaal beschrijft, ik hoop alleen dat het niet té veel blootlegt over de individualiteit en het gevoelsleven van planten, want ik wil graag nog wel iets kunnen blijven eten zonder schuldgevoel.

…heeft zeewier een persoonlijkheid? (Hoop het niet.) Kan een visser die op z’n veertiende van school is gegaan steengoed schrijven? Deze wel. Hoe de zee ons gaat redden: ecologisch, economisch, en sociaal. Eerst zien, dan geloven, natuurlijk, maar jemig, dit wil je graag geloven.

Geld en groen

Ik wil graag duurzaam leven. Dat vind ik belangrijk.

Helaas is ‘duurzaam’ een rotterm die ook nog eens op allerlei manieren ingevuld kan worden. Daardoor is het nog niet zo makkelijk om uit te vinden wat nou de beste manier van doen is.

(Nog los van het feit dat ik niet altijd wil optimaliseren op duurzaamheid, en daarom ‘gewone’ kleren draag in plaats van mij te wikkelen in de krant van afgelopen zaterdag.)

Soms is de ecozonnestraalquinoahippie-manier niet de duurzame manier. Neem bijvoorbeeld brood. Wij bakken ons brood zelf, van biologisch meel van de molen in de buurt. Tien geitenwollen punten, zou je denken, maar dat is niet zo. Met het elke keer voorverwarmen van onze oven verstoken we veel meer dan in een geoptimaliseerd industrieel proces nodig is voor een brood.

Wat kost meer CO2, tomaten in de zon in Italië laten groeien, inblikken en hierheen rijden, of in een verwarmde kas in Nederland laten groeien? Het gaat in elk geval minder schelen dan je misschien dacht.

Nu is daar wel het een en ander op te bedenken. Via Rechtstreex koken we behoorlijk met de seizoenen mee. Dat scheelt. De hele winter kool, dat is wel heel veel kool. Maar we komen een eind.

Los van het seizoenengedoe echter, is Rechtstreex wel zo duurzaam? Want er rijden nog steeds vrachtwagentjes rond, en vast minder efficiënt dan bij grotere bedrijven (schaalvergroting in de logistiek spaart geld want spaart peut dus spaart uitstoot). Dan kan ik beter naar de nog groenere coöperatie, want die halen het met de bakfiets. Maar ja… die zit aan de andere kant van de stad.

Dan weten jullie dat, als straks de zilte zee Leidsche Rijn bereikt: dat was omdat Anna niet een stukje verder wilde fietsen voor haar wortels.

Je kunt het ook niet winnen, eigenlijk. Maar die kool is best lekker.

Not ronery

Mensen zijn fascinerend. Ontzettend interessant. Ze bedenken bijvoorbeeld voortdurend dingen die je zelf nooit zou bedenken. Hey presto, gratis extra gedachten! Ik vind mensen tof.

Ik ben een aanwezige collega. Ik hoor mensen uit bij de lunch. Ik wil weten wat je in het weekend hebt gedaan. Ik sleep je mee naar de koffieautomaat. Ik ben luidruchtig en niet bepaald verlegen.

Ik deel een huis met mijn fiscaal partner. We geven feestjes, etentjes, hebben mensen te logeren, gaan bij mensen op bezoek, klussen bij zijn broer en mijn vader, praten tot veel te laat ‘s avonds en hebben altijd bier in de koelkast.

Wat de meeste mensen waar ik mee spreek niet weten is dat ze deel uitmaken van een hevig geregisseerd rooster – het houd-Anna-blij-en-functionerend-plan (dit is een werktitel). Doel van het rooster is mijn sociale contacten zo over de tijd verdelen dat ik mensen aan het eind van de maand nog steeds leuk vind en niet slechts obstakels tussen mij en mijn hoofd/boek/online knipsellijst.

Ik ben een introvert.  Van mensen word ik moe. Van alleen zijn word ik blij.

Veel mensen vinden dat pijnlijk om te horen, want zij zijn toch wel dusdanig geweldig dat het me deugd zou moeten doen om in hun nabijheid te verkeren? Is ook zo! Maar het is geen waardeoordeel van mijn kant. En ook geen kwestie van smaak (‘Hmm, leuk persoon, zou nog leuker zijn als ze tussen de 200 en 400 pagina’s met een kleurig omslag was’).

Het is gewoon de manier waarop mijn brein omgaat met verschillende soorten informatie. Sommige mensen hebben meer aanleg voor duursport, anderen voor sprinten. En sommige mensen hebben meer aanleg voor etentjes, anderen voor licht fronsend uit het raam staren (ik probeer af te stappen van de denker-met-hand-onder-kin-pose want daar ga ik van kwijlen).

Toen ik nog in de industriële productiegang van lager, middelbaar en hoger onderwijs zat en alles draaide om de groep, dacht ik dat er iets vreselijk mis met me was dat gerepareerd moest worden. Alles wat belangrijk was leek zich af te spelen op de feestjes, de borrels, de middagjes winkelen, de afspraken in het zwembad. Ik ben op cursus Omgaan Met Andere Kinderen geweest. Ik was ‘actief’ bij van alles. Want je hoort pas écht bij wat dan ook als je ‘actief’ bent. Dus hoppa, Anna in de schoolkrantredactie, de leerlingenraad, de tosticommissie, bestuur X, commissie Y.

