De alfa’s en de beta’s

Twee artikelen met een verschillende blik op de kloof tussen alfa’s en beta’s. De eerste komt van een wetenschapsgeschiedenisblog en gaat gedeeltelijk over een artikel in Gawker dat gaat over een artikel in de New York Times. Bent u er nog? Geen nood. Om even heel kort de voor mij interessantste onderdelen te parafraseren:

De New York Times (NYT voor vrienden) heeft een onderdeel “Style”, waar ze stukjes schrijven over hippe hoogopgeleide rijke witte mensen in New York. In het artikel in kwestie zijn de hippe hoogopgeleide mensen een boekenclub die samen zuipen en praten over Literatuur, en fysiek aantrekkelijk zijn. Dat laatste wordt nog versterkt door het eerste (het is immers niet voetbalwedstrijdzuipen maar intellectueel zuipen) en tweede.

Waarom, bewenen de wetenschapshistorici vervolgens, schrijft de NYT dat nou nooit eens over een journal club van een groepje beta’s? Omdat hippe sexy semi-intellectuelen niet voor de lol over beta-dingen gaan zwammen.

Dat is iets redelijk nieuws, trouwens. De pretentieuze leesclubjes van de 18e eeuw deden ook samen wetenschappelijke experimenten. Maar de wetenschap is te ver gespecialiseerd – op de universiteit gaat het gros van de leesgroepen niet per instituut (“natuurkunde”, “scheikunde”), maar per deelonderwerp (“niet-lineaire vloeistofdynamica”). Vernieuwing kan niet rond de expres half ongeschuurde keukentafel met post-ironische decoratie. Dus als je je freelance wereldveranderend wilt voelen is beta geen goede keuze.*

Gevolg: je ziet sexy intellectuelen alfa-dingen doen in de New York Times, maar niet beta. Dan is het een kleine stap om te gaan naar alfa = sexy, beta = niks.

Het tweede artikel gaat over hoe we een brug moeten slaan tussen de alfa’s en de beta’s, en vooral ook waarom. Het voornaamste “waarom” is ontzettend belangrijk en kan niet vaak genoeg gezegd worden: de meeste politieke vertegenwoordigers hebben weinig kaas gegeten van wetenschap (zie klimaatverandering, economische crisis, politici die niet bedenken dat je geen geld bespaart door mensen uit de GGZ en op straat te gooien).

Vervolgens kunnen er drie dingen gebeuren:

a) Politici laten zich extreem goed voorlichten door economen en wetenschappers
b) Democratisch gekozen volksvertegenwoordigers beslissen over dingen waar ze heul geen verstand van hebben
c) Mensen met verstand van dingen beslissen in plaats van de mensen die daartoe door de bevolking zijn aangesteld

Waarom b en c uiterst onwenselijk zijn laat ik als oefening aan de lezer. a is het beste scenario, en ook het meest realistisch, want de meeste politici hebben van bijna alles niet direct verstand en moeten wel afgaan op wat hun assistenten aanleveren. Alleen, om dat vruchtbaar te kunnen doen is een bepaalde bodem nodig die ontbreekt bij de meerderheid. En de meerderheid regeert.

*Dit is volgens mij ook geen echte alfa-wetenschap, want daar is hetzelfde aan de hand als bij de beta’s. Dit is meer alfa-cultuur, misschien? Ik ben er nog niet uit.

Apart onderwijs voor jongens en meisjes

Van nu.nl: ‘Geef jongens en meisjes apart les’, en de reactie ‘Aparte jongens-meisjeslessen voorstelbaar’.

Ten eerste: natuurlijk is het voorstelbaar, ik heb dit zelf meegemaakt op mijn knetterseculiere middelbare school. Daar werden we voor de wiskundelessen uit elkaar gehaald. In de onderbouw dan, in de bovenbouw waren er zo weinig die wiskunde kozen (kleine VWO-afdeling) dat het niet zoveel zin had. Ik weet niet hoeveel het in didactisch opzicht uitmaakte, wel dat het gewoon leuk was soms met alleen meisjes les te hebben.

Iedere docent, en dat ben ik een blauwe maandag geweest, weet dat elke leerling anders is. Maar ook dat er echt een verschil tussen jongens en meisjes is. Dat is voor een deel neurologisch en voor een nog veel groter deel (volgens mij) sociaal. Wat dat betreft is het niet nadelig dat sociale element af en toe wat rust te geven door de dames en heren uit elkaar te halen.

Maar, en dit is een grote maar, in de reactie zegt de ministeriedame `Dat betekent dus dat een meisje ook toegang moet kunnen krijgen tot het programma ingericht op technische/jongensaanpak en vice versa.’ Daar heeft de meneer in het eerste artikel het niet over, die heeft het over wiskundeles en taallessen.

Het is nog steeds het geval dat techniek en beta als mannending worden gezien. Nu blijkt dat meisjes het op betagebied veel beter doen als ze op een meisjesschool zitten – maar dat is iets heel anders dan aparte jongens- en meisjeslessen op een reguliere school. Op een aparte meisjesschool heb je een aanpak gericht op het vrouwelijk genius plus geen jongens om dingen te doen die daardoor “jongensdingen” lijken.

