La belle dame sans image de soi

The world has changed. I feel it in the water. I feel it in the earth. I smell it in the air.”

Nou ja, de wereld is eigenlijk helemaal niet zo veranderd de laatste tijd, maar ik wel. Ik zou een grafiekje kunnen tekenen van mijn gevoelens sinds januari. Dan zie je één pijl schuin omhoog gaan: energie, initiatief, motivatie – het wordt namelijk weer licht, en dat heeft Nogal een Sterk Effect op de Anna. Maar er gaat ook een pijl stijl omlaag: zin in de toekomst. Die pijl piekte enorm in januari, bleef een tijdje horizontaal zweven op een wolkje puur levensgeluk, en kelderde toen.

Ik ga namelijk van baan veranderen.

Na 4,5 jaar bij mijn bedrijf, waar ik heerlijk ingekapseld zat in mijn team, met een teamleider die mijn gedachten kon lezen, een directe collega die mij woordeloos aanvulde, een directeur die me vroeg of ik toch vooral in de ondernemingsraad wilde blijven, een bijna eindeloze stroom oreo’s – ga ik weg. En niet alleen weg, ook nog ergens heen. Naar een plek waar ik me meteen begrepen voelde. Een bedrijf dat is ingericht zoals ik het zou doen als ik het mocht zeggen. De ideale plek om precies dat te doen wat ik het liefste wil: mooie dingen maken en heel veel leren.

En dat is verschrikkelijk. Want er zit een kronkel in mijn hoofd die nu non-stop aan het schreeuwen is, zo hard dat ik verder bijna niets meer hoor, en die zegt “Wie denk je wel dat je bent? Jij kan dit helemaal niet. Dit wordt absoluut, totaal, volkomen, en volledig NIKS. Je faalt al in je huidige baan, en nu moet je echt gaan programmeren, had je daar al over nagedacht?”

Daar had ik al over nagedacht. En het punt is, Kronkelina heeft voor een deel gelijk, namelijk dat wat ik straks ga doen nog niet kan. Daar zijn alle betrokkenen dan ook van op de hoogte. Ik kom binnen met de aanname dat ik het trucje dat ik de afgelopen vier jaar heb gedaan nog eens herhaal. Dat trucje was zo snel leren dat ik een jaar eerder dan gemiddeld gepromoveerd was tot senior ontwikkelaar. Leren kan ik nog steeds en dat is dus precies wat ik ga doen. Leren, en mooie dingen bouwen, en mijn vrolijke zelf zijn.

Het is niet de eerste keer dat Kronkelina door mijn hoofd woelt. Ze is er eigenlijk altijd, alleen niet altijd zo alomtegenwoordig. Ik gooi haar nu op het internet omdat er gelukkig nog steeds iets in mij weet dat ik haar er wel onder ga krijgen, ook al lijkt dat momenteel eigenlijk onmogelijk. En omdat ik niet de enige ben. En jij dus ook niet, mocht je een broertje van Kronkelina in je hoofd hebben.

Incredible how you can

Ik postte een stripje op de groepschat: http://poorlydrawnlines.com/comic/bury-ourselves/

“Waaaaat,” tiepte een collega, “er zit een dino in mijn auto!”
“Ja en ze vindt het geweldig!” tiepte ik terug.
“Hoezo ‘ze'”, zei hij.
“Hoezo niet,” zei ik.
“Dan hebben ze toch een strikje,” zei hij.

Tja, hoe moet je dat uitleggen.

Dat in mijn wereld ik heel normaal ben, en het daarom ook heel normaal is om wezens zoals ik tegen te komen.

Dat het ook kan zonder dat er expliciet bij staat GEEN MAN, LET OP, DIT IS GEEN MAN.

Dat als je vrouwen alleen herkent aan hun strikje negentig procent pardoes onzichtbaar wordt. Poef!

Hoe moet ik uitleggen dat dat een probleem is?

Hoe vaak is mij het afgelopen jaar gevraagd of ik niet iets aan de people-kant wil gaan doen? Dat lijkt me meer iets voor jou dan technisch de diepte in? (Minstens vier keer serieus, de terloopse opmerkingen tel ik niet meer.) En dat zal er natuurlijk wel mee te maken hebben dat ik het zo leuk vind met de juniors, en vaak roep dat softwareproblemen meestal communicatieproblemen zijn. Maar dat is niet het hele verhaal. Het hele verhaal heeft voor een aanzienlijk deel te maken met hoe ik op bedrijvendagen erbij moet zeggen dat ik de softwareontwikkelaar ben met wie je kan praten, en dat die niet net even pauze heeft, nee.

