Waarom ik liever in het weekend werk dan naar Game of Thrones kijk

Vandaag stuurde iemand me een linkje naar een artikel over de redenen dat vrouwen de IT verlaten. Er stond voor mij niet veel nieuws in, omdat ik dit onderwerp vrij intensief volg. Maar het is goed en raak geformuleerd – een aanrader. En er stond iets in wat voor mij extreem relevant is:

The research shows that women in disproportionately-male industries are assumed to be less competent than men, and that when they’re perceived as competent they’re considered less likable. Being disliked hurts women’s pay and their prospects for advancement. The research finds that the only way competent women will be found likable is if they behave in a stereotypically-female “communal” style at work (cooperative, helpful and understanding), but if they do that they will no longer be perceived as competent. It’s a classic double bind.

Ik kreeg het ook een keer terug op een functioneringsgesprek: “Ja, we hoorden van een van je collega’s dat je soms wat aggressief overkomt.” Geen slechte prestatie voor iemand die als twaalfjarige op assertiviteitscursus moest! Ik had het er kort daarna met mijn coach over, en ik vroeg haar als ik een man was geweest, hadden ze me dan ook zo genoemd? Nee, zei ze, dat denk ik eigenlijk niet.

Nu ben ik persoonlijk blij met de feedback en ik heb ondertussen al wel een paar gesprekstechnieken geleerd om mensen meer te overtuigen en minder te overrompelen. Dat is effectief en dat stemt me tevreden. Ik werk bij een zeer vrouwvriendelijk bedrijf (eikels heb je overal, managers die zeggen ‘ik zou graag meer vrouwen aan de top zien’ niet) dus ik mag me in mijn handjes knijpen.

Gelukkig vind ik mijn werk ontzettend leuk en heb ik er totaal geen moeite mee om er wat extra uurtjes in te stoppen zo nu en dan. Als dat nodig is om even ver te komen als de kerels, so be it. Er is wel meer in het leven niet eerlijk.

Maar het blijft natuurlijk, ha, kut, dat je in onze cultuur beter dan de mannen moet zijn om even goed beoordeeld te worden. En als het je een keer niet lukt is het toch wel verdacht dat je een vrouw bent. Zie je wel…

Soms denk ik dat mijn beeld scheef is, dat ik inderdaad aan het zeiken ben, dat het allemaal wel meevalt met die vrouwonvriendelijkheid, zeker in Nederland. Maar dat is omdat ook ik ben opgegroeid in een cultuur waar de generatie van mijn moeder nog gewoon ontslagen werd toen ze trouwden of kinderen kregen.

En een cultuur waarbij boeken en tv-series vol vrouwenhaat gewoon hoge kwaliteit entertainment voor iedereen (…boven de zestien) zijn. Want dat was het tweede linkje dat ik vandaag kreeg: een apologie van Game of Thrones, door een vrouw. Haar stelling: dat GoT een vrouwenhatende wereld laat zien, betekent niet dat de serie zelf misogyn is.

Stieren. Poep.

Los van het feit of het een goede serie is of niet: ik heb een paar losse hoofdstukken gelezen. In eentje werden een stuk of zestig vrouwen verkracht (door één kerel), in een ander werd één vrouw minstens dertig keer verkracht. En dat is nog buiten de gedwongen huwelijken, waar je hopelijk snel genoeg Stockholmsyndroom oploopt dat het draaglijk wordt (en ja, dat is Daenerys).

Nou, dat zal allemaal een functie hebben, net als al het brute gemoord en de draken en weet ik wat allemaal.

Het blijft het afbeelden van seksueel geweld als bron van vermaak. Het is veel te makkelijk en het is misselijkmakend. “Hey, deze gast is een enorme eikel, we laten ‘m een paar vrouwen verkrachten, dan weet iedereen het tenminste.” Die vrouwen verdwijnen vervolgens in het narratieve niets, want hun werk is gedaan. De enige die we verder volgen dan dat wordt verliefd op haar verkrachter (daar hebben we Daantje weer!).

Nou, dit deel van onze cultuur is natuurlijk onschuldig vermaak grenzend aan Hoge Kunst.

Het heeft niiiiiiiiiiks te maken met het deel van onze cultuur waar 37% van de vrouwen die online actief zijn bedreigd worden met seksueel geweld.

Nota bene: ik zeg niet dat Game of Thrones dit veroorzaakt. Maar het zijn twee onderdelen van hetzelfde systeem. Dat ontkennen is het erger maken. En ik heb er wel vertrouwen in dat we een leuke serie kunnen maken waarin geweld tegen vrouwen niet aan de orde van de dag en dus genormaliseerd is. En dan zijn we al bijna zover dat je als mens hetzelfde moet presteren als andere mensen om hetzelfde betaald te krijgen.