Door “techniek” en “jongenslessen” in één adem te noemen garandeer je dat meisjes wel twee keer nadenken voor ze iets kiezen dat “niet voor hen is”. (Op de paar uitzonderingen na die het juist als uitdaging zien, waaronder ondergetekende, maar geloof me, u wilt niet dat uw dochters doen wat ik deed op de middelbare school.)

Ik ben sterk voor het opsplitsen in jongens- en meisjeslessen. Maar doe het goed. Geef ze precies dezelfde proefwerken, moedig de meisjes aan om beta te kiezen, moedig de jongens aan om leuke boeken te lezen, en zorg voor mannelijke docenten Nederlands en vrouwelijke docenten Wiskunde.

O en vergeet gaarne niet dat we prima onderwijs hebben in Nederland.

Some hints for aspiring choir librarians (and choir members)

  1. If you provide 22 copies of music for 17 choir members, you will be three copies short.
  2. Publishers will be slow, the copier will break down, and the conductor will forget to tell you about a programme change.
  3. Realise that you live on a different plane of existence from the other choir members. They are actually only able to see you if there is something wrong with their music.
  4. If they are allowed to take the music home, several choir members will accidentally leave their copies “on the piano”. Some appear to own six or more pianos.
  5. There is no good way to file Christmas carols.
  6. As soon as you have finished putting everything away, and not a moment earlier, a complete set of the service music will appear on the windowsill in the choir room.
  7. Upon entering the church, choir members lose the ability to put numbered sheets in the correct order (this appears to be related to their loss of the ability to count, a sad fact mostly appreciated by conductors).
  8. Large amounts of sheet music warp space and time in such a manner that filing something in a certain place does not actually guarantee one will find it there later. Where “later” is any amount of time larger than thirty seconds.
  9. If there are multiple possible ways of filing a piece, all roughly equally logical, it will be filed according to the rule/name you are not thinking of.

There is actually no such thing as hell. It just happens that heaven has a lot of low-ceilinged, cobwebbed little attics and crypts in which reside the Choir Celestial’s libraries, cared for by the heavenly guild of choir librarians. There is much wailing and gnashing of teeth, and also papercuts. Be good to your librarian or you might end up as one. For eternity.

Van a naar b

Er staat een Dinges op de vloer van mijn kamer. Over wat het is zijn de meningen nogal verdeeld.

Volgens de kat van mijn hospita is het een bed, om precies te zijn ZIJN bed. Volgens de jongste dochter van mijn nieuwe hospes is het een cruiseschip. Voor mij is het heel even een lege boekenkast, en voor degene die er straks twee trappen mee af en dan weer twee trappen mee op mag een martelwerktuig.

Het Dinges kan dicht, dan is het voor de kat niet interessant meer, voor de dochter een troon, voor mij herinnering en voor mijn verhuishulp nog steeds een martelwerktuig.

Je kunt iets dus niet alleen op vier manieren zien, als je er één ding mee doet kan het op vier manieren veranderen. En wie heeft er gelijk?

Dit is in de natuurwetenschappen een centraal probleem. Je loopt er vooral tegenaan als een nieuwe theorie een oude begint te verdringen. Dan zeg je over hetzelfde spul (even aangenomen dat er een materiële wereld bestaat die toegankelijk is voor onze observatie etc etc) ineens andere dingen.

Massa, bijvoorbeeld (dat wat we meestal gewicht noemen, en daar heb je het al) is voor Newton iets constants dat samenvalt met Spul. Voor Einstein hangt het ineens af van hoe hard je beweegt (en ten opzichte van wat). En als we dat Higgs-boson nou nog eens echt gaan vinden wordt het een soort van estafetteloop voor elementaire deeltjes.

Nu is het met oude en nieuwe theorieën zo dat de oude vaak een hoop meer weten dan de nieuwe. Roepen dat Newton FOUT is en Einstein GOED en die arme Brit het raam uit mieteren (met wellicht een appel als gezelschap op weg naar beneden) is daarom niet productief. Liever wil je een soort vertaling: wanneer Newton a zei, bedoelde hij in Einsteintaal eigenlijk b. Dan kan je de hele oude theorie verEinsteinen en heeft de nieuwe theorie ineens veel meer te zeggen: alles van de oude (alles wat klopt met de nieuwe, dan) plus wat er bij was bedacht. Vooruitgang!

Bij Newton en Einstein gaat dat vrij aardig, zeker op het niveau van dingen uitrekenen. Dan kun je Newton gebruiken voor alles wat niet hard rondvliegt en Einstein voor de rest. Maar met de verhuisdoos wordt het lastiger.¹ Hoe vertaal je “cruiseschip” naar “boekenkast”?

