Hoe overleef ik het familieweekend?

Letterlijk vuurwerk is beter dan figuurlijk vuurwerk

Soms wil je iets waarvoor je niet in de wieg bent gelegd. Omdat je het niet goed kan maar wel heel leuk vindt. Of omdat het belangrijk is voor jezelf of de mensen om je heen. In mijn geval: familieweekend, maar de volgende tips kun je ook op andere dingen toepassen, zoals een festival, of een reis, of een conferentie, of…

De vorige keer dat ik meeging op familieweekend zat ik op zaterdag vòòr de lunch al in de bus naar huis (huilend). Sindsdien sloeg ik ze over. Maar van dit jaar is Belangrijk want we vieren het 50-jarig huwelijk van mijn schoonouders. Ik Moest Mee. En we gingen zórgen dat het kon. En wel zo.

1. Stel prioriteiten

Dit weekend kende twee hoogtepunten: het zingen van het lied dat speciaal voor het bruidspaar is geschreven, en het etentje zaterdagavond. Dat waren mijn prioriteiten en de rest is bijzaak. Dat betekent dat ik tot die twee dingen waren afgerond zeer rigoureus dingen niet heb gedaan. Ik word helaas moe van geluid en interactie dus heb ik bijna alleen maar met de huisgenoot of alleen in een kamertje achteraf gezeten. Gezellig? Nee. Effectief? Ja.

Als de prioriteiten behaald zijn kan je de rest van je energie opstoken zoals je wil. Spontaniteit! (Ik was zelf ook verbaasd.) En het mooie is: als je prioriteiten behaald zijn ben je klaar, taak volbracht, weekend geslaagd, geef jezelf een schouderklopje en ga doen waar je zin in hebt.

2. Regel je behoeften

Welke omstandigheden heb jij nodig om tot rust te komen? Denk erover na. Wees eerlijk. En regel het.

Ik heb een plek nodig zonder interactie. Dat kan soms via een afspraak, bv op roeikamp zeg ik: als ik op mijn bed zit ben ik er niet. (Soms moeten mensen nogal wennen aan zo’n afspraak maar als je meteen keihard begint te huilen zodra ze tegen je praten leren ze vrij snel.) Met kleine neefjes en nichtjes kun je zulke afspraken niet maken. Dat is gewoon niet realistisch. Dan moet ik dus een plek hebben die gegarandeerd mensvrij is (op de huisgenoot na). Ik slaap daarom ergens anders dan de rest van de familie. Gezellig? Nee. Effectief? Ja.

Als je donker nodig hebt, neem een vuilniszak en schilderstape mee en plak het raam af. Sleep je eigen kussen mee. Of een shirt dat naar je partner ruikt als je normaal nooit alleen slaapt. Als je wanneer je moe bent alleen nog maar macaroni zonder saus lust, regel dan van tevoren dat er macaroni zonder saus is.

3. Steun onderweg

Als je teveel interactie niet trekt maar iedereen komt de hele tijd vragen “of je er niet gezellig bij komt zitten,” dan krijg je zo’n weekend niet uitgespeeld. Zelfde als je iets specifieks moet eten maar de rest vindt dat niet zo nodig, of je stress krijgt als je niet een uur van tevoren bij het goede podium staat en je groepje dat gezeik vindt en je eerst nog langs de friettent sleurt. Probeer van tevoren uit te leggen dat je zo flexibel bent als mogelijk en dat meer dan dit dus niet mogelijk is. Regel een maatje dat het leuk vindt om bij je te blijven zodat de rest andere dingen kan doen als ze dat zo nodig willen. Of maak een rooster met maatjes per dagdeel. Verzin een list. Van tevoren.

Dit is eigenlijk het meest essentiële punt. Mensen weten niet wat overprikkeling betekent. Ze denken dat het een vervelend gevoel is waar je je gewoon overheen kunt zetten. Ze zien niet dat je straks twee dagen in een donkere kamer moet bivakkeren om bij te komen. Probeer ze uit te leggen wat het je kost zonder ze een schuldgevoel aan te praten. Dan heb je medestanders die meedenken in plaats van extra hindernissen om te overleven.

4. Remmen en rekken

Pet op. Zonnebril. Lange mouwen (of juist niet). Oordoppen, koptelefoon. Je bent aan het topsporten: gebruik alle middelen die je beschikbaar hebt om langer in de race te blijven.