Dingen die je kunt doen tegen vrouwenhaat, als man en als vrouw

    • Voor elke keer dat je ‘Jezus wat een trol!’ roept als een vrouwelijke minister niet aan jouw standaarden van uiterlijke schoonheid voldoet, roep ‘Jezus wat een pad!’ als Teeven in beeld komt, of iets dergelijks.
    • Realiseer je dat er geen causaal verband bestaat tussen graag een jurk aantrekken en (gebrek aan) competenties op het cognitieve vlak. Hetzelfde geldt voor lippenstift.
    • Vraag eens aan een vader hoe hij werk en zorg combineert.
      • En of hij z’n carriere soms niet belangrijk vindt, dat ‘ie kinderen neemt.
      • En of hij z’n ouderschap soms niet belangrijk vindt, dat ‘ie blijft werken.
    • Accepteer de blauwe plekken die dit mogelijk opleveren als een kerel, of beter nog, als een wijf, daar vrouwen gemiddeld een hogere pijngrens hebben.
    • Oefening: Probeer te bedenken waarom mensen het zo belangrijk vinden om te weten van welk type een baby is.
    • Doe heel erg je best om niemand te verkrachten.

De radicale gedachte

Een van de vele clubjes waar ik wel eens iets voor doe organiseerde een soort van feestje. Daar was natuurlijk een feestcommissie voor, die fantastisch werk heeft verricht. Daarnaast waren er nog wat mensen nodig om rondom en tijdens het feestje computerige dingen te doen. Aangezien dat mijn sterke punt is werkte ik daar graag aan mee.

Aan het eind van het feestje werd de feestcommissie (allen dames) bedankt, met elk een zeer mooie bos bloemen waar ze volgens mij wel blij mee waren. De computerige mensen werden ook bedankt, met elk een zeer mooie literfles bier waar ze ook wel blij mee waren.

Ik kreeg mijn bier met de begeleidende opmerking: “Heel erg bedankt voor al je inzet, en omdat je in het mannenteam zat krijg jij bier.”

Nou was ik zeer verguld met zowel het bier (toevallig een merk dat ik wel te hachelen vind) en het bedankje (had echt niet gehoeven), maar met de formulering (mannenteam) iets minder.

De vrouwen om mij heen snapten dat direct. Terwijl wij nog druk bezig waren onze onderkaken weer van de vloer op te takelen en verbijsterde blikken uit te wisselen zei een van de aanwezige heren “Wat is het probleem? Het hele idee van feminisme is toch dat jullie net als de mannen behandeld willen worden?”

Ik kan zeker begrijpen dat je dat zo interpreteert, lieve mannelijke clubjegenoot, maar, nee.

Nee.

NEEEEEEEEEEEEE.

Feminisme is het radicale idee dat o.a. vrouwen mensen zijn. Niet mannen. Mensen. Wat dit betreft is het jammer dat de term humanisme al bezet is, want dat is eigenlijk precies wat het is.

Mensen zijn, onder meer:

  • vrouwen
  • mannen
  • mannen waarvan we ooit dachten dat het vrouwen waren
  • vrouwen waarvan we ooit dachten dat het mannen waren
  • mensen die  man EN vrouw of geen van beide of iets anders zijn
  • personen die van zichzelf lichtroze zijn
  • personen die van zichzelf niet lichtroze zijn
  • sopranen

Daaruit vloeit voort dat als je iets wilt regelen, het wel zo prettig is als je het regelt zodat het werkt voor, je weet wel, mensen. Daarbij kun je prima onderscheid maken in de zin van “alleen mensen die daadwerkelijk een statistisch significant percentage van het totaal staand plassen krijgen een standaardoplossing op de werkvloer waarmee dat pragmatisch geimplementeerd kan worden”. Dat is het punt niet.

Het punt is dat je niet standaard denkt aan een witte man en dan, mochten omstandigheden je daartoe dwingen, nog een zinnetje aan toevoegt voor de rest van de mensheid.

 

Hokjes (0)

Mensen zijn de hele dag alles en iedereen in hokjes aan het stoppen. Dat begint als baby al, met de hokjes Eten en Niet Eten. Om precies te zijn, alles is eten tot het tegendeel wordt bewezen. Leren is categoriseren.

Het kan natuurlijk ook niet anders. Als je in je berenvelletje voor je grot staat en er komt iets kwijlends en klauwigs op vier poten aangestormd is het niet essentieel om tot ware en volledige kennis over dat beest te komen, maar wel om te weten of ‘ie in de categorie ‘dodelijk’, ‘potentieel voor zware verwondingen’ of ‘lekker met een sausje’ valt.

Het probleem hier is, en dat is echt een groot probleem, wat u lieve lezer ook al wel weet maar ik vind het vreselijk belangrijk daarom schrijf ik dit, dat we wegens doorslaand succes enorm hebben leren vertrouwen op ons categorisatievermogen. Maar het is alleen een set ezelsbruggetjes. En ze leiden onherroepelijk tot vooroordelen en foute conclusies. Dat is niet te voorkomen, het is inherent aan het systeem. En we kunnen niet van het systeem af. Maar misschien kunnen we het wel amenderen.

