Bedrijfsinformatiesystemen: vervolg hoofdstuk 3

hoofdstuk 1
hoofdstuk 2
hoofdstuk 3 deel 1

O hai, paragraaf 3.1 was zo traumatisch dat ik een week nodig had om te herstellen en het stuk over synergie moet nog komen. Maar goed, alles voor de wetenschap! Ik zit onder mijn favoriete dekentje en de huisgenoot leunt met zijn elleboog op mijn enkel, als het nu niet lukt lukt het nooit, DAAR GAAN WE

par. 3.2 de invloed van informatiesystemen op bedrijven

We gaan economie en sociologie gebruiken. Mijn moeder is socioloog, ik ben hier genetisch voor uitgerust, dit gaat lukken.

Par 3.2.1 Economische invloeden

Ik volg dit semester ook het vak logica, en weet dus dat uit “informatietechnologie vervangt zowel kapitaal als arbeid” niet volgt dat “informatietechnologie zou dus moeten resulteren in een relatieve afname van het middenkader en ambtenaren” en dat uit het enkele feit dat informatietechnologie goedkoper wordt niet volgt dat je er duurder wordende machines mee kunt vervangen. Weet je wat ook goedkoper is dan 20 jaar geleden? Tofu.

Er volgen nog wat logische onjuistheden. Ik word daar heel zenuwachtig van, want ik kan dat soort onzin niet netjes reproduceren op het tentamen en ik wil een 9.

Een interessant punt! Door IT is het makkelijker+goedkoper geworden om dingen in te kopen voor je bedrijf (de hiermee geassocieerde kosten, van bv een afdeling inkoop, noemen we transactiekosten). Doordat het zoveel goedkoper is kunnen bedrijven veel meer specialiseren, bv focussen op assemblage ipv dat én productie (zie: Dell). Dit had ik nog niet zelf bedacht en daarom vergeef ik het boek de zinsnede ‘het leggen van computerlinks’.

Door informatietechnologie is management ook goedkoper te maken: volgens de agenttheorie is een organisatie een web van mensen die allemaal hun eigen belang ipv dat van de organisatie nastreven als je ze niet constant superviseert. Meer IT -> meer minions per manager -> minder managers -> minder kosten. (Mijn baas regelt dit door ons met z’n allen mee te nemen naar Star Wars zodat zijn minions vinden dat het organisatiebelang hun belang is, maar zoals we al eerder hebben geconstateerd is ons bedrijf geen organisatie.)

Tenslotte maakt IT ook IT goedkoper: door cloudtechnologie als Azure en AWS kun je een groot deel van je operations-afdeling uitbesteden.

par 3.2.2 Organisatorische en gedragsinvloeden

Meer IT leidt tot meer / makkelijker toegankelijke informatie leidt tot meer beslissingen op lager niveau (want ook de minions hebben nu informatie), dus minder managers nodig, en productievere managers, dus nog minder managers nodig, dus plattere organisatie.

Dit is een boek voor aanstaande managers, wat leidt tot mooie verongelijkte zinnen als “gespecialiseerd personeel heeft de neiging zichzelf te managen”.

Het boek vertelt dat je weerstand in organisaties op verschillende manieren kan visualiseren, en om onnavolgbare redenen kiezen ze voor deze manier:

par 3.2.3 Internet en organisaties

Je kunt enorm veel distributiekosten besparen door iets op het internet te zetten in plaats van op papier naar iedereen toe te sturen.

par 3.2.4 Implicaties voor het ontwerp en het begrip van informatiesystemen

Goeie software houdt rekening met de doelgroep. Volgens de ervaring van de auteurs.

par 3.3 Informatiesystemen gebruiken voor de ondersteuning van de concurrentiestrategie

Vaak is iemand de beste. Zo is de iPod de beste en Google (bij ‘zoeken op het web’). De beste word je door ofwel iets te hebben wat de rest niet heeft ofwel iets te doen wat de rest niet doet.

par 3.3.1 Het concurrentiekrachtenmodel van porter

Ken je dat gevoel, van dit gaat een tentamenvraag worden?

par 3.3.2 Informatiesysteemstrategieën voor het omgaan met concurrerende krachten
  1. Automatiseer dingen.
  2. Maak nieuwe producten mbv software, ‘mass customization’, iPods.
  3. Focus op marktniches. Iedereen is beter bereikbaar, dus ook kleine groepen.
  4. Versterk de band met leveranciers/klanten (overstapkosten zijn niet alleen financieel, denk bv aan een verlanglijst die je anders moet overtikken bij een andere webwinkel).

“De iPod is een geïntegreerde handspeler met meer dan 13 miljoen songs in een online bibliotheek” en dit boek is dus uit 2015

Er volgen twee pagina’s reclame voor Nike, wees als Nike, en koop anders Nike.

Interactieve sessie: organisaties

“Interactieve sessie” betekent “stukje tekst met vragen”, trouwens.

