Leesvoer (8)

  1. Waarom je dood gaat aan hitte. Naar, man! Tegelijkertijd vind ik het heel indrukwekkend – dit stuk beschrijft wat er allemaal stopt in je lichaam bij een te hoge temperatuur, wat het des te fascinerender maakt dat het bij slechts drie graden (Celsius) lager allemaal zo prachtig werkt. Detail: ze merken ook op dat jonge kinderen slechter zijn in hun lichaamstemperatuur regelen. Dat weet ik nog. Dat was niet leuk. Blijkbaar zijn ouderen het ook. Shit.
  2. Interessant in het kader van de discussie over wel of niet vroeg selecteren op niveau: een diepgaand artikel over of je kinderen wel of niet in ‘eighth grade’ (bij ons 2e klas middelbare school) algebra moet aanbieden. (Of eigenlijk, een vak genaamd algebra, want ze krijgen ondertussen al veel van de inhoud in de ‘gewone’ wiskunde.) Wat blijkt: het aanbieden van zo’n vak is goed voor individuele studenten, maar minder goed voor de populatie als geheel, om verschillende boeiende redenen.
  3. Ga bewegen. Een half uur per dag. Dat is op de fiets naar het station en terug, voor veel mensen. Je wordt er niet dunner van (daarvoor moet je vooral goed eten) maar wel gezonder, ook als je al ziek bent. Kanker? Bewegen. Reuma? Bewegen. Kerngezond? Bewegen. (O en als je een stapje verder wilt, dat kan, dat is prima, zolang je het maar niet teveel gaat vinden waardoor je juist weer te weinig gaat doen, maar dat gezegd hebbende, ga krachttraining doen. En roeien natuurlijk. Maar begin maar met die krachttraining.)
  4. Normaal bewaar ik linzensoepliefde etc. voor mijn andere blog, maar: Peulvruchten zijn supergeweldiggaaf want: heel gezond, (bijna) geen mest nodig, veel minder water nodig dan andere eiwitten, houdbaar, lekker. Wist je dat… de Romeinen Europa konden veroveren omdat ze gedroogde peulvruchten meehadden om on the road goed te kunnen eten? En dat Cicero afgeleid is van het Latijnse woord voor kikkererwt? Dan ben je best een coole boon, als mensen zichzelf naar je gaan vernoemen. En 2016 is het jaar van de peulvrucht!

Avonturen in beweging

  1. “Mja,” zei de fysio, “je benen zijn wel wat verder ontwikkeld dan je armen. En je buikspieren. En je schouders en je rug.”
  2. “Was je daarnet aan het schakelen?” zei mijn fiscaal partner. “Ik bedoel, wat was dat geluid?”
  3. “…en dan kun je een keer ervaren wat het is om gewichtheffer te zijn,” sprak de trainer enthousiast. “Ik denk wel dat roeien mijn primaire sport blijft,” antwoordde ik voorzichtig. De trainer keek vorsend naar de gapende afstand tussen mijn heupen en de vloer. “Qua bouw zou ik het als ik jou was ook niet op gewichtheffen gooien, nee.”
  4. “Nee, serieus, ik denk niet dat je fiets dat geluid zou moeten maken. Ooit.” zei mijn fiscaal partner.
  5. “Ga maar terug totdat je de houding goed vast kunt houden,” zei de fysio. “Terug. Terug. Nee, verder terug.”
  6. “Ik heb het gevoel dat ik er idioot uitzie,” zei ik. “Oh dat is ook zo hoor!” zei de trainer.
  7. “Ik doe het een keer voor, let op,” vertelde ik mijn coachploegje. “Ah, dus we moeten halverwege al met onze rug…?” “Nee, letten op alles behalve dat.”

Al dat gezegd hebbende, ik ben al maanden niet over m’n eigen voeten gestruikeld.

 

Leesvoer (10)

Ik vind dat ik best wel goede papieren heb om een lans te breken voor kant-en-klare pastasaus want ik kweek m’n eigen alfalfa. En bak m’n eigen brood. Wat ik vervolgens niet opeet, want we hebben op het werk gedekte lunchtafels. Waar ik niet zoveel van eet want ik neem mijn eigen lunchsalades mee (je moet iets, met al die alfalfa). Enfin.

Iets wat je als vega ecohippie in je vega ecohippiebubbel nogal makkelijk vergeet: niet iedereen houdt van koken. Niet iedereen heeft er tijd voor. Niet iedereen, goeie hemel, wordt intens gelukkig van het tweemaaldaags spoelen en liefdevol toespreken van een weckpot (alleen die weckpot al) alfalfa. Wat dit stuk wil zeggen, en waar ik het enorm mee eens ben, is: laten we nou eens niet superieur gaan doen ten opzichte van mensen die gewoon lekker willen eten zonder hun eigen bonen te hoeven weken. Niet bitchen over een pot pastasaus dus. (De EU belobby’en om het zoutgehalte naar beneden te krijgen lijkt me overigens prima.)


Als iemand met een gruwelijke hekel aan slecht zittende kleren en geldverspilling is dit fascinerend op hetzelfde niveau als artikelen over mensen die gigantische piercings laten zetten en/of bijverdienen als voedingsbron voor muggen in laboratoria. Maar het is geschreven door David Sedaris en David Sedaris is geweldig, ik wil meer.


Ik ben een etnische West-Fries: mijn ouders zijn allebei binnen ‘de Doik’ (de omringdijk die ‘de Streek’, West-Friesland, scheidt van aan de ene kant het IJsselmeer en aan de andere kant de barbarij) geboren en getogen, maar ik groeide zelf op in Haawlem (het gedeelte van Haarlem waar men de ‘r’ niet uit kan spreken).

In mijn herinnering gingen we ongeveer zes keer per week een dag naar oma, waar dan altijd wel een paar van mijn eindeloze voorraad ooms en tantes waren en er geklaverjast werd en soep met balletjes gegeten (ik mocht de balletjes overlaten van oma). En daar sprak men West-Fries. En de scheurkalender was in het West-Fries. En de kassameisjes spraken West-Fries. Ik versta het probleemloos, maar ik spreek het voor geen meter. (Misschien verstaat iedereen het probleemloos? Het staat een stuk dichter bij Nederlands dan Twents en zo, in elk geval.)

Ik wist altijd wanneer een familielid mijn vader belde want dan verrees hij langs een traploze schaal in vijf zinnen van ABN naar plat West-Fries, zonder het zelf door te hebben.

West-Fries klinkt als thuis, misschien nog wel meer dan Haawlems. Daar moest ik aan denken toen ik dit prachtige stuk las van een Indiase vrouw die Engelstalig is opgevoed in Schotland.


Ga Uprooted van Naomi Novik lezen. Eindelijk een sprookje waarin iemand zich afvraagt waarom al die mensen naast het moordzuchtige bos blijven wonen en elke tien jaar een dochter aan de tovenaar meegeven als ze ook weg kunnen gaan.