Wat je in dat geval zou kunnen doen is het kleine meisje uithoren over alles waar een cruiseschip aan voldoet, en het grote meisje over wat een boekenkast kan zijn. En als je je vertaling uit wilt breiden doe je dat over alles wat ze kennen en dan kijken waar het overlapt (dan blijkt “strijkkralen” equivalent met “kleurige troep waar je ook nog eens over valt”, “tekenpapier” met “bladmuziek” en “ruimteschip” met “wasmand”, eentje die ik nog steeds niet snap, het is toch duidelijk een ruimteschip). Een tijdrovende kwestie, maar het kan.

Tot op zekere hoogte. Want er zijn dingen die wij allebei aan kunnen wijzen, en ervan zeggen wat het volgens ons is, maar niet aan elkaar uit kunnen leggen. Zo heb ik een hevig uit elkaar vallend Latijns missaal dat nog van m’n vader is geweest, en ik denk niet dat ik dat in volle betekenis aan een vijfjarige kan uitleggen (saai oud boek, weinig plaatjes, ruikt raar). Net zoals zij niet meer aan mij uit kan leggen hoe het dichtdoen van een doos het verandert van een cruiseschip in een troon. Ze kan het wel zeggen maar ik ga het niet snappen want op dat punt spreken we een andere taal.

En dat is in de natuurwetenschappen vaak ook het cruciale probleem. Bij elke theorie hoort een taal (de theorie van Newton geeft ons een taal waarin staat wat “kracht” betekent, en “massa”, en “versnelling”) en die talen praten soms echt volledig langs elkaar heen (dat noemen we dan “incommensurabel”, een mooi voorbeeld van hoe wetenschapsfilosofen weer volledig langs de rest van de wereld heen kunnen praten).

Op het moment dat dat gebeurt hebben we een probleem. We willen namelijk graag een nette, eenduidige, ware² beschrijving van de wereld. Met verschillende meningen over de ware aard van een verhuisdoos valt nog wel te leven, maar over wat massa is? Er zijn mensen voor minder op de brandstapel gezet.

Nu is het in de praktijk gelukkig meestal zo dat er toch een winnaar aan te wijzen is. Door bijvoorbeeld nieuwe metingen te doen waar de ene theorie preciezer op blijkt dan de ander. Maar er blijft nog een laatste angel over.

De taal waarin je denkt heeft invloed op WAT je denkt. Als je een doos alleen maar ziet als iets om andere dingen in te doen zal je minder snel op het idee komen om het ding om te draaien en er even op te gaan zitten, bij gebrek aan stoelen. Als je al helemaal vertrouwd bent met het idee dat je er in kan varen en het je in een prinses kan veranderen gaat dat een stuk makkelijker.

Als we nieuwe ideeën willen in de natuurwetenschap zou het daarom wel eens erg in ons voordeel kunnen werken om de oude niet te snel weg te mieteren. Alleen is het voor individuele mensen lastig om in meer talen tegelijk te denken, en voor collectieven veel verleidelijker om de succesvolste te houden en de rest weg te bezuinigen: dan vervang je het meertalensysteem door af en toe een out-of-the-box-denkend genie, dat blijkt ook heel redelijk te werken. Daar wordt het overigens weer eens tijd voor want het schiet nog steeds niet erg op met die snaartheorie.

Naschrift

Becoming an adult is realizing that you're still a child, but you can have as many cardboard boxes as you want.

 

¹Als je dat geen “echt” voorbeeld vindt, al weet ik niet wat er echter is dan verhuisdozen, pak dan bijvoorbeeld de verschillende lichttheorieën voordat Feynman langs kwam.
² Ja, gevaarlijk woord…

Praat-als-een-natuurkundige-dag

Vandaag is het de verjaardag van Einstein en dus internationale praat-als-een-natuurkundige-dag, waarop ik hetzelfde praat als gister en morgen. Schijnbaar is dat nerdy. In ieder geval een heel stuk minder nerdy dan toen ik nog de hele dag natuurkunde deed en omringd was door natuurkundigen. Dus vrienden van onbegrijpelijke natuurkundigen: het komt vanzelf goed.

Verder is het hier wat stil omdat ik last heb van wat volgens een van mijn docenten het filosofie-equivalent van kandidaatsziekte is. Kandidaatsziekte is voor artsen in opleiding die allemaal vreselijks bij zichzelf beginnen te diagnosticeren. Filosofiekleuterziekte is dat je in een humorloze, overgenuanceerde trut transformeert en alles tot op het bot exact gedefinieerd wilt hebben met alle mogelijke uitzonderingen op alfabetische volgorde in een voetnoot voorzien van een percentage van (mogelijk) voorkomen inclusief standaarddeviatie.

Dat helpt natuurlijk niet zo bij het schrijven van blije stukjes, want overal moet bij dat het toch niet altijd zo is of dan wel ja maar dus.

Schijnbaar gaat het vanzelf weer over ;) (en, ik moet aantekenen, (snotverdorie daar heb je die nuance alweer,) het is niet onprettig om in te zitten. Tenzij je stukjes wilt schrijven in plaats van zeurderige, humorloze papers.)