5. Veiligheid

Als je geen (vast) groepje of maatje hebt bij je activiteit, omdat je alleen gaat of met mensen die je niet kent, maak dan ook een veiligheidsplan. Wat kan je nog als je overprikkeld bent? Hoe kritisch ben je dan nog op mensen die iets van je willen? Hoe ga je thuiskomen? Is er alcohol? Kan iemand je ophalen als je je niet goed voelt? Sommige autisten gaan zonder problemen solo op wereldreis, en grenzen verleggen is goed, maar de realiteit van grenzen opzoeken is dat het soms mis gaat. Schrijf je gebruiksaanwijzing op een briefje, met het telefoonnummer van iemand die je vertrouwt, en als er echt iets is, laat iemand van de organisatie of de EHBO die persoon dan bellen. Weten dat het sowieso goed komt geeft ruimte.

6. Plezier

Waaaaaat je bent gewoon met je neefjes aan het bal overgooien/dansen op een festival/interessante lezing aan het volgen/door Mongolië aan het liften! Kan gewoon! Geniet ervan!

Connecties

Ik was voor een collega een dockerfile aan het maken, dat wil zeggen een rijtje instructies waarmee je snel een soort computer-in-je-computer kan maken waar sommige software al kant en klaar op staat. Omdat ik dat niet zo vaak doe is dat een tamelijk langdurig proces: schrijven, laten draaien, constateren dat het niet werkt, foutmelding googlen of typefout vinden, zelf voor hoofd slaan wegens typefout, corrigeren, laten draaien…

Uiteindelijk wil je dat je rijtje instructies perfect is. De computer voert het uit en komt tot een eindproduct waarvan je kunt voorspellen hoe het werkt. De truc is zorgen dat alle onderdelen met elkaar samenwerken en niets onderling in de war raakt. Daarom maak ik hier ook zo’n bestandje voor: zodat alles bij elkaar staat en mijn collega’s niet elke keer het wiel opnieuw hoeven uit te vinden.

een breiwerk, nog op de naald, met een klein hoekje roze, een groot vlak groen en een streep grijs

Tijdens het draaien van mijn test-bestandjes moest ik af en toe even wachten tot m’n computer klaar was, en om de boel in mijn hoofd nog enigzins op een rijtje te houden doe ik dan geen ander werk, maar ga ik even breien.

In dit geval met drie kleuren garen tegelijk, die elk volgens een eigen schema gebreid willen worden, terwijl ze netjes proberen samen te werken en niet onderling in de war raken.

Gelukkig heeft iemand een mooi bestandje voor me geschreven en hoef ik niet het wiel uit te vinden.

 

Moe

Ik heb geluncht in een volle strandtent.

Als je me hiervoor bloemen/cadeaus/medailles/een standbeeld wil sturen: lief, dank, ik waardeer het, maar doneer liever aan Artsen zonder Grenzen of Giro 555.

Toen het kind op een meter van mij, dat net als haar zusje zoetgehouden werd met een ipad waarvan het geluid aan stond, een kwartier lang hetzelfde zinnetje steeds harder ging zingen, was ik buitengewoon tevreden over mezelf. Want ik was voorbereid. Ik had oordoppen in. Ik ging morgen gewoon kunnen werken als productief radertje van Zijne Majesteits overheid, wat toch een goede uitkomst van Koningsdag te noemen is. Mijn vader kon zijn hele uitsmijter ham-kaas (geschatte oppervlakte: 2 vierkante meter) opeten zonder dat ik wegliep of begon te huilen. We konden natuurlijk ook nauwelijks met elkaar praten, maar we hebben het toch maar mooi voor elkaar gekregen.

TRIOMF.

Waarom ben ik dan alsnog zo kwaad?

Nou ja, primair omdat ik moe en ongesteld ben en er meerdere spannende (dat wil zeggen: onoverzichtelijke) dingen aankomen, en ik lichte emotieblindheid heb zodat dit alles zich optelt tot een grote vettig-grijze kolkende massa achter mijn borstbeen.

Maar ook omdat ik het zo gruwelijk zat ben dat door een statistisch ongelukje, waardoor ik een minderheid ben in plaats van een meerderheid, ik me maar aan moet passen, koste wat het kost.