Aan in een kwartier 100 tosti’s kunnen produceren heb je als veganistische IT’er niet zo veel, trouwens, maar misschien komt het ooit in mijn leven nog van pas.

En nog steeds vond ik het maar een vreemd en eng ding, die groep.

Sindsdien heb ik me gerealiseerd dat a) een perfect specimen van de soort Homo Sapiens worden er toch niet inzit en b) perfectie als losstaand gegeven an sich ook hogelijk subjectief is.

Maar dat is nog niet voldoende voor de introverte zelfacceptatie. Je kunt wel zeggen dat je ‘gewoon jezelf mag zijn’, wat daar precies onder valt is niet klip en klaar. Een mens heeft een enorme bundel aan eigenschappen en mogelijkheden op allerlei gebied, en niemand vindt het raar als je jezelf wilt transformeren in iemand die goede pastasaus kan maken, 25 kilometer hardlopen, en/of ukelele spelen (dit alles tegelijkertijd gaat misschien wat ver). Dat soort ontwikkeling tegengaan is niet waar ‘neem jezelf zoals je bent’ voor bedoeld is.

Wat ik moest besluiten is dat ik geen aangeboren talent heb voor bestaan in een groep. Maar dat we een sociale diersoort zijn, waarbij het wel nuttig is om dat af en toe te doen. En dat ik me ontwikkeld heb tot het punt waar ik ongeveer aan de top zit van wat ik zonder veel extra inspanning kan bereiken. De keus is nu, wil ik nog extra inspanning doen? En wat ga ik dan niet doen, omdat inspanning een eindige valuta is?

Vandaar het ‘rooster’. Geplande gezelligheid, met een beetje marge voor ongeplande gezelligheid. Goede afspraken met huisgenoot W. die juist veel sociaal contact nodig heeft om blij te blijven en mij daar het liefst in meeneemt (een soms oncomfortabel maar wel heel nuttig staaltje klassieke ‘opposites attract’). Genoeg vrije avonden en boeken en muziek tussendoor. Zodat, als ik bij mensen ben, ik daar blij over ben en me met hen bezig kan houden, in plaats van aftellen tot ik terug naar mijn hoekje en mijn boekje mag.

Leugens, grote leugens, en referenda

Jammer dat het referendum op 6 april is en niet 1 april, want het is ondertussen wel de grap van het jaar.

En jammer dat die grap 40 miljoen euro kost. Daar kun je 4 maanden lang het koningshuis van betalen! (Of 3.607 jaar een alleenstaande ouder in de bijstand.)

Een paar hoogtepunten: de organisatoren van het referendum vertellen letterlijk, expliciet, ronduit, schaamteloos, of hoe je het ook maar wilt noemen: “Oekraïne kan ons natuurlijk niets schelen, dat moet u begrijpen.” (NRC, 31 maart.) “Natuurlijk”. Natuurlijk.

Ik ben niet snel sprakeloos.

Drie procent van de mensen in een Volkskrant-peiling is ‘goed op de hoogte’ van het verdrag waar het om draait, en volgens diezelfde peiling gaat 43% stemmen. Nou heb ik heel lang op uw kosten een beta-studie gedaan, en ik kan voor u uitrekenen dat dat betekent dat minstens 93 procent van de stemmers NIET ‘goed op de hoogte’ is.

Ik ben daar één van.

Ik heb geprobeerd om het verdrag te openen maar het is 2137 pagina’s en dat kon mijn geriatrische laptop niet aan.

En verder vind ik dat ik het niet hoef te weten. Ja, in de allergrootste lijnen. Maar niet in genoeg detail om zelf te kunnen zeggen of dit nou een goed idee is of niet. Daar heb ik namelijk mijn mensen voor.

Mijn mensen zijn goed in dit soort dingen en ze vinden meestal wat ik vind. Dat moeten ze ook wel, anders ontsla ik ze. Ze weten alles over compromissen en in-de-ideale-wereld-maar-ja-het-is-niet-de-ideale-wereld en wanneer je op je strepen moet staan. Mijn mensen hebben van ontzettend veel dingen verstand en als ze dat een keer niet hebben dan vragen ze het aan anderen die het wel hebben, handig is dat.

Hoe ik trouwens weet of ze goed bezig zijn? Er is een klein aantal dingen waar ik wél verstand van heb, en daarin zijn ze doorgaans goed bezig (ook als het niet van nature hun gebied is). Voor de rest is het extrapoleren en een beetje vertrouwen.Als je wilt dat mijn mensen ook voor jou uitzoeken of iets een goed idee is, dat kan, nu al, gratis, weeweewee punt groenlinks punt ennel.

JA MAAR DE DEMOCRATIE

Dit referendum heeft geen drol met democratie te maken. De demos heeft luid en duidelijk laten weten dat het werkelijke onderwerp ze geen fuck kan schelen. De demos verdient hier geen cratie. En dat ze het gratis krijgen, nou ja, voor 3607 bijstandsjaren, dat is een grof schandaal.

Het enige grotere schandaal zou zijn als we Oekraïne laten zakken door deze populistische poppenkast.