Who lives, who dies, who tells your story

Sinds mijn homeboy Descartes in de zeventiende eeuw voor ons bewees dat hij als ‘zelf’ kan denken en bestaat hebben we in de westerse wereld tijd om ons af te vragen of andere mensen wel kunnen denken en bestaan. Na een jaar of driehonderd was het antwoord: in grote lijnen wel. Andere mensen zijn kenbaar, wij kunnen met hen in gesprek treden om hun gedachten te leren begrijpen, en zij hebben ook een ‘zelf’ dat naar ons kijkt zoals wij naar hen.

Ik zeg “wij” en “mensen”, maar ik bedoel natuurlijk (witte) mannen. Vrouwen zijn een aparte soort gemankeerde mannen. Minder sterk, kleiner, zorgzamer, emotioneler. Een mysterieuze groep wezens, fundamenteel onkenbaar en vooral ANDERS. Om tot de radicale gedachte te komen dat (witte) vrouwen mensen zijn, en dat De Mens dus een vrouw kan zijn, hadden we Simone de Beauvoir nodig die nu zeventig jaar geleden “de tweede sekse” publiceerde.

De Beauvoir beschreef hoe de man als maat van alle dingen werd gebruikt, de standaard, zo vergaand dat vrouwen ook zichzelf alleen kenden ten opzichte van de man. (Daar zijn we trouwens nog lang niet vanaf.) Door vrouwen toe te voegen aan de categorie “mens” veroorzaak je niet alleen een aardverschuiving voor de vrouw, die ineens niet meer een eeuwig tekortschietende man is, maar voor de mensheid als geheel. Als de vrouw niet meer de onkenbare Ander is maar een kenbaar iemand met een stem heeft de mensheid ineens twee keer zoveel kennis en twee keer zoveel perspectieven op de wereld. Wat een supergoede deal!

Ondertussen zijn we dus zeventig jaar verder en eigenlijk zijn we een beetje blijven hangen. Dat merk je (ik schrijf dit tijdens de intocht van Sinterklaas) als de Ander niet lelieblank is. Dan blijkt diegene toch vooral mysterieus en onkenbaar, en niet een zelf denkende medemens. En ik merk het elke keer als ik een artikel over autisme lees dat niet door een autist geschreven is. Want op de een of andere manier gaat het dan altijd over alle manieren waarop we beter, slechter, bijzonderder of mysterieuzer zijn dan Normale Mensen. Échte mensen, zeg maar. En natuurlijk, vergelijken is normaal en diep menselijk, maar het gaat erom wie er met wie wordt vergeleken.

Voorbeeldje: de eerste hit op “wat is autisme”:

Je hersenen verwerken alles wat je ziet, hoort, voelt en ruikt op een andere manier. Dat komt omdat verschillende delen van je hersenen minder goed met elkaar samenwerken.

Als je dit zou schrijven over (cis) mannen kom je op iets van

Je bent wat langer, zwaarder en gespierder, maar je tieten zijn klein tot afwezig en minder mooi gevormd.

Doordat de autist de Ander is, de bijna onkenbare persoon die je kan bekijken maar die zelf niet terugkijkt, zijn er bijvoorbeeld complete onderzoeksgroepen en autismecentra zonder ook maar één autistische medewerker. Alsof er geen enkele Nederlander in de Tweede Kamer zou zitten. Of geen enkel dier in de directie van de dierentuin. Oh, dat is ook niet zo – trek je conclusies over waar wij neurodiversen ons op de schaal bevinden.

Als we de radicale gedachte aankunnen dat autisten mensen zijn (en mensen die niet wit zijn, en mensen die in een ander land zijn opgegroeid, of een andere religie aanhangen, of een rolstoel gebruiken, of…) wordt de mensheid als geheel ineens ontzettend veel leuker, sexier, interessanter, slagvaardiger, want dat zijn we allemaal (niet dat ik wil vergelijken). Zomaar gratis! Waar wachten jullie nog op, normale mensen?

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.