Iemand vroeg mij recent wat mijn verhaal rondom lang zijn is. (Voor een tijdschrift. Leuk.) Mijn verhaal rondom lang zijn is: lang zijn kun je niet in je eentje. Als jullie allemaal met een nette normaaldistributie tussen de 1,95 en 2,05 waren was ik net wat kleiner dan gemiddeld. Alleen zijn jullie bijna allemaal klein en daarom ben ik lang. Daar heb ik totaal geen invloed op. Maar mensen vinden wel dat het iets over MIJ zegt. Wat doet het met jou, dat wij allemaal klein zijn? Wat zegt het over jou als mens dat je evenveel betaalt voor een hotelkamer en dan een bed krijgt waar je voeten uitsteken? Wat is het toch aan jou, dat onze kinderen je nawijzen op straat omdat onze genen en omstandigheden ons dertig centimeter korter hebben afgeleverd?

Mensen vinden het heel raar als jij, wildvreemde, in een restaurant bovenop hun volle bord gaat zitten terwijl ze daarvan proberen te eten. (Ik heb dit niet geprobeerd, ik heb dit gecheckt met mijn fantastische autistische empathische vermogens.) Mensen vinden het totaal niet raar als hun geluid of dat van hun kleuters de hele maaltijd lang over jouw tafel dendert, totdat jij kotsmisselijk de zaal uit struikelt. En omdat er nou eenmaal geen kritische dichtheid aan mensen is die hier bezwaar tegen maken moet ik ofwel oordoppen in ofwel mijn netwerk uitmelken op zoek naar het rustigste restaurant met de stilste hoekjes, omdat mijn vader nou eenmaal graag uit eten gaat.

Dan heb ik nog geluk, want ik gebruik benen in plaats van wielen dus ik kan wel gewoon bijna overal naar de wc. En ik gebruik gesproken taal dus ik kan zelf bestellen. En ik ben smal genoeg om in stoelen met leuningen te passen. Ik barst van de privileges. Maar het is duidelijk: deze wereld is voor de kinderen met de blerende ipads, niet voor mij. En het maakt die 120 andere mensen in het restaurant geen donder uit.

Daar word ik moe van.

Groots en meeslepend

Ik kreeg een nieuwe laptop. Hij heeft 64GB ram, wat acht keer zoveel is als mijn oude laptop. Alleen daarom ben ik al tamelijk in mijn nopjes.

Een nieuwe computer is een beetje als verhuizen, in de zin van dat je opnieuw na moet denken over wat je wel en niet gebruikt en nuttig vindt. (De huisgenoot vindt dat we weer eens moeten verhuizen. Ik geloof dat de dubbele rijen in de boekenkast daar iets mee van doen hebben. Maar dan moeten we een huis vinden met een huis ernaast voor de buurvrouw, en krijg dat maar eens voor elkaar in Utrecht.)

Het grote verschil tussen een computer verhuizen en een huis verhuizen is dat je bij het huis fysieke spullen hebt die allemaal door je handen gaan. (Zo vond ik bij de vorige verhuizing het deksel van mijn favoriete pan terug.) Bij een computer moet je dat maar zo’n beetje bedenken. Een groot deel van de dingen die je geinstalleerd hebt zijn ergens netjes buiten het zicht weggestopt. Dat maakt het ook een gelegenheid om alleen terug te zetten wat je ECHT gebruikt, en dingen nu gelijk goed te regelen vanaf een schoon uitgangspunt.

Om mezelf de volgende keer een hint te geven, dit is wat ik nu op mijn computer heb gezet:

  • Ubuntu LTS
  • vim, git, curl, wget, alien, …
  • bitwarden
  • pycharm
  • vs code
  • zsh + oh-my-zsh
  • slack, teams
  • firefox
  • pyenv-virtualenv
  • docker
  • tensorflow
  • cuda
  • gdal
  • qgis
  • gitlab runner

De kenner kan hier al uit afleiden wat mijn werk voornamelijk inhoudt :)

 

Levensregel 2: vindt je contacttaal

Ik vind heel veel dingen raar in het leven, maar bovenaan staat toch wel dat we geen les krijgen in hoe breinen en relaties daartussen werken. Hierdoor had ik jarenlang het idee dat dat iets is wat je gewoon hoort te weten. Maar nee! Iedereen doet maar wat! Op de paar mensen die van nature de sociale en emotionele intelligentie hebben om het zelf te snappen na, kloten we allemaal maar wat aan.