Dit stukje gaat over data mining ten behoeve van marketing en begint met een beschrijving van hoe we bespioneerd worden door onze e-readers. Aangezien mijn e-reader bij mij in bed woont word ik daar een beetje nerveus van.

Privacy is een probleem voor bedrijven. Mensen zouden het wel eens vervelend kunnen vinden dat je elke beweging die ze in hun auto maken traceert en opslaat ‘want dat heeft implicaties voor de schuldtoewijzing bij ongelukken’.

…ja, dat lijkt me reden nummer 1.

Vraag 3: “zijn er ook nadelen aan het minen van klantgegevens? Licht je antwoord toe.” Antwoord: “Nadelen zijn dat bedrijven inzicht krijgen in gegevens die de klant als persoonlijk beschouwt.” Een mooie formulering, die geheel voorbij gaat aan het belang van privacy voor de samenleving als geheel.

Par 3.3.3 De invloed van internet op concurrentievoordeel

Op internet is de concurrentie enorm DIT BLIJKT UIT ONDERZOEK

We maken een kleine analyse van de invloed van het internet in het licht van het concurrentiekrachtenmodel van Porter. Kracht ‘vervangend product’: [internet] bied nieuwe substituten de mogelijkheid te komen met nieuwe benaderingen van prestatie-eisen.

Ik maak even een warme choco.

Par 3.3.4 Het waardeketenmodel

Het waardeketenmodel is net als het concurrentiekrachtenmodel van Porten en nuttig als het je doel is om operationeel te excelleren.

Primaire activiteiten hebben direct betrekking op het toevoegen van waarde aan het product/de dienst voor de klant. Ondersteunende activiteiten maken de primaire activiteiten mogelijk. Zo is programmeren bij ons een primaire activiteit en met het hele bedrijf naar Star Wars een ondersteunende.

Het is belangrijk de band tussen klant en leverancier te versterken. Ik doe iets goed! ik heb erg geprobeerd mijn collega’s bij de klant mee te krijgen naar Star Wars maar ze wilden niet om 7 uur ‘s ochtends in Utrecht naar de film. Klanten zijn onbegrijpelijke wezens maar wel erg interessant en leuk.

Best practices zijn de beste manieren om gespecificeerde dingen te doen en als iedereen ze zou doen onderscheid je je dus niet meer, tenzij onderscheiden de best practice is natuurlijk.

Par 3.3.5 Het waardeweb

“Invoering van standaarden ontmoedigt nieuwkomers” of het maakt het juist makkelijker voor ze om aan te sluiten bij de keten, duh. “Het verkleint de kans op vervangende producten” en op betekenisvolle innovatie (zie: biologische boeren in Italië hoeven hun koeien niet buiten te laten lopen dus dat doen ze ook niet). Het koppelen van de waardeketen van een bedrijf aan de ketens van leveranciers, klanten en concullega’s leidt tot het volgende onnavolgbare concept:

Par 3.3.6 Synergieën, kerncompetenties en netwerkstrategieën

Synergie is: samenwerken als jullie werkgebieden op elkaar aansluiten of gedeeltelijk overlappen. Synergie is niet: een heel ingewikkeld concept.

Kerncompetenties zijn dingen waar je als organisatie supergoed in bent. Kerncompetenties kun je versterken door kennisdeling.

Netwerkeconomie is de economie van systemen waar de wet van afnemende meeropbrengsten niet voor geldt. (Meer investeren in kunstmest levert je akkerbouwbedrijf op een gegeven moment niets extra’s meer op, maar een extra gebruiker op Twitter kost Twitter zo goed als niets maar versterkt het netwerk als geheel, tenzij het een trol of een Russische bot is en Twitter maakt overigens geen winst dus laat maar).

Virtuele bedrijven hebben zelf geen productiemiddelen als fabrieken etc. maar opereren alleen als (online) intermediair.

Bedrijfsecosystemen zijn (door technologie) aan elkaar verbonden zijn, zoals alle bedrijven die AWS gebruiken verbonden zijn aan Amazon, en dat zijn er miljoenen). De leveranciers van de platformen noemen we hoeksteenbedrijven, bv Microsoft, IBM, etc. De nichebedrijven zijn alle bedrijven die die platforms weer gebruiken om hun producten te leveren. Zo is mijn bedrijf een nichebedrijf van Microsoft, omdat we veel ontwikkelen voor Azure en in .NET. De hoeksteenbedrijven hebben de nichebedrijven nodig, want zonder externe ontwikkelaars is je iPhone niet zo’n heel boeiend product.

Par 3.4 Strategische informatiesystemen voor concurrentievoordeel: managementvragen

Ik hoop op de vraag “is het goed of slecht als je werkwijze tot best practise wordt verheven?’ want dat lijkt me leuk.

Par 3.4.1 Behouden van concurrentievoordeel

Een nieuw informatiesysteem heeft voordeel zolang de rest het nog niet gekopieerd heeft en het kan later een blok aan je been worden.