Door de hele geschiedenis heen worden de vrouwen en hun werk weggepoetst, overgeslagen, met dank ontvangen en dan met een mannennaam erop gepresenteerd, en vervolgens wordt diezelfde geschiedenis gebruikt om te zeggen dat vrouwen nou eenmaal niet zo in elkaar zitten, minder willen, ‘andere kwaliteiten’ hebben. We zijn in de meerderheid, maar nog steeds is alles man tenzij anders aangegeven.

Wacht maar.

Artist impression

Software maken is creatief in de letterlijke betekenis van het woord. Je maakt iets wat er eerst nog niet was. (Mocht je vinden dat dingen die alleen op computers bestaan niet echt zijn, dan is deze tekst ook niet echt, en wat ben je nu dan aan het doen? Maar dat terzijde.)

Zelf moet je er ook op z’n minst een beetje creatief voor zijn, want doorgaans maak je iets unieks. Ik zie het wel eens als het schrijven van een verhaaltje: ik heb een aantal karakters, en die kunnen dingen, en ze reageren op elkaar, en ze maken allerlei avonturen mee. Om dat een beetje goed te doen is het zaak duidelijk te krijgen wat de onderdelen van je verhaaltje zijn (dat kunnen concrete dingen zijn zoals stoelen en tafels, maar ook meer abstracte zoals het concept meubels of tijd), en hoe ze zich allemaal tot elkaar kunnen verhouden (een stoel kan onder de tafel tenzij de tafel te laag is, en op de tafel tenzij de stoel te zwaar is…). Nu wordt het al snel ingewikkeld. Daarom noemen we de sjiekere programmeurs ‘architect’.

Er zijn ook mensen die zichzelf ‘code poet’ noemen. Maar aangezien poëzie geloof ik bedoeld is als multi-interpretabel, dat juist iets anders probeert over te brengen dan alleen de woorden waar het uit bestaat, zou ik er liever geen in mijn team hebben.

Omdat ik voor verzekeraars werk beginnen al mijn verhaaltjes eigenlijk met ‘Er was eens een polis…’ Zo heb ik de afgelopen jaren geleerd dat polissen heel wat wilde avonturen mee kunnen maken. Al vraag ik me natuurlijk wel eens af wat voor verhalen ik zou tegenkomen als ik een andere hoofdpersoon had.

Leesvoer (9)

Zoals een deel van u wel weet, lieve flatscreenkindertjes, ben ik niet zo van de veehouderij (ik heb overigens nog eens een geniale streekroman gelezen waarin werd bevestigd dat boeren (veehouders) en landbouwers (plantjeskwekers) niet samen kunnen/mogen, wat ik als kleindochter van een landbouwer dan maar respecteer), maar ik ben niet zo naïef of hoopvol dat ik denk dat ik u allen tot het herbivorisme kan bekeren. In de tussentijd dan maar zijn er heel erg leuke intelligente heiligehuisjesomschoppende boeren die mij echt het idee geven dat het allemaal wel eens goed zou kunnen komen.


Het frame waar sommige mensen ons in deze bijna-15-maart-tijden in willen duwen is dat de ‘linkse elite’ zoveel geregeld heeft. Linksgekkie die ik er ben valt het resultaat van al die jaren linkse macht me nogal tegen eigenlijk. En waarom is dat? Omdat al mijn hele volwassen leven rechts de dienst uitmaakt. (Laten we dat eens fixen! Maar dat terzijde.)


Dit artikel is gericht op diëtisten en personal trainers, wat ik geen van beiden ben, en bovendien in een Amerikaanse context – maar ik vind het gewoon zo fascinerend: dat er een samenhang is tussen cultuur en eetgewoonten en daardoor cultuur en overgewicht, dat wisten we natuurlijk al, en als je in een huis vol chipsgrootverbruikers woont is het behoorlijk lastig om zelf gezond te eten. Maar er zijn zoveel vooroordelen over ‘etnisch’ eten (ik herkende ze bij mezelf).

Het is jammer dat de voorbeelden die ze noemt nou net over reuzel en eieren gaan, maar ik vond het heel inzichtelijk dat in het pre-fabrieksvoedseltijdperk tortillas bijvoorbeeld veel vullender waren (en dus makkelijker om minder van te eten). De website die dit artikel publiceerde, Girls Gone Strong, heeft overigens heel veel interessante artikelen.


Eén van mijn supertalenten is misselijk worden. Ik kan misselijk worden in treinen en auto’s, op boten, en soms zelfs als ik bij iemand achterop de fiets zit. (En eens in de zoveel tijd gewoon uit het niets.) Ik had altijd al gehoord dat het komt doordat je brein van verschillende zintuigen, zeg je ogen en je evenwichtsorgaan, verschillende input krijgt – daarom helpt het vaak om naar buiten of naar de horizon te kijken. Maar ik had me nooit verder afgevraagd: waarom is misselijkheid de reactie van mijn brein op vreemde combinaties van input? Waarom niet bijvoorbeeld hoofdpijn? Nou daar hebben mensen een theorietje over, en die klinkt heel plausibel.