Een van de dingen die we vaak verkeerd doen is categorieën maken die er eigenlijk helemaal niet zijn. Een mooi voorbeeld uit mijn eigen bestaan is dat ik een vrouw ben die veel mannendingen doet. Ik ben gewend dat dat Een Ding Is. Er zijn echt plekken waar je beter of veel beter dan de mannen om je heen moet zijn om dezelfde kansen te krijgen. Mijn werk daarentegen is niet zo’n plek. Ik heb er nog nooit gemerkt dat ik anders zou worden behandeld omdat ik een vrouw ben. Maar als ik weer eens met negen mannen in een zaaltje zit denk ik toch ‘Goh, ik zit hier met negen mannen in een zaaltje, en ik ben de enige vrouw. Ik ben Anders.’

Dat is een voorbeeld van verkeerd categoriseren. Er zitten tien mensen in dat zaaltje die je op vele manieren in aparte hokjes kunt zetten. Bijvoorbeeld: er zijn twee docenten en acht cursisten. Er zijn zes consultants en vier programmeurs. Vijf juniors, drie mediors en twee seniors. Er drinken vijf mensen koffie, vier thee en een water. En er zijn negen mannen en een vrouw.

De specifieke gelegenheid waar ik nu aan denk (de verdeling van consumpties heb ik trouwens verzonnen) was nou net op een verdieping zonder aparte mannen- en vrouwenwc’s, dus ook daar kunnen we niks met het onderscheid. Er was echt geen enkele reden waarom de man-vrouw-verdeling interessant zou zijn. Je kunt hier met enige moeite nog vrome dingen zeggen als ‘vrouwen communiceren anders’, maar, euh, om het ever subtiel en eufemistisch te brengen, dat is een kwalificatie op een groep die niet per se op alle leden van die groep van toepassing is, waarmee ik bedoel dat ik vaak genoeg als een botte hork door andere mensen heen brul. Helaas, het gaat hem niet worden – mijn vrouw-zijn was op dat moment geen factor van belang, net zo min als het man-zijn van de rest. We waren gewoon IT’ers.

Waarom ben ik me er dan alsnog van bewust? Waarom nemen we ALTIJD mee of iemand een actief en een gedeactiveerd x-chromosoom heeft, of een x-chromosoom en een werkeloos fliebertje – ook op momenten dat het echt op geen enkele manier relevant is? En waarom beginnen we er al mee zodra we in wazige zwart-witplaatjes kunnen uitpuzzelen of dat streepje de navelstreng is of iets anders?

Waarschijnlijk, denk ik, omdat het kan. Het is zichtbaar. Het is duidelijk. Dan ZAL het gotbetert ook wel iets betekenen. Zelfs als het niks betekent. Zelfs als het gewoon is, en dat is het.

Ik woon niet in een grot, loop niet in een berenvelletje en als er hier iets kwijlends en klauwigs voorbij komt zit het meestal aan de lijn. Ik kan me dus veroorloven om mijn grote innerlijke categorisator af en toe op pauze te zetten. Nu nog leren om het ook te doen.

 

Spul

Ik ben bizar lang, dat kan ik iedere vrouw aanraden. Vooral op kledinggebied is het een zegen. Ik pas namelijk bijna niks. Dat betekent dat ik, als ik naar een feestje ga, alle combinaties van mijn feestelijke kleren kan proberen, en dan ben ik in 14 minuten klaar (de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik een bepaald model broek in twee kleuren heb en er doorgaans maar eentje aantrek bij het passen. Dat scheelt een factor 2).

Niet zoveel spullen hebben is handig. Zie ook: pannen uit hun stapel proberen te worstelen, ontcijferen welk dekseltje bij welk voorraaddoosje hoort, de tandenstokers vinden, verhuizen.

Je bent niet wat je hebt. Dat ik nou dat geweldige borduurpakket heb gekocht betekent niet dat ik ineens tijd ga hebben om te borduren. Een rij filosofieboeken maakt me geen filosoof, en ik ga echt niet vaker schoonmaken als de microvezeldoekjes matchen met de theedoeken. Gelukkig word ik (hoop ik) ook niet automatisch een kakkineuze zeiler die niks kan omdat ik nou eenmaal veel te dure kakkineuze zeillaarzen heb (ik ben een niet-kakkineuze zeiler die niks kan, dank u vriendelijk).

Tijd moet je maken, boeken lezen, aanrechten poetsen en de laarzen kopen die goed zitten en waar je warme voeten in houdt.

Dus een van mijn goede voornemens is: alleen nog dingen erin waar ik echt, echt, echt iets mee ga doen. En de rest er uit. Joechei.