Par 3.4.2 IT afstemmen op bedrijfsdoelstellingen

Maar een kwart van de bedrijven bereikt ‘afstemming van de IT op de bedrijfsvoering’! (Hoeveel van de managers in de overige driekwart hebben dit boek gelezen?). Managers doen vaak alsof IT een irritant onderwerp is dat van de kernzaken afleidt. Kun je beter niet doen. Er volgt een best wel nuttige checklist om te kijken waar in je organisatie je het beste kunt beginnen met de IT verbeteren.

Par 3.4.3 Strategische overgangen managen

Het woord van de dag is ‘sociotechnisch’. Vind ik best een leuk woord overigens.

Aangezien we al drie hoofdstukken horen dat verandering van de IT niet werkt zonder de bijbehorende verandering in de organisatie verwacht ik veel van deze subparagraaf, maar het is dertien regels tekst over dat verandering van de IT niet werkt zonder de bijbehorende verandering in de organisatie :(

DI WAS HOOFDSTUK 3 ZIJN ER NOG VRAGEN
(ja)
(‘wat is de invloed van informatiesystemen op organisaties?’)

hoofdstuk 1
hoofdstuk 2
hoofdstuk 3 deel 1
hoofdstuk 3 deel 2
hoofdstuk 4
hoofdstuk 5
hoofdstuk 8
hoofdstuk 9
hoofdstuk 10

Bedrijfsinformatiesystemen, paragraaf 3.1

Zie ook
hoofdstuk 1

hoofdstuk 2

Er moet me even iets van het hart, voordat ik met frisse moed verder kan met het fileren samenvatten van het wonder der academische literatuur dat Bedrijfs informatie systemen heet: ik ben niet de doelgroep. Het boek is geschreven voor bedrijfskundestudenten. Ik ben een informaticastudent en bovendien een mislukte natuurkundige die eerder dit jaar heel bewust is overgestapt naar een bedrijf zonder management.

Het is mogelijk dat dit een lichte kleur geeft aan mijn perceptie van dit boek. Ik zou het fijn vinden wanneer u dit in uw achterhoofd wilt houden als u een waardeoordeel in mijn samenvatting meent te proeven.

Nu dat achter de rug is, door naar

hoofdstuk 3: informatiesystemen, organisatie en strategie
openingscase: moet T.J. Maxx Online verkopen?

T.J. Maxx blijkt een soort Action te zijn maar dan voor mode, en door hun sterk fluctuerende voorraad hebben ze het in het verleden lastig gevonden om een online platform te beginnen.

Een vraag bij deze case is: ‘In hoeverre zijn de modellen voor concurrentiekracht en voor de waardeketen van toepassing op T.J. Maxx?’ Mijn werkboek (van de uni, niet van de schrijvers van het boek) instrueert me deze vraag over te slaan tot de termen geïntroduceerd zijn later in het hoofdstuk. Ik vermoed dat de echte doelgroep van dit boek er wel een nette definitie voor kan oplepelen.

Ik zit in een boek waar wordt uitgelegd wat een hyperlink is, en men ervan uitgaat dat je weet wat ‘de waardeketen’ is.

Help.

Par 3.1 Hoe organisaties informatiesystemen beïnvloeden

“Informatiesystemen en organisaties beïnvloeden elkaar.” Dat kwam in hoofdstuk  1 en 2 ook al een paar keer voorbij.

“Als manager ben jij degene die beslist welke systemen er moeten worden gebouwd, wat ze zullen doen en hoe ze zullen worden geïmplementeerd.” Ik begin weer emoties te voelen. “Je zult misschien niet alle consequenties van deze beslissingen kunnen overzien.” NO SHIT SHERLOCK

In mijn ervaring hebben managers in een IT-organisatie overigens wel degelijk nut, met name als de klant erg hiërarchisch is ingesteld. Dan kan je jouw manager namelijk de manager van de klant bezig laten houden terwijl je met de mensen die het werk doen en daarom weten wat het systeem moet doen regelen dat ze krijgen wat ze nodig hebben.

Het boek vraagt zich af wie 15 jaar geleden had kunnen voorspellen dat e-mail een belangrijke vorm van bedrijfscommunicatie zou worden. In het jaar 2000 werd de Nokia 3310 geïntroduceerd, dus dat voelt misschien heel ver weg, maar het was ook het jaar dat Google 1 miljard pagina’s had geïndexeerd en twitter.com en blogspot.com geregistreerd werden. Misschien dat managers het niet aan zagen komen…

par 3.1.1 Wat is een organisatie?

De rozenvingerige Aisha heeft me gewaarschuwd voor deze paragraaf. Ik heb daarom preventief een chocokoffie klaarstaan.

We krijgen een definitie van organisaties die ‘krachtig en eenvoudig’ is en alles wat niet gericht is op productie van het een of ander uitsluit.

Een organisatie is een stabiele, formele, sociale structuur die middelen uit de omgeving verwerkt tot een eindproduct.

