Hulpjes

Als autist leef je in een wereld die voor neurotypische mensen is gemaakt. Dat is niet ideaal. Gelukkig zijn er wel dingen die helpen. Ik heb er in de loop van de tijd een aantal verzameld. (Trouwe twitter-volgers zal dit bekend voorkomen, want dit was een van mijn draadjes uit de Autismeweek van vorig jaar!)

Wat moet je zoal doen als autist in de grote, soms boze, buitenwereld? REGULEREN. Je eigen emoties, bijvoorbeeld. Ja jongens, achter die vlakke autistensnoetjes bruist en borrelt het, je hebt geen idee. Ondanks alle mailtjes van onze office manager met “de schoonmaker komt deze week vroeg, niet schrikken als je hem tegenkomt!” gebeuren er op zo’n kantoor geregeld dingen die mijn fijne werkbubbel doorprikken en doorgaans word ik daar boos van. Dat is een naar gevoel en vervelend voor mijn omgeving, dus probeer ik dat zo veel mogelijk te reguleren voordat het anderen raakt. Daarom heb ik dingen waar ik blij van word op mijn bureau, zoals:

Een koffiekopje met twee vuurtorens eropMijn koffiekopje! Ik heb hem een paar jaar geleden gekocht toen we op Texel waren en ik geen kopje met alleen de vuurtoren van Texel kon vinden (dit grote gat in mijn leven is sindsdien gerepareerd). Waarom helpt dit mij? Vuurtorens zijn één van mijn speciale interesses. Als ik op onverwachte momenten een (afbeelding van een) vuurtoren tegenkom ga ik van VUURTOREN!!!! gelijk een vierjarige met Sinterklaas. Van vuurtorens word ik blij en van dit kopje dus ook.

Op de achtergrond zie je trouwens oordoppen, die ik ook altijd bij me heb (in elk van mijn tassen zit wel een doosje), maar om onduidelijke redenen heb ik daar geen apart fotootje van gemaakt.

Een glitterbolletje met een flamingo erinDit is een glitterbol met een flamingo erin. Ik heb hem gekregen van een ploeggenootje van roeien – onze ploeg heet Akoko Flamingo, roepnaam “de flamingo’s”. Ik word er blij van omdat het me aan haar en de ploeg doet denken, en glitterdingen fascineren me. Af en toe ga ik dus even lekker glitteren en dan ben ik weer een stuk opgeladen.

Naast de emoties moet er nog iets belangrijks gereguleerd worden: mijn zintuigen. Ik voel op veel gebieden te veel of te weinig. Te veel voelen is heel vermoeiend. Probeer maar eens een moeilijke puzzel op te lossen terwijl iemand je kietelt. Te weinig voelen is onhandig omdat je het niet doorhebt. Zo mep ik geregeld dingen omver omdat ik niet weet waar m’n armen ophouden.

Een wolf-knuffelDit is Wolf. Wolf is zijn carrière in ons bedrijf begonnen als deurstopper. Wolf heeft namelijk nogal een dikke kont, met een zak zand erin. Dat betekent dat hij veel zwaarder is dan hij eruit ziet en lekker druk geeft als hij bij me op schoot zit. (We hadden ook een collega die Wolf heet, die geeft waarschijnlijk nog veel meer lekkere druk maar heeft nooit bij me op schoot gezeten.)

Het is niet geheel typisch voor een vrouw van 30+ om een knuffel op het werk te hebben, maar als ik gestresst ben helpt die extra druk me enorm.

twee lichtblauwe stoffen tubes die qua formaat ongeveer om je onderarm passen met het logo van CEP eropDit zijn mijn “mouwtjes”. Ik draag ze om mijn onderarmen, waar ze druk geven zodat ik a) weet waar mijn onderarmen gebleven zijn (handig!) en b) iets heb waar ik makkelijk op kan focussen in de enorme stortvloed aan prikkels (praktisch!).

In de winter zie je ze niet onder m’n lange mouwen, in de zomer vallen ze nogal op. Dan heb ik ze ook wat minder vaak aan, al is het wel een prima gespreksstarter. NIEMAND associeert het met autisme, namelijk. Mensen gaan heel geïnteresseerd vragen wat voor bizarre onderarm-blessure ik wel niet heb. (Aan twee kanten tegelijk? Wat denk je zelf? Maar ze denken niet, lieverds, ze denken niet.)

