Eens trek je de conclusie…

…de hele wereld is een illusie?

Mijn homeboy Descartes zat al in 1641 te knagen op het idee dat misschien de hele wereld niet echt is, maar een illusie geschapen door een demoon¹. En meer dan 350 jaar later zijn we er nog niet uit: rijke meneren in Amerika doen onderzoek naar het idee dat we met z’n allen een simulatie zijn.

Nou hebben die meneren best wel een punt eigenlijk. Hun argumentatie gaat ongeveer zo:

  1. Onze capaciteiten om computersimulaties te draaien zijn in de afgelopen 70 jaar supermegaexponentieel gegroeid.
  2. Als het zo door zal groeien, dan krijgen we genoeg rekenkracht om hele werelden met ‘denkende’ wezens te simuleren.
  3. Als wij het kunnen, kan een buitenaards/buitenuniversums wezen het ook.
  4. Aangezien het dan minder moeite kost om een wereld te simuleren dan er een te maken, zijn er waarschijnlijk veel meer gesimuleerde dan ‘echte’ werelden.
  5. Als er veel meer gesimuleerde dan ‘echte’ werelden zijn is de kans dat wij een gesimuleerde wereld zijn groter dan de kans dat we een echte wereld zijn.

Het zijn een hoop ‘als’-en, maar het lijkt op een valide argumentatie.

Nu is het wellicht een mooi moment om aan The Matrix te denken en/of in de stress te schieten en/of boos te worden omdat we misschien wel een afstudeerproject van een of ander buitenaards wezen dat sociologie studeert zijn², maar laten we het eerst even over bananen hebben.

Ik heb namelijk al sinds mijn studententijd een hypothese over Het Universum, en dat gaat als volgt:

In Den Beginne waren er de Grote Banaan en het Opperwezen.

En een vork.

Het Opperwezen prakte de banaan tot er niets van over was behalve quarks, en wat andere subdeeltjes. Vervolgens plakte het Opperwezen de bananenquarks weer aan elkaar tot ons universum en riep heel hard BOE en dat was de Big Bang. En zo zijn wij allemaal ontstaan.

De reden dat ik ineens begin te bazelen over bananen is om te illustreren dat iets weliswaar een geniale en op het eerste gezicht overduidelijk juiste hypothese kan zijn, maar dat dat niet betekent dat het a) waar is of b) iets toevoegt.

Om met ‘waarheid’ te beginnen: we kunnen van de simulatiehypothese niet zeggen of ‘ie ‘waar’ is, tenzij we kunnen bedenken hoe het te testen is. Wat zou er in een gesimuleerd universum anders zijn dan in een ‘echt’ universum?

Volgens de wetenschappelijke methode moeten we eerst iets bedenken dat voor ons waar zou zijn als we een simulatie zijn en niet-waar als we dat niet zijn, en dan kijken of het daadwerkelijk zo is. Hier hebben de slimme heren nog niets op bedacht en ik ook niet, daarom moet ik voorlopig concluderen dat deze theorie niet testbaar is. Dat wil zeggen, even testbaar als de Bananenquarktheorie, hoewel die nog het voordeel heeft dat we misschien een keer de kosmische vork spotten met de Hubble, en dan krijg ik de Nobelprijs voor de natuurkunde, wat ik best leuk zou vinden.

Nou zijn de meeste theorieën over het universum niet of moeilijk testbaar, omdat we er nou eenmaal maar eentje bij de hand hebben. Laten we de simulatiehypothese dus daarop nog niet afschrijven.

Punt twee: is de simulatiehypothese nuttig? Verklaart het iets wat tot nu toe nog niet te verklaren was?

Ja, zeggen de rijke en ook best slimme meneren. Bijvoorbeeld, het universum heeft pixels. Er is namelijk zoiets als een minimale lengte, of eigenlijk, een afstand waar het concept ‘lengte’ ophoudt te bestaan. Lang verhaal, voor een andere keer.

Goh, denken de meneren, als iets een minimale lengte heeft kun je het opdelen in blokjes van die lengte zonder informatie te verliezen, en kun je het dus ook zonder informatie te verliezen in een computer stoppen. De wereld ziet er dus precies zo uit zoals je zou verwachten als het een computerprogramma was. En anders hebben we geen verklaring voor waarom het zo is.

Persoonlijk vind ik dit nogal een zwak argument. Het concept van de granulariteit van ruimte (en tijd en nog meer) is ook al niet meetbaar, en gaat dat misschien ook nooit worden. We zijn er nog niet uit. We weten dat de generale relativiteitstheorie, klassieke mechanica en quantummechanica elk hun eigen domein hebben: respectievelijk de kosmos, de wereld van alledag en de ienieminiedeeltjeswereld. Misschien heeft de schaal van die kleinste lengte wel nog een eigen set natuurwetten en is het dan helemaal niet granulair meer. Weten we niet, zijn mensen mee bezig, snaartheorie en zo. En een open vraag is iets anders dan een argument.

Tweede voordeel-voorbeeld van de slimme meneren: het probleem van de waarnemer in de quantummechanica. Heel in het kort: volgens de quantummechanica zijn dingen soms niet bepaald totdat een systeem wordt waargenomen. Klassiek voorbeeld is een lichtdeeltje dat van A naar B gaat en uit twee paden mag kiezen. Als je alleen meet bij B en niet probeert na te gaan welke van de twee paden het deeltje genomen heeft, krijg je andere resultaten dan als je dat wel vast probeert te leggen. RAARRR. En dus, zeggen de slimme meneren, een goed argument voor simulatie, want het is wel zo efficiënt om de supercomputer pas uit te laten rekenen hoe het gesimuleerde universum in elkaar zit op het moment dat dat nodig is, dat wil zeggen, als er een wezen met gesimuleerd bewustzijn de informatie wil hebben.

Dit vind ik een erg leuke gedachtegang. Het vertelt ons ook iets over de simulatie, namelijk dat er indien nodig wat extra dingen worden uitgerekend – het is niet zo dat alles al vastligt in het programma, al kan het achterliggende algoritme wel vastliggen.

Persoonlijk vind ik het niet zo overtuigend als de bananenquark-hypothese, die o.a. verklaart waarom bananen krom zijn: ze groeien in de richting van de kosmische achtergrondstraling, wat immers de echo is van de Grote Oerbanaan. Ik ben dan ook nog niet overtuigd dat ik alleen besta in een computer, en ik in een soort van Droste-effect binnen een computer nu op een computer aan het typen ben.

Maar ik heb er een leuke avond door gehad. Dus de simulatiehypothese is nuttig genoeg. We houden ‘m nog even.

 

¹dit kwam ‘m op een beschuldiging van godslastering te staan, waar nota bene onze Vader des Vaderlands hem van gered heeft. Dat waren nog eens tijden.
²dat zou trouwens een hoop verklaren over de situatie in Europa en de Verenigde Staten.