Er is een plaatje bij want anders wordt het zo ingewikkeld hè:

Als gedachte-experiment wil ik graag weten of mijn roeiclub (de plek waar ik na werk en thuis het meeste tijd doorbreng) een organisatie is. De input is geld en tijd van de leden, de output is… de gelegenheid om te roeien? Ik denk dat ik een lichte allergie heb voor het in economische termen herdefiniëren van alledaagse woorden.

We krijgen nog een definitie!

“een verzameling rechten, privileges, plichten en verantwoordelijkheden die elkaar langdurig in balans houden tijdens perioden van conflict en conflictoplossing.”

Dat klinkt al een stuk meer als Viking.

Ik ben het zowaar nog eens eens met het boek: het zegt dat de ‘technische’ (in hoofdstuk 2 vonden ze managementwetenschappen ook al ‘wiskundig’, hahahahahahahahahahahahaha pardon) manier van organisaties analyseren, waarbij arbeid en technologie allebei in het emmertje ‘productiefactoren’ worden gegooid en daardoor zo goed als inwisselbaar zijn, geen recht doet aan de meer sociale werkelijkheid waarin een organisatie een web van relaties en gewoontes is, waar je niet zomaar nieuwe technologie in kan pluggen en verwachten dat het vanaf dag 1 alles verandert.

Dat hadden we trouwens al een aantal keer geconcludeerd, maar deze keer doen we het in 1500 woorden.

Par 3.1.2 Kenmerken van organisaties

“Bedrijven zijn bureaucratieën” en “organisaties plaatsen specialisten in een autoriteitshiërarchie” en ik draai mijn chocoladeinfuus een stukje extra open.

Nu volgen zes pagina’s waarin wordt uitgelegd wat de invloed is van routines en bedrijfsprocessen, interne politiek, organisatiecultuur, omgeving, organisatiestructuur en ‘andere kenmerken’ en ik wil echt heel graag wat positiever zijn over dit boek maar er staat niets wat je niet zelf kan bedenken behalve dit plaatje wat geïnspireerd is op een oog en dit is niet hoe een positieve lens werkt alsjeblieft ik viel altijd in slaap tijdens mijn opticacollege omdat de beamer verkeerd was ingesteld maar ik kan je vertellen DIT IS NIET HOE HET WERKT

Ik ga even lunchen met m’n vader en zijn stoel repareren en zijn kerstkaarten schrijven of misschien z’n laminaat eruit halen en opnieuw leggen. Hij heeft aangeboden/gedreigd me te overhoren. Mijn vader is gepensioneerd psycholoog – misschien is hij de enige persoon die me kan overhoren zonder dat ik blijvende schade oploop. Tot later.

hoofdstuk 1
hoofdstuk 2
hoofdstuk 3 deel 1
hoofdstuk 3 deel 2
hoofdstuk 4
hoofdstuk 5
hoofdstuk 8
hoofdstuk 9
hoofdstuk 10

Bedrijfsinformatiesystemen, hoofdstuk 2

Previously, on Bedrijfsinformatiesystemen: managers zijn de bom,  een computer helpt alleen als je hem gebruikt, en studeren gaat beter met warme alpro choco.

Kluwer gebruikt een sociaal netwerk om kennis te delen. Wees als Kluwer.

(20% van de werknemers gebruikt het niet)

(er zijn 21 ‘groepen’, en 19000 werknemers, dus blijkbaar zo’n 1000 werknemers per groep, gerekend met dat een deel in meerdere groepen zal zitten, hoe kun je in hemelsnaam effectief kennis delen met 1000 mensen tegelijk)

(dit is blijkbaar allebei geen probleem)

par 2.1 Bedrijfsprocessen en informatiesystemen

Informatiesystemen stellen bedrijven in staat om al hun informatie te beheren.

par 2.1.1 Bedrijfsprocessen

De processen van een bedrijf kunnen een bron van concurrentiekracht zijn als ze het bedrijf in staat stellen beter te innoveren of te presteren dan zijn rivalen.

En als processen dit in de weg staan kunnen ze een last zijn, staat hierna in mijn boek.

par 2.1.2 bedrijfsprocessen versterken door informatietechnologie

We hoeven niet meer met de hand facturen te schrijven want dat kan de computer tegenwoordig. En door IT kunnen we nu ook dingen die vroeger helemaal niet konden, zoals online ebooks verkopen. Als je een online ebook-verkoper bent mag je je dus in je handjes knijpen dat het internet bestaat, anders had je het een goed moeilijk gehad met USBsticks aan postduiven knopen etc.

par 2.2 Typen informatiesystemen

Deze paragraaf begint met “Nu je begrijpt hoe bedrijfsprocessen werken…” dus ik verwacht mijn bachelor bedrijfskunde binnen 5 werkdagen op de mat.

Elke organisatie doet verschillende dingen op verschillende niveaus en daarom zijn er verschillende informatiesystemen.