Daarom dacht ik, laat ik eens opschrijven wat ik geleerd heb, want dat had ik een paar jaar geleden graag willen lezen. Al had ik er dan waarschijnlijk niets mee gedaan.

Eerder in deze serie van vooralsnog onbepaalde lengte: niet verwijten

Elastieken. Knikkeren. Flippo’s.

Dawson’s Creek. GTST. Temptation Island.

Hangen in de kantine. Hangen in de faculteitsbar. Hangen in de stamkroeg.

Bij elk stadium van mijn kindertijd tot na mijn studententijd hoorden dingen die iedereen deed en waar ik halfslachtig aan mee deed, me ondertussen afvragend waarom we dit in hemelsnaam deden. Mijn gevoelens varieerden van een zekere interesse (flippo’s, want die kun je sorteren) tot uitgesproken afkeer (kroeg). Maar ik deed er maar aan mee, want dat is wat al mijn kennissen deden.

(Godzijdank was ik orthodox katholiek en hing ik dus ook veel in kerken en pastories, bij uitstek geschikte omgevingen voor de ongediagnosticeerde autist, anders was er helemaal niks van mijn sociale vaardigheden over gebleven.)

Contact met andere mensen is een diepe behoefte die bijna alle mensen delen. Ik heb perioden gedacht dat ik bij die kleine minderheid hoorde die dat niet had. Dat was omdat alle manieren waarop mensen in mijn omgeving contact met elkaar hadden voor mij pijnlijk waren. Dat maakte het wat lastig om te herkennen dat de behoefte er op zich wel was. Als je alleen kokend water mag drinken, ga je dan niet denken dat dorst er gewoon bijhoort? Gelukkig had ik in al die periodes ook wel echte vrienden waarmee ik in mijn behoefte voorzag.

Familiefeestjes en groepsborrels zijn voor mij verschrikkelijk – veel te veel input van alle kanten. Praten over koetjes en kalfjes vind ik vreselijk ingewikkeld. Ik kan mijn scriptjes afdraaien maar krijg er geen verbinding met iemand mee, dus het is nogal een verliespost: kost wel energie, geeft geen sociale afstemming. Of wat neurotypische mensen er ook mee weten te bereiken.

De laatste tien jaar heb ik geleerd hoe ik wel contact kan voelen met mensen en dat heeft mijn leven 1387,12 keer mooier gemaakt.

In groepen: zingen. Roeien. Dingen waarbij je woordeloos op elkaar afstemt. Voor mijn koor- en ploeggenootjes ga ik door het vuur. Waar die gevoelens vandaan komen? Van het zingen en roeien zelf. Ik kan niet beschrijven hoe heerlijk ik het vind om tegelijk op te gaan in het geheel en mijn eigen verantwoordelijk in het ensemble te nemen. (Toen ik laatst tegen mensen “zingen is net roeien” zei snapten ze dat niet, en ik snap niet hoe je dat niet kan snappen.)

Als er gepraat wordt vind ik drie de perfecte groepsgrootte. Drie is niet te veel om het over lekker inhoudelijke dingen te hebben, en je hebt wel af en toe pauze als de andere twee met elkaar praten. Eén op één kan ook, met mijn beste vrienden. Al vind ik dan drie alsnog heel fijn, omdat ik weinig leuker vind dan mijn vrienden die elkaar leren kennen en leuker maken.

Je hoeft geen autist te zijn om de standaard vormen van contact niet fijn te vinden – of wel okee op zich maar niet het beste. Nadeel is dat mensen zich soms afgewezen voelen als je hun manier van contact maken niet trekt. Maar gelukkig hoef je niet met iedereen dikke matties te zijn (dat was voor mij ook wel een kleine openbaring).

Vanmiddag kwamen twee ploeggenootjes op meer dan corona-afstand theedrinken en ik voelde me als een bloemetje waar de zon op begon te schijnen. Bijna iedereen heeft menselijk contact nodig. Als je de vormen vindt die voor jou werken en je niet te schuldig voelt om de andere vormen over te slaan, kan je daar ook ongecompliceerd van genieten. En dat is ontzettend waardevol.