Mijn collega’s zijn eraan gewend, en als een nieuw iemand ernaar vraagt zegt een ander “dat betekent dat Anna gestrest is en je haar met rust moet laten.” Schatten zijn het.

Ik heb deze via het onnavolgbare steunkousen punt en el, waar ze momenteel niet verkrijgbaar zijn (ik had het even opgezocht voor een linkje). Lichte paniek! Maar op de site van CEP zelf zijn ze er gelukkig nog.

Een fidget cube met Spiderman-opdrukIk brei of haak graag tijdens vergaderingen, want dan kan ik visueel daarop focussen en daardoor veel beter luisteren. Maar dat is niet altijd handig, bijvoorbeeld als er klanten bij zijn, want die zijn dat niet gewend. Een friemelkubus is dan veel discreter. Het is hetzelfde principe: het jezelf toedienen van gecontroleerde prikkels als ijkpunt in de bak ongecontroleerde prikkels die je over je heen krijgt. Voor mij werkt het.
Dit is mijn spiderman-kubus, ik heb een hele serie, verspreid over de verschillende tassen die ik wel eens gebruik. De ‘originele’ zijn wel echt beter dan de ripoffs.

een koptelefoon in zijn etuiEn dan, het hoogtepunt: mijn draadloze noise cancelling koptelefoon. Dit ding heeft mijn leven veranderd.

Voorop: een noise cancelling koptelefoon is geen oplossing voor alle problemen. Sommige geluiden (vooral lage, trage geluiden) filtert hij helemaal niet, en als je hem afzet na hem een tijdje aan te hebben gehad ben je gevoeliger voor geluid, dus het kan ook averechts werken. Het is ook een beetje jammer als mensen het als excuus gaan gebruiken om geen rekening met anderen te houden qua lawaai – als iemand achter me heel hard aan het praten is gaat dat er natuurlijk gewoon doorheen.

Toch is het niet voor niets bijna een symbool voor autisme geworden. Ik vind mijn koptelefoon GEWELDIG. Ik deel mijn leven in in de perioden ‘voor’ en ‘sinds’. Ik hoor in principe alles nog wel, maar de afstand wordt net iets groter, waardoor mijn hoofd de geluiden niet meer categoriseert als AANDACHT RELEVANT GEVAAR??? LUISTEREN INPUT maar als, euh, wat ik *denk* dat neurotypische mensen hebben. Op kantoor wil ik niet meer zonder. De twee keer per jaar dat ik hem vergeet ga ik naar huis of leen ik die van een collega. Het scheelt zo. veel. energie.

Zoals een koptelefoon een beperking van mijn gehoorveld is beperk ik ook mijn blikveld. In de eerste plaats met twee grote computerschermen en een laptopscherm, zodat bijna alles wat ik zie onder controle is (en werkgerelateerd). Ik vind het vermoeiend als beelden voor mijn neus verspringen, dus ik heb liever drie dingen naast elkaar open dan dat ik op één scherm van programma naar programma spring. En ik zit op kantoor in de hoek met een muur en een collega naast me als buffer, zodat de mensen op de gang niet niet steeds door mijn blikveld lopen. (Mijn team zat eerst op de drukste plek van ons kantoor, wat ik écht geprobeerd heb, maar toen ik na twee dagen niet meer kon stoppen met huilen zijn we met z’n allen naar een rustige plek verhuisd. Mijn collega’s waren daar schokkend genoeg ook heel blij mee.)

Ik zal dus niet zo snel ergens gaan werken waar ze flexplekken hebben. Hoewel, de meeste mensen beginnen niet om half acht, dus de kans dat ik mijn favoriete plek kan houden is redelijk groot. Alleen verandert je hele omgeving wel steeds. Dus dat lijkt me niet zo’n goede match.

Wat ik interessant vind is dat er toch wel behoorlijke consensus bestaat dat iedereen, neurotypisch EN neurodivers, het beste werkt in een rustige omgeving waar je autonomie hebt. Toch ontstaan er al jaren meer en meer open kantoortuinen. Weegt het verlies aan productiviteit op tegen de (in theorie) toegenomen communicatie en lagere kosten? Geen idee. Ik weet alleen dat ook dit weer zo’n ding is waar een autismevriendelijker wereld voor iedereen prettiger is.

 

2 thoughts on “Hulpjes”

  1. Wat fijn dat je zoveel meestal leuke dingen hebt gevonden om je beter te voelen. Ik vond het ook best fijn om je koptelefoon op te hebben.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.