Informatiesystemen die niet met elkaar communiceren zullen gaan verdwijnen omdat ze slecht met elkaar communiceren.

par 2.2.1 Systemen voor verschillende managementgroepen

Tot vandaag dacht ik serieus dat TPS reports een grapje uit Office Space waren, net zoals Pieces of Flair. Maar ze bestaan dus echt. En deze paragraaf legt uit hoe ont-zet-tend belangrijk ze zijn.

Ik begin te denken dat Office Space een documentaire was. Dit boek opent je wereld.

TPS-systemen leveren informatie voor managers maar zijn geen managementinformatiesystemen want hun hoofddoel is niet informatie leveren voor managers. Managementinformatiesystemen korten we af tot MIS en verlengen we vervolgens tot MIS-systemen, managementinformatiesystemensystemen dus, zie ook HIV-virus en PINcode.

Managementinformatiesystemen ondersteunen het nemen van beslissingen, maar zijn geen decision support systems (DSS) want definities. Een DSS is voor niet-routinematige beslissingen.

Interactieve sessie: schiphol

“Een goede bagageafhandeling is een belangrijke factor voor een plezierige vlucht, volgens onderzoek door IATA CATS uit 2009.”

Vraag bij deze paragraaf: “hoeveel complexiteitslagen zie je in het bagageafhandelingsnetwerk op Schiphol?” Aangezien dit de eerste keer is dat het woord ‘complexiteitslaag’ in het boek voorkomt sla ik deze interactief over.

Terug naar par. 2.2.1

Ik was alweer vergeten dat bedrijven altijd drie managementlagen hebben (ik ben in verwarring door mijn bedrijf, met zonder managers). We hebben nu twee soorten managementsystemen gehad dus er moet er nog eentje bij. Dat is de ESS, Executive Support System, die zich onderscheidt van een DSS. Ze noemen hierbij een voorbeeld dat 1-op-1 overeenkomt met een van de schermen die wij in het gangpad hebben hangen. Ben ik een executive? Notitie voor verder onderzoek.

par 2.2.2 Ondernemingsbrede informatiesystemen

Hoe systemen zoals die uit par. 2.2.1 informatie kunnen uitwisselen is een Belangrijke Vraag.

interactieve sessie: management

“Is sociaal zakendoen een succes?”

Als MVO-nerd word ik voorzichtig enthousiast van deze titel.

Als je als grote organisatie verschillende oude systemen hebt die niet kunnen samenwerken kun je ook één groot systeem gebruiken.
Dat is extra handig, denk ik, omdat dan bv personeelszaken een voor hen goed werkend proces aan moet passen omdat inkoop een ander systeem nodig heeft en ze hun software delen. Houdt je flexibel.
terug naar par 2.2.2
Er zijn verschillende soorten bedrijfsbrede systemen. Eentje is ERP (Enterprise Resource Planner). Enterprise betekent groot bedrijf, Resources zijn alle spullen van een bedrijf en alle mensen die in de managementlagen onder jou zitten, en Planner betekent onder andere het registreren van alles wat er in het verleden gebeurd is.
Supply-chain-managementsystemen is de Nederlandse term voor logistiek. Dit is een interorganisationeel systeem en dat mag een vieze managementteam zijn, ik vind het wel een prachtig woord.
CRM-systemen beheren “alle bedrijfsprocessen die te maken hebben met klanten”, dus, alles?
Kennismanagementsystemen beheren kennis (oh) en er komt een heel hoofdstuk over. Daar kijk ik naar uit, ik ben in bijna alle parallelle universa bibliothecaris en het goed toegankelijk maken van kennis vind ik fascinerend.
Aan het eind krijgen we nog eens uitgelegd wat intranet en extranet is. Zal wel heel belangrijk zijn.
 Par 2.2.3 e-commerce, e-business en e-government
Ik verwacht een hippe paragraaf want alles begint met e-.
O het is een uitleg van driekwart pagina over wat de definities van e-commerce, e-business en e-government zijn.
Par 2.3 Collaboratie- en communicatiesystemen: ‘interactie’-banen in een mondiale economie
Par 2.3.1 Wat is samenwerking?
Twaalfhonderd woorden over wat samenwerking is, uitgelegd voor de mensen die de term nog nooit hebben gehoord. “Je kunt samenwerken met één persoon of met een grote groep mensen.”
Voor dit vak werk ik bijvoorbeeld samen met de engelachtige Aisha, die me waarschuwt voor de meer ellendige paragrafen zodat ik de alpro choco klaar kan zetten.
 Par 2.3.2 Wat is sociaal ondernemen?
DEZE WEET IK
DAT JE REKENING HOUDT MET MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORDE THEMA’S
Sociaal ondernemen is het gebruik van social media in je bedrijfsprocessen.
O.
Par 2.3.3 Voordelen van samenwerken en sociaal ondernemen
Dat samenwerken voordelig is weten we niet zeker maar iedereen denkt van wel en er zijn wat onderzoeken die het ofwel heel vaag ofwel ongeloofwaardig specifiek suggereren.
Par 2.3.4 Het ontwikkelen van een cultuur van samenwerking en colloboratieve bedrijfsprocessen
Als samenwerken niet in de cultuur en de bedrijfsprocessen zit ontstaat het meestal ook niet spontaan. Bij bedrijven waar wel wordt samengewerkt is de cultuur ‘socialer’.
Par 2.3.5 Tools en technologieën voor samenwerken en sociaal ondernemen
 Er wordt uitgelegd wat e-mail en instant messaging zijn.
Google Drive is een voorbeeld van een cyberlocker in de cloud.
 Deze subparagraaf is vijf pagina’s lang.
 Par 2.4 De IT-afdeling
Voor het managen van de technologie is een speciale informatiesysteemfunctie nodig.
Par 2.4.1 deze subparagraaf heet ook De IT-afdeling
Er volgt nu één paragraaf over wie er bij een IT-afdeling werken en zes over de soorten hoger management daarboven. Het spijt me als deze samenvatting ongeloofwaardig begint te worden.
 Par 2.4.2 IT-governance
Kleine bedrijven hebben weinig ITers en grote veel.
De term ‘IT-governance’ wordt steeds vaker vervangen door ‘Enterprise Governance of IT’, om duidelijker te maken dat de onderneming geschikte governanceprocessen moet implementeren om uit de IT-investeringen maximale bedrijfswinst te halen.
Ok veel duidelijker idd
Interactieve sessie: klm