Niet meer gered door de bel

Het was weer tijd voor het jaarlijkse meterstandenritueel. Onze aanbieder is vrij hip en geeft je direct na het doorgeven een grafiekje van de ontwikkelingen in je eigen gebruik en een vergelijking met ‘gelijksoortige huishoudens’ (helaas weet ik de definitie van gelijksoortig niet exact, het zullen waarschijnlijk andere tweepersoonshuishoudens zijn). Het belangrijkste is natuurlijk hoe je het zelf doet en of daar een goede trend in zit, het gaat niet echt om wat de rest doet want het is geen wedstr- natuurlijk is het wel een wedstrijd.

Ons energieklasse C-paradijsje is nog niet nul op de meter. Helaas. We doen ook niet echt ons best om stroom te besparen. Helaas. En ik houd van lang douchen (de huisgenoot zegt daarover loyaal ‘maar andere langdouchers douchen wel langer, vermoed ik’). Toch zitten we met stroom en gas in de 10% minste verbruikers. Dat heeft twee oorzaken:

  1. We werken allebei en zitten dus vaak elders stroom en gas te verbruiken
  2. We zetten doorgaans de kachel niet aan, en alleen op hoger dan 16 graden als er bezoek komt

Soms vind ik het jammer dat ik geen geld verdien met mijn site, dan had ik deze post gepromoot met “Deze gekke truc brengt je gasverbruik met 60% omlaag!’

Mijn huisgenoot en ik zitten nu gezellig op de bank met allebei een laptop (oei, stroomverbruik) bij een temperatuur van 13,5°C en we hebben het niet koud. Nou ja, ik heb het een beetje koud, waarover zometeen meer. Dat het 13,5 graad is is geen probleem want we hebben een aantal trucjes geleerd, die ik jullie nu ga vertellen zodat ook jullie pinguïns en husky’s kunnen houden in de voorkamer* en als jullie bij ons op bezoek komen wij de kachel niet meer op de gastenstand hoeven te zetten.

EEN
Thee. Dat is trouwens voor nog veel meer dingen goed, dus daar bof je mee.

TWEE
Zorg dat je voeten niet zonder bescherming langdurig vloercontact hebben. Pantoffels hebben vaak een nogal dunne zool zodat je alsnog koude voeten hebt. Hier ten huize draagt men slippers met sokken en schaamt zich daar niet voor (de sokken zijn dan ook heel gaaf).

DRIE
Draag een lange broek/rok, een shirt + trui/vest, en kruip weg onder een fleecedekentje of draag een kamerjas. Waarom heet een kamerjas een kamerjas? Omdat het een jas is voor in de kamer. Vroegah toen er nog geen CV was was het namelijk ook gewoon koud in de kamers waar je de kachel niet aan had staan of waar geen kachel was, en dat hebben je voorouders lang genoeg overleefd om jou te produceren, want die deden een kamerjas aan. Een kruik of een voetenkruik helpt ook als je het echt koud hebt.

VIER
Ken je kamer! Wij hebben een hoek van de bank waar een koude luchtstroom loopt vanwege het ventilatierooster. Daar zit ik nu en daarom heb ik het koud. (De stoel is warmer, maar daar is weer minder daglicht – als het wat donkerder wordt en het niet meer uitmaakt verhuis ik daar heen met mijn dekentje en laptop en theekop.)

VIJF
Wennen. Als het kouder begint te worden (oktober, november) hebben we het altijd een dag of drie, vier gewoon steenkoud. Daarna wordt het veel beter.

ZES
Als je een keer extra moe bent, of een beetje ziek, of natgeregend, doe dan gewoon de kachel aan, want dan is het superlastig om je eigen temperatuur te reguleren.

Dat klinkt allemaal vreselijk als gedoe en narigheid en middeleeuwse toestanden en oncomfortabel, maar het mooie is dus dat we het niet koud hebben maar gewoon lekker. Sterker, ik vind het ondertussen zo prettig om een gekoeld hoofd te hebben (naast mijn handen het enige deel van mij dat niet heerlijk warm ingepakt zit) dat ik een extra deken over m’n dekbed heb gegooid en met het raam open slaap, ook als het -4 is.

Afgelopen vrijdag was het “warme truiendag”. Elke seconde minder hard stoken is natuurlijk mooi meegenomen, maar we gaan het niet redden met één dag per jaar. Help het klimaat een handje en doe je kachel gewoon sowieso een graadje lager. Of af en toe uit.

Het zou echt heel leuk zijn als we volgend jaar bij het invullen van de meterstanden minder verbruikt hebben dan dit jaar, maar ineens bij de slechtste 10% zitten!

*we hebben niet echt pinguïns of husky’s, maar het zou kunnen.