Stapt een autist in een roeiboot

De eerste 25 jaar van mijn leven had ik nodig om mijn lichaam in het juiste formaat te krijgen en te leren daar niet te vaak over te struikelen, toen was de timing nog even onhandig, maar vier jaar geleden kon ik eindelijk écht op roeien. Sindsdien is de boel een beetje geëscaleerd.

Roeien is een perfecte sport voor autisten. Je zit op een bankje op rails, je voeten knoop je vast aan de boot, en dan is het een kwestie van duwen met je benen om zo hard mogelijk achteruit te gaan. (Er zijn ook nog wat details over je riem in en uit het water halen en niet omslaan met een boot ter breedte van je heupen, maar die laat ik even buiten beschouwing.) Elke haal weer, in een gemiddelde training een keer of 1200. Je kunt dus heerlijk gefocust werken.

Roeien als teamsport is ook ideaal, want je zit allemaal achter elkaar op een rijtje aan de boot vastgebonden precies hetzelfde op precies hetzelfde moment te doen. Oogcontact is onmogelijk (tenzij je de slagroeier in een gestuurde boot bent, maar ook dan is de etiquette dat je over het stuurtje heen kijkt). Praten is verboden behalve voor degene die de commando’s geeft. Het moet volledig op zicht, gehoor en gevoel. Laat dat nou net zijn wat de meeste autisten al sinds de peuterspeelzaal keihard trainen omdat neurotypische mensen snappen niet vanzelf gaat.

Je mist dus de chaos van bijvoorbeeld balsporten, maar hebt wel de gezelligheid van een teamsport. PERFECT.

Gaat er dan nooit iets mis met roeien? Jawel, ik heb twee specifieke uitdagingen waarvan één met ingebouwde oplossing.

De eerste uitdaging is dat neurotypische mensen zelden zeggen wat ze echt bedoelen. Zo willen stuurtjes wel eens dingen als “maximaal!” of “alles eruit!” roepen als je nog meer dan tien halen te gaan hebt. Als ik hard aan het roeien ben gaat mijn neurotypisch-naar-normaal-vertaalmodule uit. Uiteindelijk heb ik geleerd om alleen naar concrete technische aanwijzingen te luisteren, voor de rest negeer ik het stuurtje en volg degene voor me.

Ook als mijn vertaalmodule wél aan staat gaat het geregeld mis. Zo had mijn team een keer tijdens mijn vakantie geoefend met langere tijd op vaste intensiteit oefenen. De eerste training dat ik weer terug was gingen we daar mee door. Ik zat op slag in de vier-met-stuurvrouw en we hadden de opdracht “naar de sluis op 70%”.

Eerst even op gang komen.

Dan aan de slag.

Haal 1: 68%. Kak.

Haal 2: 72%.

Haal 3: 67%.

Haal 4: 70%!!!

Haal 5: 72%. KAK.

Ik raakte redelijk gefrustreerd, maar ik dacht, dit moest van S, S weet precies wat ik wel en niet kan, dus als ik het niet zou kunnen had hij het niet gezegd. Maar het lukte niet om meer dan een paar halen achter elkaar op perceptie 70% te krijgen. Ik raakte ontregeld en omdat ik op slag zat ontregelde ik de hele boot. Eenmaal bij de sluis stond het huilen me nader dan het lachen, tot J, objectief de liefste persoon ter wereld en (nogal in mijn voordeel) zelf ook in het gelukkige bezit van een autist, zei: “Misschien moeten we die 70% loslaten en gewoon stevig doorroeien.”

Ooooh.

We draaiden om en roeiden stevig, zeg 70% plus of min een beetje, terug. De boot liep als een tierelier en ik had een topdag.

Ondertussen heb ik dus geleerd dat als neurotypische mensen dingen zeggen als “begin op 30%, eindig op 70%” of “pauzeer een seconde op dit punt in de haal” ze bedoelen ongeveer ongeveer ongeveer.

Dat was de eerste uitdaging. De tweede uitdaging is dat mijn zintuigelijke filters niet automatisch werken en de verwerking van die input redelijk traag gaat. Dat betekent dat als je feedback van me wil op een specifiek punt, je me van tevoren moet vertellen waar je wil dat ik op let, want ik probeer juist heel hard prikkels te blokkeren. (Het betekent ook dat als ik mensen coach ik zeker bij beginners alles zie wat ze goed en verkeerd doen.)

En het komt nogal eens voor dat mijn inputbuffer vol loopt, vooral als er iets onverwachts gebeurt, als we bijvoorbeeld tegen een drijvende balk opvaren of er op de kant iemand ineens hard toetert. Dan kost reageren grote moeite en het geeft me een rotgevoel.

Maar daar is een oplossing voor! HARD ROEIEN.

Ik weet niet of het door mijn autisme komt of het een van de overige Annalijke eigenschappen is, maar ik ben extreem gevoelig voor endorfine. Ik word daardoor erg blij van hard roeien. (Achteraf dan.) En het leegt mijn inputbuffers! Dus als ik het niet meer zie zitten en we gaan even 20 halen voluit kan ik er tegenintuïtief genoeg weer helemaal tegenaan. Deze handige feature zorgt ervoor dat ik eigenlijk bijna altijd blijer de boot uitstap dan ik er in ging, wat waarschijnlijk wel meespeelde in het proces dat mij van zij-die-altijd-als-laatst-gekozen-werd-met-gym tot zij-die-wedstrijden-gaat-starten-in-de-tweezonder maakte.

Roeien is de bom.

(Voor ik het vergeet te zeggen, roeien is ook voor neurotypische mensen geweldig. Ga roeien! Ga wedstrijden roeien, vooral als je een vrouw boven de 27 bent, en dan in de tweezonder, want dan hebben M en ik concurrentie, en ga nét iets langzamer dan wij, dank.)

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.