Bij KLM gebruiken ze dit plaatje om uit te leggen dat er een verschil is tussen applicaties ontwikkelen en applicaties in beheer hebben. Je kunt wel van de een naar de ander.

Verder hebben ze besloten heel generieke software extern in te kopen en heel specifieke software in eigen beheer te ontwikkelen, wat me een verstandige keuze lijkt.

Ik moet zo op mijn innovation-continuity bicycle naar Viking voor de ergometertraining, maar hoofdstuk 2 is af!

hoofdstuk 1
hoofdstuk 2
hoofdstuk 3 deel 1
hoofdstuk 3 deel 2
hoofdstuk 4
hoofdstuk 5
hoofdstuk 8
hoofdstuk 9
hoofdstuk 10

Bedrijfsinformatiesystemen, hoofdstuk 1

Ik volg een vak informatiekunde want dat is reuze leerzaam. Hierbij een samenvatting van het boek. (Als je een goede samenvatting wilt, met plaatjes, moet je mijn studiegenote Aisha hebben.)

Het boek “Bedrijfsinformatiesystemen”, een notitieblok met een plaatje van een iris en een laptop

Openingscase

De San Francisco Giants zijn zowel een sportteam als een bedrijf. Daarom gebruiken ze software om hun klanten blij te houden (wifi in het stadion, slim kaartjes verkopen) en om wedstrijden te winnen (analyses van spelersbewegingen). Wees als de San Francisco Giants.

Par. 1.1

Als je verstandige keuzes maakt, kan je bedrijf concurrenten voorbijstreven. Als je onverstandige keuzes maakt, zal je waardevol bedrijfskapitaal verkwisten.

Capice?

Par 1.1.1

Deze paragraaf bestaat voor 90% uit statistieken uit 2013, over o.a. het belgedrag van Amerikanen en Belgen. Verder wordt opgemerkt dat je door gebruik van ICT als bedrijf efficiënter kan werken.

par 1.1.2

Er verandert vanalles! Zo hebben we tegenwoordig ‘Web 2.0’ en het ‘mobiele platform’ (aanhalingstekens komen niet van mij maar uit het boek). Verder gaan big data en cloud computing groot worden jongens. Een werkdag zonder internet is bijkans ondenkbaar!

Par 1.1.3

De aarde is rond (het staat hier in mijn boek, dus het is waar). ‘Globalisering’ levert zowel problemen als kansen op. Import en export zijn vet belangrijk. En als je niet geoutsourcet wil worden moet je zorgen dat je vaardigheden hebt die niet geoutsourcet kunnen worden.

par 1.1.4

De manier waarop organisaties hun bedrijfsprocessen uitvoeren kan de basis zijn voor een voorsprong op de concurrentie. Digitale ondernemingen kunnen sneller en flexibeler zijn dan traditionele ondernemingen en over een tijdje werken alle ondernemingen volledig digitaal en maakt dat onderscheid dus niks meer uit.

par 1.1.5

“Wat maakt informatiesystemen vandaag de dag zo essentieel?”

vertel het mij ik heb geen idee

Omdat bedrijven niet zonder kunnen!

Aha.

Je kunt er leuke dingen mee doen, bijvoorbeeld als je een hotel bent kun je de temperatuur waarop je gast haar kamer wil opslaan, en de telefoonnummers die ze belt en de tv-programma’s die ze kijkt en de muziek die ze luistert en hoe fel ze het licht heeft staan en… dat is iets positiefs? Want waarom zou je niet willen dat elke beweging die je maakt in een hotelkamer wordt geregistreerd?

Verder zijn informatiesystemen essentieel om te overleven als bedrijf want een bank waar je niet kunt kunt pinnen vinden consumenten irritant en er zijn ook wettelijke verplichtingen aan je administratie die zonder computer niet gaan lukken.

Tot ik deze paragraaf las was ik eigenlijk van plan een bedrijf te gaan starten met alleen het notitieboekje met een irisbloem op elke pagina dat mijn moeder voor me in het winkeltje van het Teylersmuseum heeft gekocht maar ik ben om hoor, m’n laptop mag ook mee.

Stay tuned: morgen ga ik deze pagina updaten met paragraaf 1.2, waarin onder meer wordt uitgelegd wat computerhardware en computersoftware is!

par 1.2

“Tot nu toe hebben we informatiesystemen en -technologieën informeel gebruikt, zonder de termen te definiëren.” o nee “Daar komt nu verandering in.” o gelukkig Informatietechnologie (IT) bestaat uit alle hardware en software die een onderneming nodig heeft om zijn bedrijfsdoelstellingen te realiseren.” sodeknetter en ik maar denken dat je ook zonder een bedrijf IT kon hebben stelletje kapitalisten

Ik word daar dus serieus pissig van, maar goed, volgens mijn huisgenoot is emotie de kortste weg naar het langetermijngeheugen.

par 1.2.1

We leren het verschil tussen informatie (voor mensen begrijpbaar) en gegevens (de grondslag van informatie, voor mensen niet begrijpbaar) met een formulering die me doet vermoeden dat ik geen mens ben. Verder heeft een informatiesysteem drie basisactiviteiten: input, verwerking en output. Mocht dit te complex zijn, er is een plaatje bij.

par 1.2.2

We moeten als managers alle dimensies van informatiesystemen begrijpen en gelukkig is daar een plaatje voor:

https://i2.wp.com/3.bp.blogspot.com/-7dGMMORUL2o/ThWw76mV9CI/AAAAAAAAABY/Ez-1vwC-ecs/s1600/laudonf01-042.gif?w=660

Dat helpt wel om de complexiteit een beetje te structureren.

Je kunt zien dat organisaties heel belangrijk zijn (even belangrijk als management). Organisaties komen later in het boek uitgebreider aan bod, maar we leren alvast dat organisaties bestaan uit “verschillende niveaus en specialisten”, en “Het gezag en de verantwoordelijkheid in een onderneming zijn hiërarchisch georganiseerd. De organisatiestructuur is te zien als een piramide.” Van de piramide is ook een plaatje maar die laat ik aan uw creativiteit over.

Gelukkig werk ik morgen bij de klant en woensdag thuis, ik hoef dus donderdag pas aan mijn directeur te vertellen dat we geen organisatie zijn.

Er volgt nu een stukje over de drie lagen management, afgesloten met de onderste laag van de piramide: “Productie- en servicewerkers verzorgen de feitelijke productie van het product of leveren de dienst.”

Ik begin eigenlijk te vermoeden dat dit boek me heimelijk tot het marxisme probeert te bekeren.

Deze paragraaf eindigt met twee bladzijden onder het kopje Informatietechnologie, waarna de rest van het boek leeg is waarvan de de eerste subparagraaf luidt:

Informatietechnologie is een van de vele hulpmiddelen die managers gebruiken om met veranderingen om te gaan. Computerhardware is de fysieke apparatuur voor input-, verwerkings- en outputactiviteiten in een informatiesysteem. Computersoftware is de verzamelnaam voor de gedetailleerd geprogrammeerde instructies die de hardwarecomponenten in een informatiesysteem controleren en coördineren. Nutteloze woordenbrij zijn de eerste twee woorden van een zin die niet uit dit boek komt maar ik er zelf achteraan heb getypt.

Ik heb het een beetje moeilijk, lieve mensen. Nog 12 pagina’s in dit hoofdstuk.

Okee doooorrr we leren wat een netwerk, het internet, het wereld wijde web en een webpagina zijn, en

Door op de gemarkeerde tekst of knoppen op een webpagina te klikken, kun je de link naar gerelateerde pagina’s volgen waar aanvullende informatie, software of nog meer links naar andere pagina’s te vinden zijn.

Het is een soort van magie.

We eindigen de paragraaf met twee pagina’s reclame voor UPS. Wees UPS, en als dat niet kan, gebruik dan UPS.

par 1.2.3

Managers investeren in informatietechnologie omdat deze economische waarde hebben en daarom heeft een informatiesysteem dus duidelijk meerwaarde.

Een informatiesysteem representeert een organisatorische en bestuurlijke oplossing, gebaseerd op informatietechnologie, voor een uitdaging of probleem dat naar voren gebracht is door de omgeving.

Ik typ het nog maar eens over voor het geval het op het tentamen komt.

De schrijvers verwijzen nog eens terug naar het diagram aan het begin van het hoofdstuk, waar ze blijkbaar heel blij mee zijn, dus hierbij:

Par 1.2.4

Als je investeert in informatietechnologie maar verder niets verandert in je bedrijf levert je investering weinig op.

Deze subparagraaf is twee pagina’s lang.

Par 1.3

“Er is geen overheersende theorie of denkwijze in de informatiekunde.”

Ik las het eerst zonder dat woordje ‘overheersende’, dat werkte ook.

Par 1.3.1

Het boek suggereert dat managementwetenschappen een wiskundige discipline is. Ik ga even een kop alpro choco opwarmen.

par 1.3.2

Economie is een gedragswetenschap. Ik ben het eens met iets in dit boek.

par 1.3.3

Ik ben het opnieuw eens met iets in dit boek, namelijk dat het succes van informatietechnologische projecten alleen mogelijk is als zowel de technische als de gedragscomponenten op orde zijn, en dat deze elkaar informeren en beïnvloeden. Dat daadwerkelijk voor elkaar krijgen is een mooie uitdaging. Het zou fijn zijn als het op hoog tempo intrappen van open deuren in dit hoofdstuk hier een warming up voor blijkt te zijn.

hoofdstuk 1
hoofdstuk 2
hoofdstuk 3 deel 1
hoofdstuk 3 deel 2
hoofdstuk 4
hoofdstuk 5
hoofdstuk 8
hoofdstuk 9
hoofdstuk 10

Eerst zien

Een gedeelde herinnering voor mijn generatie, en misschien ook wel een paar generaties voor en na ons: ergens in de eerste klas van de middelbare school, biologieles. Als je binnen komt lopen zie je de microscopen in slagorde klaarstaan. En na wat gepruts met focus en oculair is ‘ie daar, de magische wereld van ui-cellen en de beestjes die in de Leidsevaart blijken te leven en je eigen wangslijmvlies.

Op dat moment zegt helemaal niemand ‘ik verwerp deze waarneming, want het is een machinaal geproduceerd beeld waarvan de overeenkomst met de werkelijkheid niet vastgesteld kan worden.’

Tenzij één van je medebruggers afstamt van de 17e-eeuwse party poopers die het feestje van Galileo Galilei (avec telescoop) en Antonie van Leeuwenhoek (die dankzij z’n microscoop heel veel kon zeggen over zijn eigen sperma) kwamen verpesten. Want die mensen waren er, die vonden dat de enige ware observatie de directe observatie is. Wel later dan de 17e eeuw ook nog trouwens.

Nou is dit in tijden van MRI en STM eigenlijk weer een heel interessante en actuele stelling geworden, maar dat is voor een andere keer. Ik moest vooral aan de 17e-eeuwse proto-contactlenshaters denken vanwege een paper waar ik tegenaan liep omdat ik voor de leuk wat kunstmatige intelligentie-dingen doe.

‘A Critique of pure vision’ is een paper uit 1994 van een filosoof en twee neurowetenschappers waarin ze met name het idee willen ontkrachten dat het doel van zien is om een beeld van de werkelijkheid in je hoofd te krijgen. Daar doen ze 25 pagina’s over met ondertussen heel veel leuke terzijdes over gezichtsbedrog en computervisie etc., zeer het lezen waard. Ik werd vooral geraakt door de essentie van hun stelling: zien is niet een proces zoals het projecteren van een film op een scherm, waarbij de informatie uit de buitenwereld netjes één op één wordt overgezet op het ‘scherm’,  onze hersenen, of zo je wilt ons bewustzijn.

In plaats daarvan is zien niets meer (of minder) dan een proces dat gegroeid is met als doel ons een betere interactie met de wereld te geven, en daarom onlosmakelijk verbonden met bijvoorbeeld beweging en de andere zintuigen.

Toen ik dat las klikte er zoveel op zijn plaats. Bijvoorbeeld: onze ogen zijn niet voor alle kleuren licht even gevoelig. Sommigen zien we veel sterker dan anderen en sommigen zien we helemaal niet. Ultraviolet zien wij niet, bijen wel. Hoe ziet de wereld er dan écht uit? Die vraag kun je loslaten als je je realiseert dat ‘zien’ per definitie een subjectief proces is.

Zien is iets wat we leren, zowel als diersoort (via evolutie) als als individu (hierover zijn een hele hoop heel nare experimenten met kittens te vinden). We zien dingen nooit ‘neutraal’: alles wordt altijd gefilterd in categorieën als ‘eng’, ‘interessant’, ‘prettig’, ‘irrelevant’, en die indeling verschilt per persoon. Wat je ziet gaat eigenlijk niet over de pure buitenwereld, maar over de relatie tussen jezelf en die buitenwereld.

Dat was voor mij een nieuwe gedachte.

Ik vraag me af wat onze microscoophaters hiervan zouden vinden. En Plato, met z’n grot.